Naar hoofdinhoud

Artikel 11a

Wijziging in geval van een financieel tekort

Onderdeel van Tijdelijke regeling specifieke uitkering mobiliteitspakketten ten behoeve van woningbouw· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026

1. De Minister kan indien vrijgevallen middelen beschikbaar zijn het besluit tot verlening van de specifieke uitkering op aanvraag van de ontvanger wijzigen indien de ontvanger aantoont dat er een financieel tekort is bij de realisatie van een mobiliteitsmaatregel, genoemd in de bijlage, mits: voldaan blijft worden aan de eisen van deze regeling en aan het besluit tot verlening van de specifieke uitkering met betrekking tot de in ieder geval te realiseren mobiliteitsmaatregelen en woningen, met inachtneming van een gehonoreerde aanvraag als bedoeld in artikel 11; de ontvanger aantoont dat er geen mogelijkheden tot versobering of het treffen van alternatieve mobiliteitsmaatregelen zijn of dat deze niet haalbaar zijn; de noodzaak van een aanvullende specifieke uitkering is getoetst door de Minister; en er afspraken zijn gemaakt over de verdeling in een bestuurlijk overleg MIRT. 2. De specifieke uitkering, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste het aangevraagde bedrag maal het percentage, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel c, subonderdeel 7. 3. In afwijking van artikel 3, tweede lid, bedraagt het bedrag van de specifieke uitkering het daar bedoelde bedrag plus het bedrag dat is verleend op grond van het eerste lid. 4. De vrijgevallen middelen worden verdeeld overeenkomstig de afspraken die hierover zijn gemaakt in het desbetreffende bestuurlijk overleg MIRT of in het bestuurlijk overleg Leefomgeving in het jaar 2025. 5. De Minister maakt in de Staatscourant bekend: het bedrag van de vrijgevallen middelen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, met vermelding of het bedrag inclusief of exclusief compensabele btw is; en de aanvraagperiode.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel