Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Ontslagvergoedingen, historisch verloop

Onderdeel van Belastingverdragen, OESO-commentaar, ontslagvergoedingen in grensoverschrijdende situaties· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024

In 2004 heeft de Hoge Raad enkele arresten2HR 11 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AF7812, en ECLI:HR:2004:AF7816. gewezen over de behandeling van ontslagvergoedingen in internationale situaties. Daarin werd de zogenoemde 4+ methode geïntroduceerd. De verdeling van het heffingsrecht over een ontslagvergoeding volgt volgens deze methode, samengevat, de verdeling van het heffingsrecht over het salaris in het jaar van beëindiging van de dienstbetrekking en de vier daaraan voorafgaande jaren. Toedeling van het heffingsrecht aan een andere Staat komt volgens de Hoge Raad slechts in beeld als de ontslagvergoeding voor een corresponderend deel ten laste is gekomen van een werkgever in die Staat of een vaste inrichting of vast middelpunt in die Staat. Sinds 15 juli 2014 is in het OESO-commentaar een richtlijn opgenomen over de fiscale behandeling van ontslagvergoedingen. Het is inmiddels ook de Nederlandse uitleg dat ervan uit kan worden gegaan dat de ontslaguitkering volgens dit nieuwe OESO-commentaar moet worden toegerekend overeenkomstig de diensttijd waarop de hoogte van de ontslagvergoeding is gebaseerd. Doorgaans is dit de volledige diensttijd bij de werkgever die de ontslaguitkering betaalt. Als bijvoorbeeld door tijdsverloop het verloop van de dienstbetrekking niet (volledig) kan worden achterhaald en de juiste toerekening ook niet op een andere wijze in redelijkheid kan worden benaderd, wordt teruggevallen op de laatste twaalf maanden van de dienstbetrekking bij de betreffende werkgever. Op 14 oktober 2022 heeft de Hoge Raad het eerder genoemde arrest gewezen. Daarin verduidelijkt de Hoge Raad dat verdragsposterieur OESO-commentaar slechts van belang kan zijn voor de uitleg van een belastingverdrag wanneer dat commentaar niet verder gaat dan een precisering of verduidelijking van de verdragsbepalingen of het (verdragsanterieur) commentaar daarop. Er mag met andere woorden geen sprake zijn van een materiële wijziging ten opzichte van de eerste situatie.

Rechtspraak bij dit artikel