Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Verzwaarde toets nieuwe opleiding

Onderdeel van Beoordelingskader accreditatiestelsel hoger onderwijs Nederland· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 4 maart 2024

Een rechtspersoon die tot het stelsel van geaccrediteerd hoger onderwijs wil toetreden en een geaccrediteerde opleiding wil verzorgen, dient door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap erkend te worden als rechtspersoon voor hoger onderwijs (rpho). De procedure voor deze erkenning bestaat uit twee delen: de verzwaarde toets nieuwe opleiding door de NVAO van een door de rechtspersoon aangeboden bachelor- of masteropleiding; de toelatingstoets door het Ministerie van OCW; onderdeel daarvan is een onderzoek door de Inspectie van het Onderwijs. In dit kader is alleen de verzwaarde toets nieuwe opleiding beschreven. De verzwaarde toets nieuwe opleiding kan niet op basis van een associate degree-opleiding worden afgenomen. Een locatiebezoek maakt deel uit van de verzwaarde toets nieuwe opleiding. Het panel stelt na afloop van de beoordeling een adviesrapport op voor de NVAO dat oordelen bevat op alle standaarden en een gemotiveerd eindoordeel. De NVAO neemt een besluit op basis van dit rapport. Na positieve uitkomst van de verzwaarde toets nieuwe opleiding kan de aanvrager erkenning als rechtspersoon voor hoger onderwijs aanvragen bij het Ministerie van OCW. De aanvrager kan de opleiding pas in CROHO laten registreren als de Minister positief besluit. De beoordeling is geen plantoetsing maar kijkt naar de gerealiseerde kwaliteit. De NVAO beoordeelt de kwaliteit van de opleiding aan de hand van het kader voor bestaande opleidingen inclusief de aanvullingen voor instellingen die geen erkenning ITK hebben. De volgende beslisregels gelden voor de verzwaarde toets nieuwe opleiding. Alle standaarden moeten voldoende zijn. Het eindoordeel kan alleen positief of negatief zijn. Oordeel per standaard Het panel voorziet elke standaard van een oordeel: Voldoet: de opleiding voldoet op de standaard aan basiskwaliteit. Voldoet niet: de opleiding voldoet niet aan basiskwaliteit op de standaard. Basiskwaliteit: de kwaliteit die in internationaal perspectief redelijkerwijs mag worden verwacht van een bachelor- of masteropleiding binnen het hoger onderwijs. Eindoordeel Het panel adviseert tevens een gewogen en gemotiveerd eindoordeel over de opleiding. Daarbij neemt het de volgende beslisregel in acht: Positief: op alle standaarden ‘voldoet’. Negatief: ‘voldoet niet’ op een of meer standaarden. De aanvraag voor een verzwaarde toets nieuwe opleiding bij de NVAO is onderdeel van de procedure voor erkenning als rechtspersoon voor hoger onderwijs (rpho). De aanvrager stelt hiervoor een informatiedossier op dat vergelijkbaar is met de zelfevaluatie van een bestaande opleiding, inclusief de bijdrage van studenten. De aanvrager voegt aan het dossier een overzicht toe van beschikbare eindwerken of vergelijkbare producten ten behoeve van de toetsing van de gerealiseerde leerresultaten. De aanvrager onderbouwt in het dossier dat de opleiding voldoet aan de ‘volkomen cycluseis’: het onderwijs wordt door de aanvrager in Nederland verzorgd en er zijn afgestudeerden die het te beoordelen curriculum van de opleiding volledig hebben doorlopen. Pas nadat de NVAO heeft vastgesteld dat de opleiding voldoet aan de ‘volkomen cycluseis’ zal zij een panel samenstellen voor de beoordeling. De verzwaarde toets nieuwe opleiding en de accreditatie nieuwe opleiding die bij goed gevolg wordt verkregen, betreffen het geheel van de opleiding, inclusief alle varianten (voltijds, deeltijds en duaal), afstudeerrichtingen en specialisaties, en alle locaties waar de opleiding wordt aangeboden. In de verzwaarde toets nieuwe opleiding wordt tevens beoordeeld of de opleiding voldoet aan de daarvoor van toepassing zijnde (wettelijke) beroepsvereisten. De aanvrager geeft in de aanvraag en het informatiedossier een compleet beeld van al deze aspecten van de opleiding. In het informatiedossier voor de verzwaarde toets nieuwe opleiding verantwoordt de instelling de keuze voor de opleidingstaal en besteedt daarbij aandacht aan de eisen die vanuit het regionale, het nationale en het internationale perspectief door het beroepenveld en het vakgebied worden gesteld aan de inhoud van de opleiding. Bij opleidingen die volledig in een andere taal dan het Nederlands worden aangeboden, gaat de instelling in op de noodzaak van de keuze voor anderstalig onderwijs voor het realiseren van de beoogde leerresultaten van de opleiding. Het panel geeft in zijn adviesrapport aan of het deze verantwoording navolgbaar acht.

Rechtspraak bij dit artikel