Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Kennisneming en afschriftverstrekking van (proces)stukken

Onderdeel van Aanwijzing slachtoffers in het strafproces· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2024

Het slachtoffer kan op grond van artikel 51b lid 1 Sv buiten het onderzoek ter terechtzitting de officier van justitie verzoeken om kennis te nemen van processtukken die voor hem van belang zijn. Het belang van het slachtoffer ziet zowel op strafvorderlijke belangen als op niet-strafvorderlijke belangen. De officier van justitie mag de kennisneming van processtukken door het slachtoffer weigeren als processtukken niet van belang zijn voor het slachtoffer. Processtukken zijn niet van belang voor het slachtoffer als deze processtukken geen betrekking hebben op het strafbare feit waardoor het slachtoffer schade heeft geleden. Artikel 51b Sv bevat geen expliciete grondslag voor het afwegen van het belang van het slachtoffer tegen andere belangen, maar gezien de wetsgeschiedenis wordt aangenomen dat de mogelijkheid tot deze belangenafweging wel bestaat. De officier van justitie mag de kennisneming van processtukken door het slachtoffer weigeren als het belang voor het slachtoffer onvoldoende opweegt tegen het belang van het onderzoek, het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer of het belang van de opsporing en vervolging van strafbare feiten dan wel tegen zwaarwichtige gronden aan het algemeen belang ontleend. Het slachtoffer moet het verzoek tot kennisneming van processtukken voldoende motiveren. De weigering om het slachtoffer kennis te laten nemen van processtukken omdat kennisneming niet in het belang van het slachtoffer is of het belang van het slachtoffer onvoldoende opweegt tegen andere belangen wordt schriftelijk en voorzien van een motivering aan het slachtoffer doorgegeven. De officier van justitie heeft geen toestemming nodig van de rechter-commissaris om de kennisneming van processtukken door het slachtoffer te weigeren, en het slachtoffer kan tegen deze beslissing geen bezwaar maken. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting kan het slachtoffer een (herhaald) verzoek tot kennisneming van processtukken richten tot het gerecht in feitelijke aanleg. Een slachtoffer ontvangt van het openbaar ministerie in beginsel een afschrift van de processtukken waar kennis van mag worden genomen. De officier van justitie kan echter besluiten dat er geen afschrift van bepaalde processtukken wordt verstrekt in het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de opsporing en vervolging van strafbare feiten of op zwaarwichtige gronden aan het algemeen belang ontleend. Dit besluit wordt schriftelijk medegedeeld aan het slachtoffer en hiertegen kan het slachtoffer binnen veertien dagen bezwaar maken bij de rechter-commissaris Als het opsporingsonderzoek naar het overlijden van een persoon niet tot de vervolging van een verdachte leidt, kunnen de stukken die tijdens het onderzoek zijn verzameld niet worden aangemerkt als processtukken. Evenmin kunnen nabestaanden informatie over het onderzoek naar het overlijden opvragen op grond van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, omdat de gegevens over een overleden persoon geen persoonsgegevens zijn. In de Aanwijzing verstrekking strafvorderlijke gegevens voor buiten de strafrechtspleging gelegen doeleinden staat onder welke voorwaarden niettemin informatie over de zaak aan de nabestaanden kan worden verstrekt.8Aanwijzing verstrekking strafvorderlijke gegevens voor buiten de strafrechtspleging gelegen doeleinden (aanwijzing wet justitiële en strafvorderlijke gegevens), onder VI.4.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel