Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Concurrentiecriterium

Onderdeel van Besluit belastingplicht van stichtingen en verenigingen· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 24 augustus 2023

Als bij een stichting of vereniging sprake is van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid waarmee wordt deelgenomen aan het economische verkeer, maar waarbij een winstoogmerk ontbreekt, kan op basis van het concurrentiecriterium toch sprake zijn van het drijven van een onderneming voor de vennootschapsbelasting. Dit is onder andere het geval als met de uitoefening van de werkzaamheid in concurrentie wordt getreden met ondernemingen gedreven door natuurlijke personen, dan wel door (integraal belastingplichtige) lichamen.14Artikel 4, onderdeel a, Wet Vpb 1969. Op artikel 4, onderdelen b en c, Wet Vpb 1969 wordt in dit besluit verder niet ingegaan. Aan het concurrentiecriterium ligt onder meer de gedachte ten grondslag dat belastingplichtige ondernemers of lichamen moeten worden beschermd tegen concurrentieverstoring door niet-belastingplichtige lichamen. Daarvan is geen sprake als de werkzaamheid van de stichting of vereniging structureel verlieslatend is. Met andere woorden: voor het concurrentiecriterium is vereist dat de werkzaamheid een zekere mate van winstpotentie heeft. Dit is het geval als met de werkzaamheid een resultaat wordt behaald waaraan een particulier een bescheiden bestaan kan ontlenen. Het concurrentiecriterium heeft betrekking op zowel feitelijke als potentiële concurrentie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel