Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Voorwaarden algemeen nut investeringen

Onderdeel van Besluit algemeen nut investeringen· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 3 april 2024

Het primaire doel van de investering is het rechtstreeks verwezenlijken of bevorderen van een of meer van de algemeen nuttige doelen van de ANBI, zoals opgenomen in haar statuten. Dit doel (of deze doelen) moet(en) voldoende concreet bepaald zijn en ook feitelijk geheel dan wel nagenoeg geheel worden gediend met de investering.4Artikel 5b, eerste lid, sub a, ten eerste en derde lid AWR juncto artikel 1a, eerste lid, onderdeel b en vijfdelid UR AWR. De werkzaamheden van een ANBI moeten rechtstreeks erop zijn gericht enig algemeen belang te dienen5Dit volgt o.a. uit de uitspraak van Gerechtshof Den Haag van 20 januari 2021, nr. BK-20/00480, ECLI:NL:GHDHA:2021:270 en de uitspraak van Rechtbank Noord-Holland van 16 januari 2014, nr. AWB 13/2344, ECLI:NL:RBNHO:2014:201. en het doel dat door de ANBI wordt beoogd moet (nagenoeg) geheel ten bate van het algemeen belang strekken. Een ANBI moet dus meer zijn dan alleen een doorgeefluik. Het enkel financieel of op andere wijze ondersteunen van een ander lichaam is op zichzelf onvoldoende, behalve als het doel van de ANBI is het ondersteunen van een of meerdere specifieke ANBI’s (artikel 5b, lid 3, onderdeel m, AWR). Om als algemeen nuttige activiteit te kunnen worden aangemerkt is het nodig dat de investering past binnen de eigen algemeen nuttige doelstelling van de investerende ANBI. Dit vereist dat het doel van de investering voldoende concreet is, bijvoorbeeld een specifiek project dat of een bepaalde activiteit die aansluit bij de algemeen nuttige doelstelling van de ANBI. Daarbij wordt van de investerende ANBI bovendien een actieve houding en betrokkenheid verwacht om te kunnen waarborgen dat de investering ook feitelijk past en blijft passen binnen haar eigen algemeen nuttige doelstelling. Onder het voorgaande valt niet de situatie van een concern met een topstichting, waarbij de feitelijke werkzaamheden plaatsvinden op het niveau van de onderliggende vennootschap(pen).6Zie o.a. de uitspraak van gerechtshof Den Haag van 20 januari 2021, nr. BK-20/00480, ECLI:NL:GHDHA:2021:270 In die situatie is niet zozeer sprake van een investering, maar van een bepaalde vormgeving van de concernstructuur. Daarbij kunnen de activiteiten van de onderliggende vennootschap(pen) niet aan de topstichting worden toegerekend. Een voorbeeld waar in dit verband wel aan kan worden gedacht is de situatie waarin een instelling investeringen doet die passen binnen haar eigen doelstelling en deze investeringen weer afstoot op het moment dat deze niet langer of in onvoldoende mate bijdragen aan die doelstelling. De investering is geen zakelijke activiteit met als primair doel om daarmee een voordeel te behalen. Deze voorwaarde sluit aan bij voorwaarde a. Als sprake is van een zakelijke activiteit met als primair doel het behalen van een voordeel, dan is deze activiteit niet primair gericht op het realiseren van de algemeen nuttige doelstelling. Dit betekent niet dat als met een investering een voordeel wordt behaald, deze investering niet als algemeen nut investering kan kwalificeren. Van belang is steeds wat primair met de investering wordt beoogd. Het uitlenen van geld of het anderszins doen van investeringen, een en ander onder marktconforme voorwaarden, is in principe een normale, zakelijke activiteit, die niet als algemeen nuttig kwalificeert.7Kamerstukken II 2011/12, 33 003, nr. 17, p. 52. Bij de beoordeling of een investering als algemeen nut investering kwalificeert, is van belang dat andere (commerciële) partijen niet of onvoldoende bereid zijn om diezelfde investering te doen, gelet op de financiële risico’s die daaraan verbonden zijn. De investering van de ANBI is dan cruciaal voor het doorgang vinden van de activiteit of het project waarin wordt geïnvesteerd. Voegen andere (commerciële) investeerders zich bij de investerende ANBI, dan kan dat een indicatie zijn dat de investering niet (langer) primair is gericht op het (rechtstreeks) realiseren van de algemeen nuttige doelstelling. Uiteraard is daarbij steeds van belang wat de reden is dat andere (commerciële) investeerders bereid zijn om (mee) te investeren. Is dat bijvoorbeeld omdat de ANBI bepaalde financiële garanties afgeeft en/of zij onder gunstigere voorwaarden investeren dan de ANBI, waardoor ze minder risico lopen? In deze beide situaties kan de aanwezigheid van de ANBI nog steeds cruciaal zijn, namelijk voor de bereidheid van andere (commerciële) partijen om ook te investeren en daarmee de activiteit of het project waarin wordt geïnvesteerd doorgang te kunnen laten vinden. De ANBI neemt in laatstgenoemde situaties meer risico op zich, waarvan de andere investeerders in zekere zin profiteren. Dit kan onder omstandigheden betekenen dat met de investering niet primair het algemeen nut, maar particuliere belangen worden beoogd. Blijkt na verloop van tijd dat een investering structureel tot positieve opbrengsten leidt, waarmee deze (ook) interessant wordt voor andere (commerciële) partijen, dan kan dit eveneens een indicatie zijn dat deze investering vanaf een bepaald moment niet langer primair is gericht op het (rechtstreeks) realiseren van de algemeen nuttige doelstelling van de ANBI. Voor algemeen nut investeringen geldt, net als voor andere algemeen nuttige activiteiten, dat een instelling met het totaal van haar algemeen nuttige activiteiten geen winstoogmerk mag hebben (artikel 1a, eerste lid, onderdeel a, UR AWR). Ook geldt dat activiteiten geen algemeen nuttige activiteiten zijn als de instelling het geheel van die activiteiten tegen commerciële tarieven verricht (artikel 1a, vijfde lid, UR AWR). Een en ander wordt naar objectieve maatstaven beoordeeld. Het bedrag van de investering moet door de organisatie waarin wordt geïnvesteerd (nagenoeg) geheel worden aangewend ten behoeve van de activiteit(en) die of het project dat verband houdt met het doel van de investerende ANBI. Deze voorwaarde sluit eveneens aan bij voorwaarde a. Een investering van een ANBI in een commerciële organisatie kan voor de ANBI een algemeen nuttig karakter hebben als deze organisatie een bepaalde activiteit verricht of een bepaald project uitvoert dat aansluit bij de algemeen nuttige doelstelling van de investerende ANBI. Wordt het bedrag van de investering niet (nagenoeg) geheel aangewend voor deze activiteit of dit project, dan wordt met deze investering het doel van de ANBI feitelijk niet (nagenoeg) geheel gediend. Hierbij kan niet alleen worden gedacht aan besteding ten behoeve van andere activiteiten of projecten, maar bijvoorbeeld ook aan bovenmatige beloningen van personen die betrokken zijn bij de organisatie waarin wordt geïnvesteerd. Het voorgaande vereist dat de ANBI afspraken over de aanwending van het bedrag van de investering maakt met de organisatie waarin wordt geïnvesteerd en zorgdraagt dat deze afspraken ook daadwerkelijk worden nagekomen. De precieze vormgeving hiervan is onder meer afhankelijk van het doel van de ANBI, het type investering en de (activiteiten van) de organisatie waarin wordt geïnvesteerd. Een lening voor uitsluitend de aanschaf van een specifiek bedrijfsmiddel vereist andere afspraken dan het verschaffen van werkkapitaal, waarbij op voorhand niet of niet exact duidelijk is waar dit kapitaal in de toekomst voor zal worden gebruikt. Steeds geldt echter het uitgangspunt dat de gemaakte afspraken/gestelde voorwaarden ertoe moeten leiden dat het bedrag van de investering feitelijk (nagenoeg) geheel wordt aangewend voor de activiteit die of het project dat verband houdt met het doel van de ANBI. Een bestuurder van de ANBI of een aan deze bestuurder gelieerde persoon (natuurlijk persoon of rechtspersoon) is op geen enkele wijze betrokken als oprichter, bestuurder, aandeelhouder, andere kapitaalverschaffer of werknemer bij de organisatie waarin de ANBI investeert. Is een bestuurder van de ANBI of een aan deze bestuurder gelieerde persoon op enigerlei wijze betrokken bij de organisatie waarin de ANBI investeert, dan wordt de investering geacht niet primair te zijn gericht op het realiseren van de algemeen nuttige doelstelling van de ANBI, maar (mede) op het particuliere belang van de bestuurder of de aan deze bestuurder gelieerde persoon. Voorwaarde d. ziet niet op de situatie dat, na het doen van de investering, de (bestuurder van de) ANBI zitting neemt in het bestuur of in het toezichthoudend orgaan van de organisatie waarin wordt geïnvesteerd. Dit kan namelijk juist bijdragen aan een voldoende mate van betrokkenheid van de ANBI bij de organisatie waarin wordt geïnvesteerd. De ANBI neemt de investering in haar financiële administratie herkenbaar als algemeen nut investering op. De ANBI neemt het doen van algemeen nut investeringen ook op in haar beleidsplan of tussentijdse aanpassingen daarvan. ANBI’s zijn zeer divers en hanteren diverse accountancy richtlijnen. Dit laatste neemt niet weg dat algemeen nut investeringen als zodanig in de administratie en verslaglegging van de ANBI moeten worden geïdentificeerd. De doelstelling is om het verloop van deze investeringen te kunnen volgen, zodat deze toetsbaar zijn aan de voorwaarden zoals opgenomen in dit onderdeel 3 van het besluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel