**1.** Ten aanzien van de artikelen in dit hoofdstuk gelden de navolgende uitgangspunten:
voor zover in de artikelen van hoofdstuk VI wordt gesproken over zorgaanbieders wordt, tenzij anders bepaald, gedoeld op instellingen of solisten.
het in rekening brengen (declareren) van een integraal tarief voor een geleverd dbc-zorgproduct of een overig zorgproduct aan een zorgverzekeraar of patiënt is exclusief voorbehouden aan zorgaanbieders verantwoordelijk voor het afhandelen van de zorgvraag of factureringsbedrijven die namens deze zorgaanbieders declareren.
**2.** In aanvulling op het eerste lid geldt voor instellingen dat zij in het bezit zijn van een toelatingsvergunning als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza), tenzij zij behoren tot een categorie die bij of krachtens deze wet is uitgezonderd van de verplichting om over een toelatingsvergunning te beschikken.
**3.** In aanvulling op het eerste lid geldt voor solisten dat zij in het bezit zijn van een individuele tariefbeschikking, die op grond van een individuele aanvraag volgens de procedure zoals beschreven in de Beleidsregel prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg door de NZa is afgegeven. De solist voldoet aan de vereisten zoals opgenomen in de Beleidsregel prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg.
**4.** De zorgaanbieder declareert in één declaratie het totale, integrale tarief van het dbc-zorgproduct. Onderdeel van dit tarief is, voor zover van toepassing, een tussen de instelling en vrijgevestigd medisch specialist/kaakchirurg, dan wel diens rechtsgeldige vertegenwoordiger, overeengekomen vergoeding voor diens aandeel in het geleverde en in rekening gebrachte dbc-zorgproduct.
**5.** De zorgaanbieder is verantwoordelijk voor de juiste declaratie van een dbc-zorgproduct of overig zorgproduct.
**6.** Declaratiebepalingen geneesmiddelen
De instelling die een geneesmiddel toedient/verstrekt aan de patiënt, waarbij het geneesmiddel op het moment van toediening/verstrekking valt onder de aanspraak geneeskundige zorg (als bedoeld in artikel 2.4 van het Besluit zorgverzekering), declareert dit geneesmiddel.
In afwijking van het gestelde onder a geldt dat een geneesmiddel dat bij de desbetreffende indicatie uitsluitend valt onder de aanspraak geneeskundige zorg, of een geneesmiddel voor de behandeling van HIV, wordt gedeclareerd door de zorgaanbieder die de patiënt voor de toepassing van deze geneesmiddelen behandelt en waarvan de zorg die op deze geneesmiddelen betrekking heeft niet is overgenomen door een andere zorgaanbieder.
Declaratie van geneesmiddelen bedoeld onder a en b geschiedt als onderdeel van een dbc-zorgproduct, of via een aparte declaratietitel indien voor het betreffende geneesmiddel een add-on is vastgesteld en deze is opgenomen in de G-standaard.
Als uitzondering op het bepaalde in artikel 31 lid 6 onderdeel c van deze regeling kan een in Nederland geregistreerd geneesmiddel dat niet voorradig is, worden vervangen door een geneesmiddel waarvoor een handelsvergunning is afgegeven buiten Nederland. Het gaat in dat geval om een geneesmiddel dat dezelfde werkzame stof, toedieningsvorm en sterkte bevat. Het vervangende geneesmiddel met een buitenlandse registratie wordt met het ZI nummer van het Nederlandse product gedeclareerd.
Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren worden per verstrekking gedeclareerd. Meerdere verstrekkingen van een geneesmiddel op één dag leiden dus tot meerdere declarabele prestaties, ongeacht de indicatie(s) waarvoor het geneesmiddel wordt verstrekt.
Geneesmiddelen mogen alleen in rekening worden gebracht indien deze zijn verstrekt/toegediend aan de patiënt.
Om dubbele bekostiging te voorkomen, mogen eventuele nog bruikbare geneesmiddelen die na deze verstrekking retour worden genomen door de (ziekenhuis)apotheek en opnieuw worden verstrekt aan een andere patiënt, alleen in rekening worden gebracht bij (de zorgverzekeraar van) de laatste patiënt die het geneesmiddel ontvangt.
Hoofdstuk VI
Artikel 31
Algemene declaratiebepalingen
Onderdeel van Regeling medisch-specialistische zorg· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024