Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Artikel 15ai Wet Vpb 1969 – verkorte sanctietermijn en te hanteren afschrijvingstermijn

Onderdeel van Verzamelbesluit fiscale eenheid· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 26 april 2024

In onderdeel 11.1 heb ik een goedkeuring opgenomen die ziet op de verkorte termijn van artikel 15ai, derde lid, el b, Wet Vpb 1969. Onderdeel 11.2 bevat een toelichting over de hoogte van de afschrijving na toepassing van artikel 15ai, tweede lid, Wet Vpb 1969. Goedkeuringen over het doorschuiven of achterwege laten van de sanctie van artikel 15ai Wet Vpb 1969 staan in onderdeel 12. Artikel 15ai Wet Vpb 1969 is van toepassing als een vermogensbestanddeel met meerwaarde door een maatschappij (overdrager) is overgedragen aan een andere maatschappij (overnemer), en binnen zes jaar na die overdracht de overdrager of de overnemer wordt ontvoegd uit de fiscale eenheid. De periode van zes jaar is onder omstandigheden drie jaar (artikel 15ai, derde lid, onderdeel b, Wet Vpb 1969). Om voor deze verkorte termijn van drie jaar in aanmerking te komen, is onder meer vereist dat sprake is van een overdracht van (een zelfstandig onderdeel van) een onderneming en dat deze overdracht plaatsvindt tegen uitreiking van aandelen door de overnemer (artikel 15ai, derde lid, onderdeel b, Wet Vpb 1969). Bij een juridische fusie (binnen fiscale eenheid) kan zich de situatie voordoen dat vanwege het civiele recht ter zake van die fusie geen aandelen worden uitgereikt. De vraag rijst dan of in zo’n situatie een beroep kan worden gedaan op de verkorte driejaarstermijn. Daarom keur ik het volgende goed. Ik keur goed dat bij een juridische fusie binnen fiscale eenheid waarbij vanwege het civiele recht geen aandelen worden uitgereikt, de verkorte termijn van drie jaar kan worden toegepast, mits aan de overige voorwaarden, zoals opgenomen in artikel 15ai, derde lid, onderdeel b, Wet Vpb 1969, wordt voldaan. In artikel 15ai, tweede lid, Wet Vpb 1969 is bepaald dat in afwijking van artikel 15ai, eerste lid, Wet Vpb 1969 het overgedragen vermogensbestanddeel op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het ontvoegingstijdstip te boek mag worden gesteld op een bedrag gelijk aan de waarde in het economische verkeer van het vermogensbestanddeel ten tijde van de overdracht, verminderd met de afschrijving tussen het tijdstip van de overdracht en het ontvoegingstijdstip. De belastingplichtige moet de hoogte van dit bedrag aannemelijk maken. De hiervoor bedoelde afschrijving wordt berekend op basis van de waarde in het economische verkeer op het overdrachtstijdstip (artikel 15ai, tweede lid, Wet Vpb 1969 juncto artikel 15ah, tweede lid, onderdeel a, Wet Vpb 1969), de geschatte resterende gebruiksduur en de restwaarde van het vermogensbestanddeel op het overdrachtstijdstip. Omdat de berekening van de boekwaarde van het vermogensbestanddeel op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het ontvoegingstijdstip bij artikel 15ai, tweede lid, Wet Vpb 1969 plaatsvindt alsof al ten tijde van de overdracht geen fiscale eenheid bestond tussen de overdrager en de overnemer, kan de jaarlijkse afschrijving, die is gehanteerd bij de berekening van de boekwaarde op het ontvoegingstijdstip, ook na de ontvoeging worden voortgezet.

Rechtspraak bij dit artikel