Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Verzet

Onderdeel van Richtlijn bestuurlijke strafbeschikkingsbevoegdheid fysieke leefomgevingsfeiten (art. 257ba, tweede lid, Sv)· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024

Wanneer een verdachte in verzet gaat tegen een bestuurlijke strafbeschikking voor fysieke leefomgevingsfeiten wordt het bevoegd gezag dat de strafbeschikking heeft uitgevaardigd daarvan door het CJIB op de hoogte gesteld. Dan wordt verzocht om een eind-proces-verbaal. Nadat het CJIB het uitgewerkte proces-verbaal van het bevoegd gezag heeft ontvangen, draagt het CJIB de zaak (inclusief het uitgewerkte proces-verbaal) ter behandeling over aan het Parket CVOM.26Wanneer de bestuurlijke strafbeschikking betrekking heeft op een fysiek leefomgevingsfeit dat een economisch delict oplevert (en geen leefbaarheids- of kantonfeit betreft), wordt het verzet behandeld door het Functioneel Parket. In andere gevallen het Arrondissementsparket. Dit laat onverlet dat tijdens de behandeling van het verzet kan blijken dat de officier van justitie of de strafrechter behoefte heeft aan een aanvullend proces-verbaal. Bij de behandeling van het verzet is er contact met het bevoegd gezag dat de bestuurlijke strafbeschikking heeft uitgevaardigd. Een besluit tot intrekking of wijziging van een bestuurlijke strafbeschikking wordt niet genomen door de officier van justitie zonder voorafgaand overleg met het bevoegd gezag.

Rechtspraak bij dit artikel