**1.** Een gestart zorgtraject kan bestaan uit één of meerdere subtrajecten die leiden tot een declarabel dbc-zorgproduct of een uitvalproduct (niet-declarabel product).
**2.** Voor een zo nauwkeurig mogelijke aansluiting tussen de daadwerkelijk geleverde zorg en de prestatiebeschrijving wordt een subtraject onderscheiden op basis van een drietal componenten:
Zorgtype
De volgende zorgtypes worden onderscheiden:
ZT11: het eerste subtraject binnen een zorgtraject.
ZT21: alle volgende subtrajecten binnen een zorgtraject na afsluiting van zorgtype 11.
ZT13: subtraject bij een intercollegiaal consult (icc). Subtrajecten met zorgtype 13 vormen tevens een zorgtraject.
ZT51: subtraject voor opname op de ic en voor ic intercollegiaal consult buiten de ic met een bijbehorende behandeling door een poortspecialist.
ZT52: subtraject voor opname op de ic zonder een bijbehorende behandeling door een poortspecialist.
ZT41: subtraject voor een overig zorgproduct uit de subcategorie medisch specialistische behandeling en diagnostiek.
Zorgvraag
Bij de volgende specialismen speelt de component zorgvraag een rol bij het typeren van een subtraject:
kindergeneeskunde/neonatologie;
neurologie;
revalidatiegeneeskunde;
consultatieve psychiatrie, en
radiotherapie.
Bij de andere specialismen is ‘zorgvraag’ niet opgenomen in de typeringslijsten.
Diagnose
De diagnose geeft weer hoe de geleverde zorg binnen een subtraject het best wordt getypeerd.
**3.** De diagnosecodes zijn opgenomen in de typeringslijsten per specialisme (te raadplegen via puc.overheid.nl/nza).
Hoofdstuk I
Artikel 6
Subtraject
Onderdeel van Beleidsregel prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024