De officier van justitie heeft bij het nemen van beslissingen die het slachtoffer kunnen raken aandacht voor de kenbaar gemaakte belangen en wensen van het slachtoffer, de voorspelbaarheid van zijn beslissingen, de proportionaliteit van zijn beslissingen en de veiligheid van het slachtoffer. Naast de specifieke belangen die het slachtoffer kenbaar heeft gemaakt aan het openbaar ministerie, zijn er ook algemene belangen van slachtoffers waar het openbaar ministerie rekening mee houdt. Het strafproces kan een zware belasting vormen voor het slachtoffer, net zoals de confrontatie met de verdachte tijdens het proces. Elk slachtoffer krijgt een individuele beoordeling ter identificatie van specifieke beschermingsbehoeften.
Elk slachtoffer wordt door een opsporingsambtenaar individueel beoordeeld om specifieke beschermingsbehoeften te onderkennen. Doel van de individuele beoordeling is een systematische bescherming van slachtoffers tegen secundaire victimisatie, herhaald slachtofferschap, intimidatie en vergelding. Daartoe kunnen bijzondere beschermingsmaatregelen worden aangeboden om een passende bescherming te bieden. De opsporingsinstantie draagt in beginsel zorg voor de individuele beoordeling, waarna het openbaar ministerie deze beoordeling waar nodig kan actualiseren. De officier van justitie treft of vordert beschermende maatregelen wanneer dit gezien de individuele beoordeling noodzakelijk is.
Er wordt rekening gehouden met de fysieke integriteit van het slachtoffer door fysiek onderzoek aan het lichaam van het slachtoffer, bijvoorbeeld in het kader van forensisch-medisch onderzoek, niet vaker en uitgebreider te verrichten dan nodig is. Is de fysieke integriteit van het slachtoffer in gevaar vanwege gedragingen van de verdachte of veroordeelde, dan kan het slachtoffer worden beschermd door de inzet van beschermingsmaatregelen zoals een contact, gebieds- dan wel locatieverbod.
Tijdens het opsporingsonderzoek wordt rekening gehouden met de geestelijke integriteit van het slachtoffer door de ondervraging van het slachtoffer niet langer te laten duren dan strikt noodzakelijk is, waarbij onnodige herhaling wordt vermeden. Zo wordt het slachtoffer niet langer dan nodig geconfronteerd met het strafbare feit. Bij confrontaties met de verdachte wordt de correcte bejegening van het slachtoffer door de verdachte of diens raadsman te allen tijde in het oog gehouden.
Uitgangspunt is dat het openbaar ministerie geen informatie over het slachtoffer vrijgeeft indien deze informatie herleidbaar is tot individuele personen. Persoonlijke gegevens van het slachtoffer, zoals adresgegevens, worden niet vermeldt in processen-verbaal of documenten van het openbaar ministerie, tenzij deze gegevens redelijkerwijs van belang zijn voor de door de rechter te nemen beslissingen. Het openbaar ministerie deelt alleen de persoonlijke gegevens van het slachtoffer met de verdachte en derden als dit strafvorderlijk strikt noodzakelijk is. Met dit uitgangspunt wordt rekening gehouden bij het opstellen en vrijgeven van de tenlastelegging. Bij de voorlichting over strafzaken aan de pers wordt zeer terughoudend omgegaan met het verstrekken van persoonlijke gegevens van het slachtoffer.5Aanwijzing voorlichting opsporing en vervolging, onder 2.3.2. In het kader van de opsporing van strafbare feiten worden persoonlijke gegevens van het slachtoffer alleen gedeeld als dit dringend noodzakelijk is en het slachtoffer hier uitdrukkelijk toestemming voor heeft verleend.6Aanwijzing opsporingsberichtgeving, onder 3. In bijzondere gevallen kan bij een dringende reden en een zwaarwegend belang hierop na toestemming van het College van procureurs-generaal een uitzondering worden gemaakt. De brieven die het openbaar ministerie aan het slachtoffer stuurt hebben een apart adresblad dat niet wordt opgenomen in het procesdossier.
Artikel 2
De bescherming van de algemene belangen van het slachtoffer
Onderdeel van Aanwijzing slachtoffers in het strafproces· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2024