Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Wijziging van de melding of vergunningsaanvraag

Onderdeel van Beleidsregel Remedies· Contracten, schade en aansprakelijkheid

Deze tekst geldt sinds 27 september 2023

Partijen kunnen binnen zekere grenzen90Op voorwaarde dat de wijziging niet tot een wezenlijk andere concentratie leidt. In dat geval moeten partijen een nieuwe melding indienen. de melding of de vergunningsaanvraag wijzigen. Dit kan ook plaatsvinden nadat de ACM partijen heeft ingelicht over de mededingingsproblemen die zij heeft gesignaleerd. Het wijzigen van de melding of de vergunningsaanvraag kan als doel hebben om vertraging in de behandeling van een concentratiezaak te voorkomen. Een wijziging van de melding of de vergunningsaanvraag kan er toe leiden dat de ACM gesignaleerde mededingingsproblemen niet meer hoeft te onderzoeken.91In het besluit van 9 juli 2021 in de zaak 052005/DELA – Yarden. In de zaak 051778/Ahold Delhaize – Deen Supermarkten hebben partijen de melding gewijzigd, op zodanige wijze dat er geen mededingingsproblemen meer zouden ontstaan. Een bijzonderheid hier was dat de betreffende Deen supermarkt aan Vomar werd verkocht in plaats van aan Albert Heijn, en dat Albert Heijn in ruil hiervoor een supermarkt van Vomar verkreeg. De melding in zaak 051777/Vomar Voordeelmarkten – Deen Supermarkten is toen gelijktijdig met de melding in Ahold Delhaize – Deen Supermarkten aangepast. In een andere zaak (zie het besluit van 17 juni 2005 in zaak 4245/Vizier – De Wendel, punt 26) zijn partijen in een vroeg stadium van de vergunningsfase in overleg getreden met de ACM over de mogelijkheid tot een wijziging van de aanvraag om vergunning. Dit had onder meer ten doel om de mededingingsbezwaren die de ACM in het besluit in de meldingsfase had geconstateerd, weg te nemen en zodoende een langdurig onderzoek in de vergunningsfase te vermijden. In dat geval blijven de oorspronkelijke beslistermijnen in de meldings- en vergunningsfase van kracht.92Van een wijziging van een melding of een vergunningsaanvraag plaatst de ACM een mededeling in de Staatscourant. Partijen hebben ook de mogelijkheid om de melding of de vergunningsaanvraag in te trekken en vervolgens een nieuwe melding of vergunningsaanvraag in te dienen. Hierdoor starten de beslistermijnen voor beide fasen opnieuw. Omdat de materiële effecten van het intrekken en opnieuw indienen dan wel het wijzigen van de melding of de vergunningsaanvraag identiek zijn, geldt wat hieronder staat over het wijzigen van de melding of de vergunningsaanvraag ook voor het intrekken en opnieuw indienen ervan. De remedie die partijen indienen via een wijziging van de melding of vergunningsaanvraag moet een structureel93Wijzigingen van de melding of vergunningsaanvraag die geen structureel karakter hebben, maar die betrekking hebben op een bepaald (toekomstig) gedrag van de betrokken ondernemingen worden niet geaccepteerd als remedie om mogelijke mededingingsbezwaren weg te nemen. Dit gelet op het feit dat artikel 34, dan wel artikel 41 eerste lid juncto artikel 74 Mw de ACM geen mogelijkheid biedt de nakoming van dergelijke gedragsremedies af te dwingen. karakter hebben. De uitvoering ervan dient zeker te zijn. Het is voorts van belang dat de wijziging van de melding of de vergunningsaanvraag alle gesignaleerde mededingingsproblemen zonder twijfel en volledig oplost.94Zo is in het besluit van 23 december 1998 in zaak 1132/FCDF – De Kievit, punten 90 tot en met 100, in de meldingsfase een voorstel tot wijziging van de melding niet geaccepteerd. De ACM kon