Indien de aanvraag van aanvullende middelen voldoet aan de in artikel 4.3 van deze beleidsregel genoemde voorwaarden, informeert de NZa binnen twee weken na ontvangst van deze aanvraag de Minister van VWS. De Minister van VWS neemt vervolgens een beslissing over het toekennen van aanvullende middelen.
Conform de beslissing van de Minister van VWS over het toekennen van aanvullende middelen als bedoeld in artikel 5.1 verhoogt de NZa (al dan niet) de regionale contracteerruimte.
Indien het knelpunt in de regionale contracteerruimte groter is dan de middelen die door de Minister van VWS zijn toegekend dan hebben de desbetreffende Wlz-uitvoerder/het zorgkantoor en zorgaanbieder(s) de mogelijkheid om, binnen één week nadat de NZa de ophoging van de regionale contracteerruimte heeft bekendgemaakt, de oorspronkelijke aanvraag van aanvullende middelen aan te passen zodat de totale aanvraag past binnen het door de Minister van VWS beschikbaar gestelde bedrag. De NZa zal de toegekende aanvullende middelen in dat geval conform deze aangepaste aanvraag verdelen. Indien er geen sprake is van een aangepaste aanvraag, dan kent de NZa de toegekende aanvullende middelen naar rato toe aan de desbetreffende zorgaanbieders.
De voor persoonsgebonden budgetten toegekende aanvullende middelen worden door de Minister van VWS aan het desbetreffende financiële kader voor persoonsgebonden budgetten toegevoegd.
De NZa kan besluiten om achteraf te toetsen of de aanvraag van aanvullende middelen in verband met een (dreigend) knelpunt terecht was. Naast de in deze beleidsregel genoemde voorwaarden kan de NZa toetsen aan de normen uit de Beleidsregel Normenkader Wlz-uitvoerder (kenmerk TH/BR-026).
Artikel 5
Beoordeling aanvraag
Onderdeel van Beleidsregel knelpuntenprocedure budgettair kader Wlz· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024