Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Boeteverhogende en -verlagende omstandigheden

Onderdeel van Beleidsregel bestuurlijke boete Wmg 2024· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 mei 2024

Bij de vaststelling van de boete houdt de NZa rekening met eventuele bijkomende boeteverhogende en boeteverlagende omstandigheden. Een boeteverhogende omstandigheid is in ieder geval de omstandigheid dat er sprake is van recidive door dezelfde overtreder ten aanzien van eenzelfde type overtreding. In geval van recidive verhoogt de NZa de bestuurlijke boete met 100%, tenzij dit percentage gezien de omstandigheden van het concrete geval evident onredelijk is. Overige boeteverhogende omstandigheden zijn onder meer: de omstandigheid dat de betrokken onderneming tot de overtreding heeft aangezet of een leidinggevende rol heeft gespeeld bij de uitvoering daarvan; de omstandigheid dat de betrokken onderneming het NZa-onderzoek heeft belemmerd.3De in het beleid opgesomde omstandigheden zijn niet limitatief. Ook andere bijkomende omstandigheden kunnen in een concreet geval als boeteverhogende of boeteverlagende omstandigheid gelden. Boeteverlagende omstandigheden zijn onder meer: de omstandigheid dat de onderneming de overtreding uit eigen beweging heeft beëindigd. Hierbij komt meer gewicht toe aan de beëindiging als dit plaatsvindt vóór aanvang van de start van het NZa-onderzoek; de omstandigheid dat de betrokken onderneming een overtreding zelf op eigen initiatief bij de NZa heeft gemeld en zelf uit eigen beweging onverwijld heeft beëindigd; de omstandigheid dat de betrokken onderneming uit eigen beweging de benadeelde partij(en) schadeloos heeft gesteld; de omstandigheid dat de betrokken onderneming verdergaande medewerking aan het onderzoek van de NZa heeft verleend dan waartoe zij wettelijk is gehouden. De boete wordt vastgesteld door de basisboete te verhogen met het saldo van de boeteverhogende en/of boeteverlagende omstandigheden.

Rechtspraak bij dit artikel