Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Overgangsrecht Wet toekomst pensioenen

Onderdeel van Regeling vrijstellingen Wet Bpf 2000· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 10 april 2026

1. De kwantitatieve gelijkwaardigheid wordt in afwijking van artikel 5, eerste lid, en artikel 6, derde lid, voor de duur van de hierna genoemde periode aangetoond door een toets op enkel de financiële gelijkwaardigheid, bedoeld in artikel 6, derde lid, onderdeel a, of vijfde lid en de aanwezigheid van het pensioen op risicobasis dat onderdeel uitmaakt van de pensioenregeling van het bedrijfstakpensioenfonds, voordat deze overgaat op uitvoering van een gewijzigde pensioenovereenkomst als bedoeld in artikel 220i van de Pensioenwet. Het gaat om de periode waarin enkel het bedrijfstakpensioenfonds dan wel enkel de werkgever die een vrijstelling heeft of aanvraagt bij dat bedrijfstakpensioenfonds, als bedoeld in de artikelen 2 of 6 van het Vrijstellings- en boetebesluit Wet Bpf 2000, is overgegaan op uitvoering van een gewijzigde pensioenovereenkomst als bedoeld in artikel 220i van de Pensioenwet. In de genoemde periode kan in afwijking van artikel 8, eerste lid, van het Vrijstellings- en boetebesluit Wet Bpf 2000, de vrijstelling door het bedrijfstakpensioenfonds niet worden ingetrokken vanwege het ontbreken van de actuariële gelijkwaardigheid. 2. De toets op gelijkwaardige aanspraken wordt in afwijking van artikel 6a, eerste lid, voor de duur van de hierna genoemde periode aangetoond door een toets op enkel de voorwaarde, bedoeld in artikel 6a, eerste lid, onderdeel b, en de aanwezigheid van het pensioen op risicobasis dat onderdeel uitmaakt van de pensioenregeling van het bedrijfstakpensioenfonds, voordat deze overgaat op uitvoering van een gewijzigde pensioenovereenkomst als bedoeld in artikel 220i van de Pensioenwet. Het gaat om de periode waarin enkel het bedrijfstakpensioenfonds dan wel enkel de werkgever die een vrijstelling heeft of aanvraagt bij dat bedrijfstakpensioenfonds, als bedoeld in artikel 5 van het Vrijstellings- en boetebesluit Wet Bpf 2000, is overgegaan op uitvoering van een gewijzigde pensioenovereenkomst als bedoeld in artikel 220i van de Pensioenwet. In de genoemde periode kan in afwijking van artikel 8, derde lid, van het Vrijstellings- en boetebesluit Wet Bpf 2000, de vrijstelling door het bedrijfstakpensioenfonds niet worden ingetrokken vanwege het ontbreken van de actuariële gelijkwaardigheid. 3. Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2028.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel