Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Schadebehandeling

Onderdeel van Aanwijzing slachtoffers in het strafproces· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2024

Als het slachtoffer te kennen geeft dat schade is geleden en het slachtoffer de wens uit deze schade te willen verhalen binnen het strafproces, houdt het openbaar ministerie daar rekening mee bij de vervolgings- en afdoeningsbeslissing. Het openbaar ministerie kan geen rekening houden met door het slachtoffer geleden schade als het slachtoffer de omvang van deze schade niet tijdig en onderbouwd met bewijsstukken heeft doorgegeven. De officier van justitie houdt bij het opleggen van een OM-strafbeschikking rekening met de door het slachtoffer geleden schade. Een schadevergoedingsmaatregel kan worden opgelegd als het slachtoffer laat weten dat een schadevergoeding gewenst is en het slachtoffer het openbaar ministerie tijdig en onderbouwd heeft geïnformeerd over de geleden schade. Een schadevergoedingsmaatregel wordt in beginsel alleen opgelegd bij niet-complexe schadevorderingen. De officier van justitie mag uitgaan van door het slachtoffer aangedragen feiten en omstandigheden, tenzij de schadevordering de officier van justitie onrechtmatig of ongegrond voorkomt of te complex is. De officier van justitie kan de niet-ontvankelijkheid van de vordering benadeelde partij, of een deel daarvan, vorderen wanneer wordt geoordeeld dat deze vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De officier van justitie hoeft geen inhoudelijk oordeel te geven over de vordering benadeelde partij. Acht de officier van justitie de schadevordering toewijsbaar, dan wordt ten behoeve van natuurlijke personen altijd de oplegging van een schadevergoedingsmaatregel gevorderd. Het openbaar ministerie kan ook een schadevergoedingsmaatregel vorderen als geen vordering benadeelde partij is ingediend, indien duidelijk is dat het slachtoffer schadevergoeding wenst en dat de verdachte naar burgerlijk recht voor de schade aansprakelijk is. Het openbaar ministerie kan als voorwaarde bij een voorwaardelijke straf eisen dat de verdachte een geldbedrag stort in het schadefonds geweldsmisdrijven of andere instelling die zich ten doel stelt de belangen van slachtoffer van strafbare feiten te behartigen (artikel 14c lid 2 onder 4⁰ Sr). Als blijkt dat de benadeelde partij die een vordering heeft gedaan niet is ingelicht over de plaats, datum en tijdstip van de terechtzitting, verzoekt het openbaar ministerie in beginsel om de zaak aan te houden om de benadeelde partij alsnog in de gelegenheid te stellen de zaak bij te wonen. Het is mogelijk dat de benadeelde partij zich door een omissie van het openbaar ministerie niet heeft kunnen voegen in het strafproces. In dat geval kan het slachtoffer aan het openbaar ministerie een verzoek doen om een tegemoetkoming. Een tegemoetkoming kan worden toegekend als voldaan wordt aan twee voorwaarden. Ten eerste dient de voeging door de benadeelde partij beoogd te zijn geweest. Ten tweede moet de vordering, zo de benadeelde partij zich wel had kunnen voegen, toewijsbaar zijn geweest.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel