**1.** Bij onderlinge dienstverlening wordt alleen door de opdrachtgever een dbc-zorgproduct of overig zorgproduct in rekening gebracht bij de zorgverzekeraar of de patiënt.
**2.** Bij onderlinge dienstverlening brengt de opdrachtnemende zorgaanbieder het door hem uitgevoerde deel van het dbc-zorgproduct of (een deel van) een overig zorgproduct uitsluitend in rekening bij de opdrachtgevende zorgaanbieder.
**3.** Vervallen
**4.** De bepalingen in het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op Wbmv-zorg indien alleen de opdrachtnemende zorgaanbieder een Wbmv-vergunning heeft voor het uitvoeren van de zorg.
**5.** Indien een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert in meerdere instellingen werkzaam is en de patiënt vanuit de initiële instelling naar zichzelf verwijst in een andere instelling, wordt de geleverde zorg in de andere instelling via onderlinge dienstverlening in rekening gebracht bij de initiële instelling.
**6.** De verplichting genoemd in het vorige lid om zorg via onderlinge dienstverlening in rekening te brengen bij de initiële instelling, geldt niet indien:
de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor de zorgvraag en die vanuit een categorale instelling voor gespecialiseerde zorg is gedetacheerd in een ziekenhuis en de patiënt vanuit dat ziekenhuis verwijst naar de categorale instelling voor gespecialiseerde zorg, waarin dezelfde beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert de patiënt (verder) zal behandelen.
de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor de patiënt met een (hoog)complexe zorgvraag, vanuit de initiële instelling verwijst naar een andere instelling waar dezelfde beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, de patiënt (verder) zal behandelen, omdat de benodigde behandelfaciliteiten, kennis of kunde in de initiële instelling ontbreken.
de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor de zorgvraag, de patiënt vanuit de initiële instelling verwijst naar een andere instelling waar dezelfde beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, de patiënt (verder) zal behandelen, omdat de zorg waar de zorgvraag van de patiënt betrekking op heeft door diens zorgverzekeraar niet gecontracteerd is bij de initiële instelling, maar wel bij die andere instelling.
de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor de zorgvraag, de patiënt vanuit de initiële instelling verwijst naar een andere instelling waar dezelfde beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, de patiënt (verder) zal behandelen, omdat beide hiervoor genoemde instellingen met betrekking tot de zorgvraag van de patiënt een geformaliseerde vorm van samenwerking met elkaar hebben. Ook het terugverwijzen naar de initiële instelling kan onderdeel zijn van deze geformaliseerde samenwerking. Deze uitzondering is slechts mogelijk onder de voorwaarde dat de zorgverzekeraar(s) waarmee de samenwerkende instellingen contractafspraken maken, hier aanvullende afspraken over maken en deze vastleggen in het contract (contractvereiste).
**7.** Indien een acute zorgvraag wordt behandeld in een andere instelling dan de instelling waar de patiënt initieel onder behandeling is, wordt een dbc-zorgproduct in rekening gebracht door de instelling waar de acute zorgvraag wordt behandeld. Onderlinge dienstverlening is dan niet van toepassing.
**8.** Indien zorg wordt verleend door een andere instelling in het kader van een second opinion wordt een dbc-zorgproduct in rekening gebracht door de instelling die de second opinion heeft uitgevoerd. Onderlinge dienstverlening is dan niet van toepassing.
**9.** In het kader van onderlinge dienstverlening leveren de betrokken zorgaanbieders elkaar de daarvoor benodigde persoonsgegevens aan.
Hoofdstuk VI
Artikel 32
Onderlinge dienstverlening
Onderdeel van Regeling medisch-specialistische zorg· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026