Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Panelsamenstelling

Onderdeel van Beoordelingskader accreditatiestelsel hoger onderwijs Nederland· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 4 maart 2024

Alle beoordelingen die in dit kader zijn beschreven, worden verricht door een commissie van deskundigen zoals in de wet omschreven (artikel 5.2, lid 2, sub b en c van de WHW). De deskundigen zijn onafhankelijke en deskundige experts (peers). In het accreditatiekader wordt deze commissie aangeduid als ‘het panel’. In alle panels is een student-lid opgenomen. Panels worden ondersteund door een onafhankelijke secretaris die beschikt over de in dit kader genoemde deskundigheden. Bij de (verzwaarde) toets nieuwe opleiding en de instellingstoets bewaakt een procescoördinator van de NVAO de correcte procesgang en oordeelsvorming conform het kader. De procescoördinator verzorgt de contacten tussen het panel en de instelling. Een onafhankelijke secretaris stelt de rapportage op van de beoordelingen. De NVAO of de organisatie of adviseur die een beoordeling coördineert, draagt zorg voor training van de panelvoorzitter. De panelleden worden voorafgaand aan het locatiebezoek door de procescoördinator of secretaris voorgelicht over het kader en de procedure van de beoordeling, over de taak van het panel en over de van panelleden verwachte attitude tijdens de beoordeling. Voor de instellingstoets kwaliteitszorg en de (verzwaarde) toets nieuwe opleiding stelt de NVAO zelf een panel samen. Voor de beoordeling van bestaande opleidingen, de tussentijdse toets na drie jaar voor nieuwe opleidingen en de beoordeling van het voldoen aan voorwaarden, beoordeelt de NVAO een voorstel van de instelling voor de panelsamenstelling en de secretaris. Instellingen dienen voor de goedkeuring van de panelsamenstelling en de secretaris een aanvraag in bij de NVAO. De aanvraag geeft onderbouwd aan welke deskundigheden de panelleden hebben. De aanvraag gaat vergezeld van getekende onafhankelijkheidsverklaringen van de panelleden en de secretaris. De aanvraag dient tijdig voor de geplande beoordeling te zijn ingediend bij de NVAO. De NVAO stelt hiervoor een termijn vast. Voor alle panelleden en secretarissen gelden dezelfde eisen voor onafhankelijkheid. Dit zijn de volgende: zij hebben in de vijf jaar voorafgaand aan de beoordeling geen directe of indirecte banden gehad met de instelling of opleiding die zij beoordelen die kunnen leiden tot belangenverstrengeling of de schijn daarvan; zij zijn niet in dienst van de organisatie die, al dan niet in opdracht van een instelling, de beoordeling organiseert en hebben geen zakelijke belangen in de desbetreffende organisatie; zij hebben in de vijf jaar voorafgaand aan de beoordeling geen werk verricht ten behoeve van de te beoordelen opleiding of instelling dat onderwerp is van de beoordeling. Uitsluitend voor secretarissen geldt dat zij wel in dienst mogen zijn van de organisatie die de beoordeling organiseert. De beoordeling van onafhankelijkheid van panelleden is de verantwoordelijkheid van de NVAO en onderdeel van de goedkeuring van panels voor bestaande opleidingen. De NVAO voert deze beoordeling uit op basis van informatie die de panelleden, secretarissen en betrokken instellingen aanreiken. Panelleden en secretarissen verklaren daartoe dat zij voldoen aan de eisen voor onafhankelijkheid en geven daarnaast aan of er andere zaken zijn die relevant zijn voor hun onafhankelijkheid. De NVAO vraagt aan panelleden en secretarissen die zij zelf benoemt voor de (verzwaarde) toets nieuwe opleiding of instellingstoets om, voorafgaand aan hun benoeming, te verklaren dat zij voldoen aan de eisen voor onafhankelijkheid. De NVAO vraagt hen daarbij andere zaken aan te geven die relevant zijn voor hun onafhankelijkheid. De NVAO vraagt aan de betrokken instelling om aan te geven of er zaken zijn die hierop betrekking kunnen hebben. De NVAO beoordeelt op deze manier of er voldoende waarborgen zijn dat het panel als geheel en de secretaris onafhankelijk hun taak zullen uitvoeren. De peers voor de instellingstoets kwaliteitszorg zijn gezaghebbend op bestuurlijk niveau of binnen de ontwikkeling van het hoger onderwijs, auditdeskundig of vertegenwoordigen het maatschappelijk veld. Het panel beschikt gezamenlijk over onderstaande expertises: bestuurlijke deskundigheid; hoger onderwijsdeskundigheid, bij voorkeur ook wat betreft ontwikkelingen buiten Nederland; deskundigheid op het gebied van de inrichting en effectiviteit van kwaliteitszorgsystemen; recente ervaring in het (internationale) maatschappelijk veld of het werkveld waar de instelling in opereert; recente ervaring als student in het hoger onderwijs. Het panel bestaat uit ten hoogste vijf leden, inclusief ten minste één student-lid. De peers voor opleidingsbeoordelingen zijn onafhankelijk, gezaghebbend in hun vakgebied en beschikken gezamenlijk over onderstaande deskundigheden: actuele kennis van het desbetreffende vakgebied; uitgebreide en recente ervaring met het verzorgen van onderwijs en toetsing in hetzelfde type onderwijs (hbo/wo associate degree/bachelor/master); in staat zijn om de opleiding te vergelijken in internationaal perspectief; recente ervaring in het (internationale) werkveld van het vakgebied; ervaring met peer review in het hoger onderwijs; recente ervaring als student in het hoger onderwijs; indien van toepassing: kennis van een specifiek didactisch concept; indien van toepassing: deskundigheid op het vlak van het aangevraagde bijzonder kenmerk. Het panel bestaat uit ten minste vier leden. Ten minste één student uit het hoger onderwijs maakt deel uit van het panel. De secretaris beschikt over de volgende deskundigheden: heeft grondige kennis van het accreditatiekader en van de regels en richtlijnen die gelden voor de beoordeling van opleidingen in het hoger onderwijs; is in staat het proces van beoordeling en oordeelsvorming conform het kader te bewaken en begeleiden, met inbegrip van: het vooroverleg van het panel; de kalibratie van het panel met betrekking tot de interpretatie van de standaarden, beslisregels en oordelen in het accreditatiekader; de beoordeling van gerealiseerde leerresultaten conform de richtlijnen die de NVAO hiervoor geeft; is in staat formeel correct en voor een breed publiek leesbaar te rapporteren over beoordelingen. De secretaris zal periodiek moeten laten zien dat hij/zij bekwaam en vaardig is in het bewaken en begeleiden van visitatieprocessen, het accreditatiekader goed kent en kwalitatief goede rapporten opstelt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel