Aanvullende middelen in verband met een (dreigend) knelpunt kunnen alleen aangevraagd worden als er (naar verwachting) onvoldoende of geen financiële middelen meer beschikbaar zijn, die kunnen worden ingezet via overhevelingen en/of het inzetten van onderproductie.
Binnen jaar t, waarin een (dreigend) knelpunt kan ontstaan, worden drie perioden onderscheiden.
In juli jaar t3Daarnaast informeert de NZa ook in februari jaar t de Minister van VWS. De februaribrief wordt uitgebracht op basis van de gegevens jaar t–1. informeert de NZa aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) over de toereikendheid van het budgettair kader Wlz jaar t.
Een knelpunt dat ontstaat of dreigt te ontstaan in de periode van 1 januari t/m 31 juli jaar t en niet kan worden opgevangen door overhevelingen en/of het inzetten van beschikbare onderproductie wordt door de NZa in deze brief meegenomen. In eerste instantie zal een knelpunt opgelost moeten worden met de beschikbare herverdelingsmiddelen. Als blijkt dat de herverdelingsmiddelen ontoereikend zijn, dan kan de Minister van VWS beslissen om het (beschikbare) budgettair kader Wlz voor het jaar t te verhogen. Indien nodig zal de NZa eerder dan juli jaar t de Minister van VWS informeren over een (dreigend) knelpunt. Mogelijke knelpunten worden meegenomen in de julibrief. Hierdoor is het niet nodig dat er een aanvraag van aanvullende middelen wordt ingediend.
Een knelpunt dat ontstaat of dreigt te ontstaan in de periode van 1 augustus t/m 31 oktober jaar t en niet kan worden opgevangen door overhevelingen en/of het inzetten van beschikbare onderproductie zal naar verwachting (alleen) betrekking hebben op de regionale contracteerruimte. Een (dreigend) knelpunt wordt door de Wlz-uitvoerder/het zorgkantoor direct bij de NZa gemeld. Gelijktijdig met deze melding kan een aanvraag van aanvullende middelen worden gedaan.
Mocht er in uitzonderlijke gevallen in deze periode toch een (dreigend) knelpunt bij het regionale financiële kader voor persoonsgebonden budgetten ontstaan, dan kan hiervoor ook een aanvraag van aanvullende middelen worden ingediend.
Een knelpunt dat ontstaat of dreigt te ontstaan in de periode van 1 november jaar t tot 1 april jaar t+1 en niet kan worden opgevangen door overhevelingen en/of het inzetten van beschikbare onderproductie kan betrekking hebben op de regionale contracteerruimte en/of het regionale financiële kader voor persoonsgebonden budgetten. Een (dreigend) knelpunt wordt door de Wlz-uitvoerder/het zorgkantoor direct bij de NZa gemeld. Gelijktijdig met deze melding kan een aanvraag van aanvullende middelen worden gedaan.
Bij een aanvraag van aanvullende middelen geldt het volgende:
Indien er sprake is van een (dreigend) knelpunt bij de regionale contracteerruimte, dan dienen de aanvullende middelen door een Wlz-uitvoerder/het zorgkantoor gezamenlijk met één of meerdere zorgaanbieders bij de NZa te worden aangevraagd;
Indien er sprake is van een (dreigend) knelpunt bij het regionale financiële kader voor persoonsgebonden budgetten, dan dienen de aanvullende middelen door het zorgkantoor bij de NZa te worden aangevraagd.
Bij een aanvraag van aanvullende middelen dient te worden aangetoond dat:
in de regio van de desbetreffende Wlz-uitvoerder/het zorgkantoor geen budgettair kader Wlz (meer) beschikbaar is;
er voor de desbetreffende Wlz-uitvoerder/het zorgkantoor geen onderproductie beschikbaar is die kan worden ingezet om de geïndiceerde Wlz-zorg aan cliënt(en) te leveren;
bij andere Wlz-uitvoerders/zorgkantoren (op termijn) geen of niet voldoende budgettair kader Wlz (meer) beschikbaar is dat kan worden ingezet via een overheveling.
Bij een aanvraag van aanvullende middelen in verband met een (dreigend) knelpunt in de regionale contracteerruimte dient naast het in artikel 4.3.2.1 genoemde te worden aangetoond dat een problematische wachtlijst is ontstaan of naar verwachting binnen vier weken zal ontstaan voor cliënten met een geldige indicatie voor zorg in natura.
Bij een aanvraag van aanvullende middelen in verband met een (dreigend) knelpunt in het regionale financiële kader voor persoonsgebonden budgetten dient naast het in artikel 4.3.2.1 genoemde aangetoond te worden dat er geen pgb-verleningsbeschikkingen meer afgegeven kunnen worden of dat dit naar verwachting binnen vier weken het geval zal zijn. Hierbij moet rekening gehouden worden met reserveringen.
Bij een aanvraag van aanvullende middelen dient gebruik gemaakt te worden van het formulier ‘Melding Knelpuntenprocedure’, die als bijlage bij deze beleidsregel is gepubliceerd.
Bij een aanvraag van aanvullende middelen dient een door of namens de Raad van Bestuur ondertekende schriftelijke verklaring van de Wlz-uitvoerder/het zorgkantoor te worden meegestuurd waarin is opgenomen dat:
er binnen de eigen regio geen budgettair kader Wlz (meer) beschikbaar is;
er geen onderproductie beschikbaar is die kan worden ingezet om de geïndiceerde Wlz-zorg zorg aan cliënt(en) te leveren;
aan alle overige Wlz-uitvoerders/zorgkantoren om overheveling van middelen is gevraagd en de overige Wlz-uitvoerders/ zorgkantoren (op termijn) geen of niet voldoende middelen beschikbaar hebben om over te hevelen om het (dreigende) knelpunt op te lossen;
alle overige Wlz-uitvoerders/zorgkantoren zijn geïnformeerd dat er een aanvraag in verband met een knelpuntenprocedure bij de NZa is ingediend.
De aanvraag van aanvullende middelen in verband met een (dreigend) knelpunt in de regionale contracteerruimte dient te worden uitgedrukt in prijs en aantal (P x Q). Daarnaast dient een overzicht te worden meegestuurd van de (dreigende) problematische wachtlijst(en) voor geïndiceerde Wlz-zorg in natura. Voor beide hiervoor genoemde punten geldt dat deze gespecificeerd moeten worden per zorgaanbieder waarvoor een aanvraag wordt ingediend.
Bij een aanvraag van aanvullende middelen in verband met een (dreigend) knelpunt in het regionale financiële kader voor persoonsgebonden budgetten dient te worden aangegeven met welk bedrag het regionale financiële kader voor persoonsgebonden budgetten jaar t verhoogd zou moeten worden. De aanvraag dient te worden onderbouwd waarbij uitgegaan moet worden van de reeds afgegeven verleningsbeschikkingen en reserveringen. De aangevraagde ophoging voor jaar t moet worden toegelicht.
Indien de aanvraag van aanvullende middelen niet voldoet aan de in artikel 4.3 van deze beleidsregel genoemde voorwaarden, stelt de NZa de desbetreffende partijen daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte. De NZa houdt de beoordeling van de aanvraag aan totdat de aanvraag voldoet aan de in artikel 4.3 genoemde voorwaarden.
Artikel 4
(Dreigend) knelpunt en aanvraag aanvullende middelen
Onderdeel van Beleidsregel knelpuntenprocedure budgettair kader Wlz· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024