**1.** Een declaratie van een dbc-zorgproduct vermeldt de volgende gegevens:
Dbc-zorgproduct startdatum. Een subtraject wordt afgeleid tot een dbc-zorgproduct en heeft een eigen startdatum.
Dbc-zorgproduct einddatum. Een subtraject wordt afgeleid tot een afzonderlijk dbc-zorgproduct en heeft een eigen einddatum.
Zorgtype.Het zorgtype is een component binnen de dbc-registratie waarmee het type subtraject wordt aangeduid. Er wordt onderscheid gemaakt tussen initiële subtrajecten (zorgtype 11), vervolg subtrajecten (zorgtype 21) en intercollegiale consulten (zorgtype 13).
(typerende) Diagnose. De diagnose die de geleverde zorg over de te declareren periode (het subtraject) het beste typeert.
Dbc-declaratiecode. Een 6-cijferige code die het zorgproduct en het gereguleerde tarief of de afgesproken prijs van het dbc-zorgproduct weergeeft. In het gereguleerde segment wordt aan elk dbc-zorgproduct een dbc-declaratiecode uit de NZa-tariefgroep 14 (verzekerde of mogelijk verzekerde zorg) en 16 (niet verzekerde zorg) gekoppeld. Aan elk dbc-zorgproduct in het vrije segment wordt een dbc-declaratiecode uit de NZa-tariefgroep 15 (verzekerde of mogelijk verzekerde zorg) en/of 17 (niet verzekerde zorg) gekoppeld.
Zorgtrajectnummer. Een uniek nummer waarmee het zorgtraject binnen de instelling wordt geïdentificeerd. Voor zorgtrajecten met ZT51 geldt dat ook het zorgtrajectnummer van het hieraan gekoppelde zorgtraject (ZT11 of ZT21) wordt vermeld op de declaratie.
Subtrajectnummer. Een uniek nummer waarmee het subtraject binnen de instelling wordt geïdentificeerd.
Hash-code. Een code die aangeeft dat de prestatie door een grouper is afgeleid. Indien er tussen de zorgaanbieder en zorgverzekeraar afspraken zijn vastgelegd om het gebruik van een grouper te borgen, is het vermelden van de hash-code bij de declaratie niet verplicht.
Gedeclareerd bedrag. Op de declaratie wordt het gedeclareerde bedrag van het dbc-zorgproduct opgenomen.
Dbc-zorgproductcode. De dbc-zorgproductcode is opgebouwd uit een dbc-zorgproductgroepcode (zes posities) aangevuld met de code van het dbc-zorgproduct binnen de groep (drie posities).
AGB-code uitvoerend specialisme. AGB-code van het uitvoerend specialisme wordt weergegeven middels de AGB-subberoepsgroep indeling. Indien een SEH-arts, arts-assistent, verpleegkundig specialist, physician assistant, klinisch technoloog of klinisch verloskundige geheel zelfstandig een zorgtraject uitvoert, wordt de AGB-subberoepsgroep indeling vermeld op basis van de typeringslijst waarvan deze beroepsbeoefenaar gebruik maakt.
Consumentenomschrijving (lekenomschrijving). Op de declaratie van de zorgaanbieder aan de patiënt wordt voor dbc-zorgproducten de zorgproduct consumentenomschrijving vermeld, zoals opgenomen in de ‘Zorgproducten Tabel’ (bijlage bij deze regeling).
Type verwijzer. Op de declaratie wordt het type verwijzer vermeld naar onderstaande classificatie:
Zelfverwijzer SEH (een patiënt die zich meldt bij de SEH zonder verwijzing).
Zelfverwijzer niet-SEH (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek zonder verwijzing).
Verwezen patiënt SEH (Een patiënt die zich meldt bij de SEH met een verwijzing).
Verwezen patiënt niet-SEH vanuit eerste lijn (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek met een verwijzing vanuit de eerste lijn).
Verwezen patiënt niet-SEH vanuit ander specialisme binnen dezelfde instelling (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek met een verwijzing van een ander medisch specialisme binnen dezelfde instelling).
Verwezen patiënt niet-SEH vanuit andere instelling (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek met een verwijzing van andere instelling).
Eigen patiënt (bijvoorbeeld ingeval vervolgtraject of nieuwe zorgvraag van eigen patiënt).
Verwezen patiënt niet-SEH vanuit eerste lijn, maar verwijzer heeft geen AGB-code.
AGB-code verwijzer. Indien er sprake is van type verwijzer genoemd onder m3, m4 en m6 wordt op de declaratie een AGB-code van de verwijzende zorgaanbieder vermeld. Dit is een instelling, een praktijk of een natuurlijk persoon. Indien er sprake is van type verwijzer genoemd onder m5 en m7 wordt op de declaratie de AGB-code van de natuurlijke persoon die doorverwijst vermeld.
AGB-code verwijzend specialisme. Indien er sprake is van type verwijzer genoemd onder m5, m6 of m7 wordt op de declaratie de AGB-code van het verwijzend specialisme vermeld.
p Afsluitreden. De afsluitreden wordt gecodeerd volgens de ‘Afsluitreden Tabel’ (bijlage bij deze regeling) en geeft de reden van sluiting van het traject weer.
Indicatie machtiging. Middels ‘ja’ of ‘nee’ wordt op de nota aangegeven of de declaratie wel of geen zorgactiviteiten bevat waarvoor een machtiging is vereist.
Zorgactiviteiten.
Indien één van de in de ‘Zorgactiviteiten Tabel’ (bijlage bij deze regeling) genoemde zorgactiviteiten deel uitmaakt van het zorgprofiel van een dbc-zorgproduct, worden de code, consumentenomschrijving, het aantal registraties en de uitvoerdatum van deze zorgactiviteit vermeld op de declaratie.
Bij de zorgactiviteiten 190854 t/m 190982 wordt de AGB-code van de uitvoerder (natuurlijk persoon) vermeld op de declaratie. Deze verplichting geldt voor de volgende zorgverleners: medisch specialist (revalidatiearts), fysiotherapeut, logopedist en ergotherapeut.
**2.** De verplichting genoemd in het eerste lid, onderdeel r (zorgactiviteiten), is niet van toepassing indien de patiënt en de zorgaanbieder gezamenlijk een ‘Privacyverklaring’ (bijlage bij deze regeling) hebben ondertekend. Deze verklaring is voor de zorgverzekeraar te allen tijde opvraagbaar.
**3.** De zorgaanbieder is verplicht in zijn administratie een afschrift te houden van een privacyverklaring als bedoeld in de bijlage bij deze regeling.
**4.** Controle door de zorgverzekeraar op de rechtmatigheid van nota’s die, vergezeld van een privacyverklaring als bedoeld in de bijlage bij deze regeling, ter betaling aan die zorgverzekeraar zijn aangeboden, vindt uitsluitend plaats door of onder de verantwoordelijkheid van een medisch adviseur.
Hoofdstuk VII
Artikel 36
Informatieverplichting bij declaratie van dbc-zorgproducten
Onderdeel van Regeling medisch-specialistische zorg· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026