Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Grondslag: proces-verbaal van opsporingsambtenaar

Onderdeel van Richtlijn bestuurlijke strafbeschikkingsbevoegdheid fysieke leefomgevingsfeiten (art. 257ba, tweede lid, Sv)· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024

De grondslag voor een bestuurlijke strafbeschikking is een proces-verbaal van een opsporingsambtenaar die bevoegd is tot de opsporing van de feiten genoemd in de bijlage. Tevens moet de opsporingsambtenaar bij het CJIB zijn aangemeld door een bevoegd gezag als een persoon die processen-verbaal ten behoeve van het uitvaardigen van bestuurlijke strafbeschikkingen fysieke leefomgevingsfeiten kan opmaken. Voor aanmelding bij het CJIB komen allereerst in aanmerking buitengewoon opsporingsambtenaren behorend tot domein II (Milieu, Welzijn & Infrastructuur) of domein VI (Douane) van de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar, die in dienst zijn van of werkzaam zijn voor de organisatie van een bevoegd gezag (zie § 2.1 en 3.1). Zij zijn op grond van hun akte van opsporing bevoegd tot de opsporing van strafbare feiten, daarin genoemd. Indien er een samenwerkingsovereenkomst is tussen het bevoegd gezag en de politie of een bijzondere opsporingsdienst kunnen ook algemeen opsporingsambtenaren bij het CJIB worden aangemeld. Voor het uitvaardigen van een bestuurlijke strafbeschikking kan worden volstaan met het opmaken van een verkort proces-verbaal op het hiervoor door de Minister van Veiligheid en Justitie vastgestelde standaardformulier (de zogenoemde ‘combibon’). Hierin wordt op hoofdzaken het bewijs voor de overtreding en de schuld van de verdachte beschreven. Ook de door de verdachte afgelegde verklaring maakt hiervan deel uit. Dit proces-verbaal heeft een drieledige functie: kennisgeving van de bestuurlijke strafbechikking aan de verdachte, onderbouwing van het voorstel aan het bevoegd gezag tot het opleggen van een boete, informatiebron voor het CJIB ten behoeve van het verzenden van een bestuurlijke strafbeschikking. Voor het geval tegen een bestuurlijke strafbeschikking voor fysieke leefomgevingsfeiten verzet wordt gedaan door de verdachte of sprake is van mislukte executie van een strafbeschikking, dient de betrokken opsporingsambtenaar in elk geval afzonderlijk vast te leggen en te bewaren: indien aanwezig: startinformatie, bijvoorbeeld een rapport van een toezichthouder of een melding, een overzicht van de verrichte opsporingshandelingen, eventueel vergaarde aanvullende gegevens met betrekking tot de feiten en omstandigheden waaronder de overtreding is begaan, en de instelling (bijv. aanmerkelijk calculerend) of de bijzondere gedragingen van de verdachte, in de gevallen waarin de verdachte door het bevoegd gezag is gehoord over een voornemen tot het uitvaardigen van een bestuurlijke strafbeschikking: het verslag hiervan. De resultaten van verrichte opsporingshandelingen met betrekking tot natuurlijke personen die als verdachte of getuige betrokken zijn geweest bij een feit waarvoor een proces-verbaal ten behoeve van een bestuurlijke strafbeschikking is opgemaakt, zijn gegevens in de zin van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Daarom wordt van het bevoegd gezag verwacht dat het toereikende maatregelen treft om te voldoen aan de bepalingen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming met betrekking tot het registreren of anderszins bewaren van die gegevens.

Rechtspraak bij dit artikel