Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › § 3.2

Artikel 27

Mandaat aan en ondermandaat door diensthoofden

Onderdeel van Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat 2023· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 7 januari 2026

1. Aan de diensthoofden wordt mandaat verleend ten aanzien van alle bevoegdheden die behoren bij de uitoefening van de taken van hun dienst, genoemd in paragraaf 2.3, dan wel in overige wet- en regelgeving, waaronder mede begrepen het bepalen van beleid, het uitvoeren van het beleid en de bedrijfsvoering van de dienst, een en ander tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald en onverminderd de artikelen 30 tot en met 32. 2. Een diensthoofd kan de aan hem verleende bevoegdheden in ondermandaat verlenen aan: een onder hem ressorterend dienstonderdeelhoofd; een andere onder hem ressorterende functionaris; en een niet onder zijn dienst ressorterend dienstonderdeelhoofd of functionaris, mits de mate waarin en de wijze waarop het toegekende mandaat moet worden uitgeoefend schriftelijk zijn vastgelegd. 3. De directeur-generaal Rijkswaterstaat kan bij het verlenen van ondermandaat, bedoeld in het tweede lid, onder a, bepalen dat het dienstonderdeelhoofd ondermandaat kan verlenen aan een onder de directeur-generaal Rijkswaterstaat ressorterende functionaris. 4. In afwijking van het tweede lid kan de directeur-generaal Rijkswaterstaat volmacht verlenen aan medewerkers van notariskantoren ten behoeve van het passeren van notariële akten inzake aangelegenheden die behoren tot het eigen werkterrein en voor zover het gaat om het zakenrechtelijk bevestigen van reeds aangegane verplichtingen. De directeur-generaal Rijkswaterstaat kan ter uitoefening van deze bevoegdheid ondermandaat verlenen aan één of meer onder hem ressorterende directeuren. 5. De directeur-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken kan ondermandaat verlenen aan de directeur-generaal Rijkswaterstaat voor zover het de uitvoering van zijn taken met betrekking tot luchthavens betreft, mits de mate waarin en de wijze waarop het toegekende mandaat moet worden uitgeoefend schriftelijk zijn vastgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel