Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IX › Paragraaf

Artikel 104

Artikel 104

Onderdeel van Reglement van Orde van de Eerste Kamer der Staten-Generaal· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 13 juni 2023

1. Een lid dat over een onderwerp dat niet op de agenda van de Kamer of een van haar commissies staat inlichtingen van een minister verlangt, kan aan de Kamer verlof vragen tot het houden van een interpellatie. Bij het vragen van verlof vermeldt het lid de voornaamste punten waarover hij vragen wil stellen. 2. Zo mogelijk wordt het verlof gevraagd bij de aanvang van de vergadering en brengt het lid de Voorzitter vóór het begin van de vergadering van zijn voornemen op de hoogte. 3. Wanneer de Kamer het gevraagde verlof verleent, bepaalt de Voorzitter de dag waarop de interpellatie zal worden gehouden. Indien bij een interpellatie zeer veel spoed vereist is en de minister aanwezig is, kan de Voorzitter besluiten dat de interpellatie dadelijk wordt gehouden. De minister geeft dan dadelijk de gevraagde inlichtingen. Als dit niet mogelijk is, dan stelt de Voorzitter de verdere behandeling tot een later tijdstip uit. 4. De interpellant dient, tenzij de interpellatie dadelijk wordt gehouden, zo spoedig mogelijk de vragen die hij bij de interpellatie zal stellen schriftelijk in bij de Voorzitter. Deze zendt ze aan de daarbij betrokken minister door, tenzij hij van oordeel is dat de vragen woorden als bedoeld in artikel 71 bevatten. Doorgezonden vragen brengt de Voorzitter ter kennis van de leden. 5. Bij een interpellatie voert de interpellant niet meer dan tweemaal en een ander lid niet meer dan eenmaal het woord, tenzij de Kamer verlof geeft voor een volgende termijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel