De beoordeling van bestaande opleidingen vindt plaats in een visitatie door een panel van onafhankelijke en deskundige peers dat door de NVAO is goedgekeurd. De opleiding toont aan dat de onderwijspraktijk aan de standaarden voldoet. De beoordeling richt zich op gerealiseerde kwaliteit en betreft de beoogde leerresultaten, de inrichting van het curriculum, de leeromgeving, de toetsing, het docententeam en de gerealiseerde leerresultaten. Deze beoordeling vindt plaats in vergelijkend perspectief met verwante opleidingen.
Een locatiebezoek maakt deel uit van de beoordeling. Het panel biedt betrokkenen bij de opleiding de gelegenheid om ook buiten de gesprekken van het locatiebezoek in vertrouwelijkheid zaken naar voren te brengen die zij van belang achten voor de beoordeling. In het programma voor het bezoek is in ieder geval voorzien in aparte sessies met studenten en docenten. Na afloop van de beoordeling stelt het panel een adviesrapport op waarin het per standaard een gemotiveerd oordeel geeft en dit onderbouwt vanuit de bevindingen tijdens de beoordeling. Tevens neemt het panel een gemotiveerd eindoordeel op in het rapport.
De NVAO kan aan de accreditatie bestaande opleiding voorwaarden verbinden. De opleiding moet in dat geval binnen de door de NVAO gestelde termijn aantonen dat zij aan deze voorwaarden voldoet, anders kan de NVAO de accreditatie intrekken.
Het panel voert tevens een ontwikkelgesprek met de opleiding, waarin mogelijke verbeteringen vanuit een ontwikkelperspectief aan de orde komen. Het panel legt de uitkomsten van het ontwikkelgesprek vast in een afzonderlijk document dat geen deel uitmaakt van de accreditatieaanvraag. Aan de openbaarmaking van dit document zijn wettelijke eisen gesteld.
Standaard 1: De beoogde leerresultaten passen bij het niveau en de oriëntatie van de opleiding en zijn afgestemd op de verwachtingen van het beroepenveld en het vakgebied en op internationale eisen.
De beoogde leerresultaten beschrijven aantoonbaar het niveau (associate degree, bachelor of master) zoals gedefinieerd in het Nederlands kwalificatieraamwerk en de oriëntatie (hbo of wo) van de opleiding. Ze sluiten bovendien aan bij de actuele eisen die vanuit het regionale, het nationale en het internationale perspectief door het beroepenveld en het vakgebied worden gesteld aan de inhoud van de opleiding. Voor zover van toepassing zijn de beoogde leerresultaten tevens in overeenstemming met relevante wet- en regelgeving.
Aanvullende aspecten voor instellingen zonder erkenning ITK
Aangezien de volgende aspecten in de instellingstoets worden beoordeeld, dienen deze voor opleidingen in een instelling zonder erkenning ITK aanvullend te worden beoordeeld:
De uitgangspunten voor de inrichting van de opleiding passen bij de onderwijsvisie en het profiel van de instelling.
De beoogde leerresultaten worden periodiek geëvalueerd.
Standaard 2: Het programma, de onderwijsleeromgeving en de kwaliteit van het docententeam maken het voor de instromende studenten mogelijk de beoogde leerresultaten te realiseren.
De beoogde leerresultaten zijn adequaat vertaald in leerdoelen van (onderdelen van) het programma. Hierbij wordt rekening gehouden met de diversiteit van de toegelaten studenten. De docenten zijn zowel inhoudelijk als didactisch voldoende deskundig om de opleiding te verzorgen en geven begeleiding. De onderwijsleeromgeving bevordert dat studenten op actieve wijze deelnemen aan de vormgeving van het eigen leerproces (student-centred).
Indien het onderwijs in een andere taal dan het Nederlands wordt verzorgd, motiveert de opleiding deze keuze. Dit geldt ook indien de opleiding een anderstalige opleidingsnaam hanteert. Docenten beschikken over voldoende beheersing van de taal waarin zij doceren.
Voorzieningen worden niet beoordeeld, tenzij deze specifiek voor de betreffende opleiding zijn getroffen.
Het bovenstaande houdt in dat bij alle opleidingsbeoordelingen, in instellingen met en zonder erkenning ITK, de volgende aspecten worden meegewogen:
De opleiding hanteert toelatingseisen die realistisch zijn met het oog op de beoogde leerresultaten.
Studenten ontvangen een passende begeleiding. De informatievoorziening van de opleiding is adequaat.
De inrichting van de leeromgeving bevordert de toegankelijkheid en studeerbaarheid van het onderwijs, mede voor studenten met een functiebeperking.
Aanvullende aspecten voor instellingen zonder erkenning ITK
Aangezien de volgende aspecten in de instellingstoets worden beoordeeld, dienen deze voor opleidingen in een instelling zonder erkenning ITK aanvullend te worden beoordeeld:
De inrichting van de leeromgeving past bij de onderwijsvisie van de instelling.
De omvang van het personeelsbestand is toereikend.
In het geval dat de opleiding in een andere taal dan het Nederlands wordt aangeboden, draagt het personeelsbeleid ertoe bij dat docenten in staat zijn in die taal te doceren.
Standaard 3: De opleiding beschikt over een adequaat systeem van toetsing.
De beoordeling is valide, betrouwbaar en voldoende onafhankelijk. De eisen zijn helder voor de studenten. De kwaliteit van de tentaminering en examinering wordt voldoende gewaarborgd en voldoet aan de wettelijke deugdelijkheidsvereisten. De toetsen ondersteunen het eigen leerproces van de student. De examencommissie oefent haar wettelijke taken en bevoegdheden uit.
Standaard 4: De opleiding toont aan dat de beoogde leerresultaten zijn gerealiseerd.
Het realiseren van de beoogde leerresultaten blijkt uit de uitkomsten van toetsen, de eindwerken en de wijze waarop afgestudeerden in de praktijk of in een vervolgopleiding functioneren.
Als een instelling geen erkenning ITK heeft, beoordeelt het panel tevens de standaarden 5 en 6:
Standaard 5: De huisvesting en de materiële voorzieningen zijn toereikend voor de realisatie van het programma.
De huisvesting van de opleiding en de voorzieningen passen bij de beoogde leerresultaten en de onderwijsleeromgeving.
Standaard 6: De opleiding kent een expliciete en breed gedragen kwaliteitszorg, bevordert de kwaliteitscultuur en is gericht op ontwikkeling.
De opleiding organiseert effectieve periodieke feedback die de realisatie van de beoogde leerresultaten ondersteunt. Bij bestaande opleidingen vinden geëigende verbeteringen plaats naar aanleiding van de uitkomsten van de vorige beoordeling. Hierbij worden passende evaluatie- en meetactiviteiten ingezet. De uitkomsten van deze evaluatie vormen aantoonbaar de basis voor ontwikkeling en verbetering. De opleiding legt intern verantwoording af over de bijdrage van de opleiding aan het realiseren van de strategische doelen van de instelling. Kwaliteitszorg verzekert realisatie van de beoogde leerresultaten. Bij de interne kwaliteitszorg zijn de opleidings- en examencommissies, medewerkers, studenten, alumni en het afnemende beroepenveld van de opleiding actief betrokken. De ontwerpprocessen en de erkenning en borging van de kwaliteit van de opleiding zijn in overeenstemming met de ESG. De opleiding publiceert accurate, betrouwbare en voor de doelgroepen goed toegankelijke informatie over de kwaliteit van de opleiding.
Oordeel per standaard
Het panel voorziet elke standaard van een oordeel:
Voldoet:
de opleiding voldoet op de standaard aan basiskwaliteit.
Voldoet ten dele:
de opleiding voldoet in belangrijke mate aan basiskwaliteit op de standaard maar er zijn verbeteringen nodig om volledig aan de standaard te voldoen (zie aanvullende beslisregels voorwaarden).
Voldoet niet:
de opleiding voldoet niet aan basiskwaliteit op de standaard.
Basiskwaliteit:
de kwaliteit die in internationaal perspectief redelijkerwijs mag worden verwacht van een associate degree-, bachelor- of masteropleiding binnen het hoger onderwijs.
Voor instellingen met erkenning ITK
Eindoordeel
Het panel adviseert tevens een gewogen en gemotiveerd eindoordeel over de opleiding. Daarbij neemt het de volgende beslisregels in acht:
Positief:
op alle standaarden ‘voldoet’.
Positief onder voorwaarden:
standaard 1 voldoet en maximaal op twee standaarden een ‘voldoet ten dele’ waarbij het panel het opleggen van voorwaarden adviseert (zie aanvullende beslisregels voorwaarden).
Negatief:
In de volgende situaties:
– ‘voldoet niet’ op een of meer standaarden;
– ‘voldoet ten dele’ op standaard 1;
– ‘voldoet ten dele’ op een of twee standaarden waarbij het panel niet adviseert om voorwaarden op te leggen;
– op drie of meer standaarden ‘voldoet ten dele’.
Aanvullende beslisregels voorwaarden
Bij een ‘voldoet ten dele’ voldoet de opleiding in belangrijke mate aan de basiskwaliteit, maar er zijn verbeteringen nodig om volledig aan de standaard te voldoen. Hiertoe worden voorwaarden opgelegd.
Voor een eindoordeel ‘Positief onder voorwaarden’ vraagt het panel zich af of het haalbaar is dat de opleiding binnen twee jaar aantoont dat deze verbeteringen heeft gerealiseerd. Alleen wanneer het panel vaststelt dat dit realistisch is, adviseert het panel tot het stellen van voorwaarden. Het panel formuleert dan concreet welke voorwaarden moeten worden opgelegd. Acht het panel realisatie van de noodzakelijke verbeteringen in twee jaar niet haalbaar dan wordt het eindoordeel ‘Negatief’.
De NVAO besluit over het opleggen van voorwaarden aan de opleiding. Wanneer daarbij wordt vastgesteld dat het niet realistisch is binnen twee jaar aan de voorwaarden te voldoen, ziet zij af van het stellen van voorwaarden en wordt het eindoordeel ‘Negatief’.
Voor instellingen zonder erkenning ITK
Eindoordeel
Het panel adviseert tevens een gewogen en gemotiveerd eindoordeel over de opleiding. Daarbij neemt het de volgende beslisregels in acht:
Positief:
op alle standaarden ‘voldoet’.
Positief onder voorwaarden:
standaard 1 voldoet en maximaal op drie standaarden een ‘voldoet ten dele’ waarbij het panel het opleggen van voorwaarden adviseert (zie aanvullende beslisregels voorwaarden).
Negatief:
In de volgende situaties:
– ‘voldoet niet’ op een of meer standaarden;
– ‘voldoet ten dele’ op standaard 1;
– ‘voldoet ten dele’ op een tot drie standaarden waarbij het panel niet adviseert om voorwaarden op te leggen;
– op vier of meer standaarden ‘voldoet ten dele’.
Aanvullende beslisregels voorwaarden
Bij een ‘voldoet ten dele’ voldoet de opleiding in belangrijke mate aan de basiskwaliteit, maar er zijn verbeteringen nodig om volledig aan de standaard te voldoen. Hiertoe worden voorwaarden opgelegd.
Voor een eindoordeel ‘Positief onder voorwaarden’ vraagt het panel zich af of het haalbaar is dat de opleiding binnen twee jaar aantoont dat deze verbeteringen heeft gerealiseerd. Alleen wanneer het panel vaststelt dat dit realistisch is, adviseert het panel tot het stellen van voorwaarden. Het panel formuleert dan concreet welke voorwaarden moeten worden opgelegd. Acht het panel realisatie van de noodzakelijke verbeteringen in twee jaar niet haalbaar dan wordt het eindoordeel ‘Negatief’.
De NVAO besluit over het opleggen van voorwaarden aan de opleiding. Wanneer daarbij wordt vastgesteld dat het niet realistisch is binnen twee jaar aan de voorwaarden te voldoen, ziet zij af van het stellen van voorwaarden en wordt het eindoordeel ‘Negatief’.
Opleidingen die een accreditatie nieuwe opleiding hebben, dienen ter verkrijging van een accreditatie bestaande opleiding uiterlijk op de inleverdatum van de visitatiegroep een accreditatieaanvraag in bij de NVAO, voorzien van een visitatierapport. Voor opleidingen die al een accreditatie bestaande opleiding hebben verkregen, volstaat het dat zij uiterlijk op de inleverdatum een visitatierapport indienen bij de NVAO.
In het geval dat het panel als uitkomst van de visitatie voorwaarden adviseert, voegt de instelling aan het visitatierapport een verbeterplan toe en het advies hierover van de opleidingscommissie. In het geval dat een opleidingscommissie niet wettelijk is voorgeschreven, voegt de instelling een advies van het panel over het verbeterplan toe. In beide gevallen dient de instelling deze stukken uiterlijk op de inleverdatum in bij de NVAO. De inleverdatum wordt strikt gehanteerd.
In de zelfevaluatie voor de visitatie verantwoordt de instelling de keuze voor de opleidingstaal en besteedt daarbij aandacht aan de eisen die vanuit het regionale, het nationale en het internationale perspectief door het beroepenveld en het vakgebied worden gesteld aan de inhoud van de opleiding. Bij opleidingen die volledig in een andere taal dan het Nederlands worden aangeboden, gaat de instelling in op de noodzaak van de keuze voor anderstalig onderwijs voor het realiseren van de beoogde leerresultaten van de opleiding. Het panel geeft in het visitatierapport aan of het deze verantwoording navolgbaar acht.
De accreditatie van een bestaande opleiding betreft het geheel van de opleiding, inclusief alle varianten (voltijds, deeltijds en duaal), afstudeerrichtingen en specialisaties, en alle locaties waar de opleiding wordt aangeboden. Indien van toepassing wordt bij de accreditatie van een bestaande opleiding tevens beoordeeld of deze voldoet aan (wettelijke) beroepsvereisten. De instelling geeft in de aanvraag en het visitatierapport een compleet beeld van al deze aspecten van de opleiding.
Artikel 4
Accreditatie bestaande opleiding
Onderdeel van Beoordelingskader accreditatiestelsel hoger onderwijs Nederland· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 4 maart 2024