Bij de boeteoplegging beoordeelt de NZa de context van de overtreding (concreto-toets). Elementen die daarbij van belang kunnen zijn, zijn onder meer de economische context, de eventuele aanmerkelijke marktmacht van de overtreder, de onomkeerbaarheid van de gevolgen van de overtreding en de vraag in hoeverre het belang van de consument dan wel het belang van de zorg in dit concrete geval zijn geschaad.2Deze opsomming strekt tot voorbeeld en is niet limitatief noch cumulatief bedoeld. In samenhang met de abstracto-toets bepaalt dit de ernst van de overtreding.
Al naar gelang van de uitkomst vermenigvuldigt de NZa de boetegrondslag met een bepaalde vermenigvuldigingsfactor.
Bij een minder ernstige overtreding wordt deze factor gesteld op een waarde van ten hoogste 4;
Bij een ernstige overtreding wordt deze factor gesteld op een waarde van ten hoogste 6;
Bij een zeer ernstige overtreding wordt deze factor gesteld op een waarde van ten hoogste 10.
Deze gehanteerde bandbreedten, waarbij deze factor ook minder dan 1 kan zijn, maakt het mogelijk de boete te differentiëren naar gelang de ernst van de overtreding.
Door de boetegrondslag te vermenigvuldigen met de ernstfactor, wordt de basisboete vastgesteld.
Artikel 7
De waardering van de overtreding in concreto (ernstfactor)
Onderdeel van Beleidsregel bestuurlijke boete Wmg 2024· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 2024