niet uitsluiten dat het voorstel het mededingingsprobleem niet structureel zou oplossen en uiteindelijk de machtspositie van FCDF op de markt voor boerderijmelk toch versterkt zou worden. In andere zaken heeft de ACM een voorstel tot wijziging van de melding wel geaccepteerd. Zie in dit verband het besluit van 27 juni 2012 in zaak 7316/Euretco – Intres; het besluit van 21 februari 2012 in zaak 7323/Jumbo – C1000; het besluit van 23 november 2010 in zaak 6989/Brocacef – Lloyds Nederland; het besluit van 5 maart 2010 in zaak 6879/Schuitema – SdB Activa; het besluit van 4 december 2009 in zaak 6802/Jumbo – Super de Boer; het besluit van 1 juli 2009 in zaak 6666/De Persgroep – PCM; het besluit van 1 april 2008 in zaak 6141/Evean Groep – Philadelphia – Woonzorg Nederland; het besluit van 26 oktober 2006 in zaak 5586/Ahold – Konmar Superstores; het besluit van 28 juli 2006 in zaak 5206/Pantein – STBNO; het besluit van 6 maart 2006 in zaak 5454/KPN – Nozema; het besluit van 28 oktober 2005 in zaak 5052/CZ – OZ; het besluit van 31 december 2004 in zaak 4295/Stichting Icare – Sensire – Thuiszorg Groningen en het besluit van 26 juni 2018 in zaak 032654/Jumbo – EMTÉ. Daarnaast moet het evident zijn dat als gevolg van de gewijzigde melding of vergunningsaanvraag geen nieuw mededingingsprobleem optreedt. Partijen moeten een wijziging van de melding of vergunningsaanvraag zo snel mogelijk bij de ACM indienen.95Een en ander is mede afhankelijk van het moment waarop de ACM de mededingingsbezwaren aan partijen kenbaar maakt. De ACM moet voldoende tijd hebben voor de beoordeling van de wijziging van de melding of de vergunningsaanvraag en voor het uitvoeren van het marktonderzoek. Als partijen de gewijzigde melding of vergunningsaanvraag indienen op een moment dat de ACM daartoe niet meer in de gelegenheid is, zal in de meldingsfase het vergunningsvereiste gelden en verleent de ACM bij een vergunningsaanvraag geen vergunning. Partijen doen er goed aan om vooraf met de ACM te overleggen over de inhoud en strekking van een voorgenomen wijziging van de melding of de vergunningsaanvraag. Wat in hoofdstuk 3 en 5 is opgemerkt ten aanzien van de indiening, de beoordeling en de tenuitvoerlegging van remedies is ook van toepassing op wijzigingen van de melding of de vergunningsaanvraag. Aan een besluit naar aanleiding van een gewijzigde melding of vergunningsaanvraag kunnen ook voorwaarden respectievelijk beperkingen en voorschriften worden verbonden.96Zie het besluit van 1 juli 2011 in zaak 7147/TSN – TZG. Naast de wijziging van de melding zijn partijen in deze zaak ook een aantal verplichtingen aangegaan om de mededingingsbezwaren weg te nemen. Partijen hebben zich onder andere er toe verplicht zich te onthouden van bepaalde marketingactiviteiten. Zie ook het besluit van 4 december 2009 in zaak 6802/Jumbo – Super de Boer. Naast de wijziging van de melding mag Jumbo gedurende 10 jaar geen economisch belang nemen in de winkel van Super de Boer in Bunde, tenzij de ACM vooraf heeft aangegeven dat de structuur van de markt zodanig is gewijzigd dat daartegen geen bezwaar meer bestaat. Als partijen een concentratie tot stand brengen die niet conform de gewijzigde melding of vergunningsaanvraag is, handelen zij in strijd met artikel 34 Mw respectievelijk artikel 41, lid 1 Mw. De ACM kan in dat geval een boete97Zie ook voetnoot 87. en/of een last onder dwangsom opleggen98Op grond van artikel 74, lid 1 sub 1 en 4 Mw. die er toe strekt de overtreding ongedaan te maken.99Zie ook voetnoot 83.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel