In het besluit van 25 januari 2022 is de wijze waarop rekening moet worden gehouden met de wijziging per 15 juli 2014 van het OESO-commentaar ten aanzien van de belastingheffing over ontslagvergoedingen in een grensoverschrijdende situatie toegelicht.
Op 14 oktober 20221HR 14 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1436. heeft de Hoge Raad arrest gewezen over het belang van na de totstandkoming van een belastingverdrag gepubliceerd OESO-commentaar. Dergelijk verdragsposterieur commentaar is volgens de Hoge Raad niet altijd van belang bij de uitleg van een belastingverdrag. Het arrest geeft aanleiding tot herziening van het besluit. Daarbij ontstaat een verschil in de behandeling van ontslagvergoedingen tussen belastingverdragen die vóór en na 15 juli 2014 zijn gesloten. Met het sluiten van een belastingverdrag wordt in dit kader het moment van ondertekening bedoeld.
Dit besluit vervangt het besluit van 25 januari 2022, nr. 2022-19850. De belangrijkste wijzigingen zijn als volgt:
Het besluit is aangepast om onderscheid te maken tussen verdragen die vóór en na 15 juli 2014 zijn gesloten. Als uitgangspunt is op verdragen van vóór die datum de 4+ methode van toepassing en op verdragen van na die datum het OESO-commentaar van 15 juli 2014.
In onderdeel 5 wordt een goedkeuring gegeven voor situaties waarin toepassing van de zogenoemde 4+ methode leidt tot (gedeeltelijke) dubbele heffing omdat het andere verdragsland wel het OESO-commentaar van 15 juli 2014 toepast.
Het beleid dat in situaties van dubbele heffing bij onderlinge overlegprocedures wordt aangesloten bij het OESO-commentaar van 15 juli 2014 is vervallen.
Overige aanpassingen zijn van redactionele aard, daarmee is geen wijziging beoogd.
Artikel 1
Inleiding
Onderdeel van Belastingverdragen, OESO-commentaar, ontslagvergoedingen in grensoverschrijdende situaties· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024