Voor concentraties waarop de Mededingingswet van toepassing is, kent het concentratietoezicht van de ACM twee fasen: de meldingsfase en de vergunningsfase. In beide fasen kunnen partijen die betrokken zijn bij de voorgenomen concentratie remedies indienen. Voor nadere informatie over deze beide fasen en de procedure van het beoordelen van een concentratie meer in het algemeen, is er de Werkwijze bij concentratiezaken.5Zie ‘Werkwijze bij concentratiezaken’, laatst gewijzigd in Stcrt. 2021, nr. 43083 (hierna: Werkwijze concentratiezaken).
Volgens artikel 34 Mw mogen ondernemingen geen concentratie tot stand brengen voordat zij het voornemen daartoe aan de ACM hebben gemeld. Voor de beoordeling van deze melding geldt een wettelijke termijn van vier weken.6Artikel 37, lid 1 Mw. Tot deze termijn is verstreken of tot de ACM heeft geoordeeld dat geen vergunning is vereist, mag de concentratie niet plaatsvinden.7De ACM schort deze termijn op als aanvulling van de melding nodig is voor de beoordeling van de concentratie (artikel 38, lid 2 Mw.). Ook kan de ACM de termijn op verzoek van partijen eenmalig opschorten (artikel 38, lid 3 Mw). Een vergunning is vereist als de ACM heeft geoordeeld dat de voorgenomen concentratie de daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan op significante wijze zou kunnen belemmeren. Dit is met name het geval als de concentratie een economische machtspositie in het leven roept of versterkt. De ACM kan in sommige gevallen besluiten dat er geen vergunning is vereist voor een concentratie als de meldende partijen aan bepaalde voorwaarden voldoen. Deze voorwaarden zijn in de regel gebaseerd op een voorstel van partijen.
Indien een vergunning is vereist en partijen deze hebben aangevraagd, besluit de ACM binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag of zij een vergunning verleent.8Artikel 44, lid 1 Mw. De ACM schort deze termijn op als aanvulling van de vergunningsaanvraag nodig is voor de beoordeling van de concentratie (artikel 4:15 Algemene wet bestuursrecht (hierna ook Awb). Deze termijn kan in de vergunningsfase ook worden opgeschort in onderling overleg op grond van artikel 4:15, lid 2, onder a Awb (zie punt 52). In deze fase kan de ACM beperkingen en voorschriften verbinden aan de verlening van een vergunning.9Artikel 41, lid 4 Mw. Deze beperkingen en voorschriften verplichten partijen noodzakelijke maatregelen te nemen die moeten voorkomen dat door de concentratie de daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan op significante wijze zou worden belemmerd. Dit is met name het geval als de concentratie een economische machtspositie in het leven roept of versterkt. Ook in de vergunningsfase geldt dat de ACM deze beperkingen en voorschriften in de regel baseert op een voorstel van partijen.
De voorwaarden in de meldingsfase en de beperkingen en voorschriften in de vergunningsfase worden hierna ook aangeduid als ‘remedies’.
Partijen hebben gedurende de meldingsfase of de vergunningsfase ook de mogelijkheid om de melding respectievelijk de vergunningsaanvraag te wijzigen. Hiermee kunnen zij in de meldingsfase voorkomen dat de ACM een vergunning vereist. In de vergunningsfase kunnen zij met een wijziging van de aanvraag voorkomen dat de ACM een vergunning weigert. In hoofdstuk 7 van deze Beleidsregel staat een nadere uitleg over deze mogelijkheden.
Artikel 2
Wettelijk kader
Onderdeel van Beleidsregel Remedies· Contracten, schade en aansprakelijkheid
Deze tekst geldt sinds 27 september 2023