**1.** Het lid dat schriftelijke vragen wil stellen aan een minister dient deze vragen bij de Voorzitter in. De vragen dienen kort en duidelijk geformuleerd te zijn.
**2.** De Voorzitter zendt de vragen aan de betrokken minister, tenzij hij van oordeel is dat de vragen woorden als bedoeld in artikel 71 bevatten.
**3.** De Voorzitter brengt de doorgezonden vragen ter kennis van de leden en maakt deze openbaar.
**4.** Het besluit van de Voorzitter vragen al dan niet door te zenden, is geen besluit in de zin van artikel 16, tweede lid.
**5.** De vragen worden met de schriftelijke antwoorden opgenomen in het Aanhangsel van de Handelingen.
Hoofdstuk IX › Paragraaf
Artikel 105
Artikel 105
Onderdeel van Reglement van Orde van de Eerste Kamer der Staten-Generaal· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 13 juni 2023