Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Samenvatting

Onderdeel van Aanwijzing strafvorderlijk optreden met betrekking tot journalisten· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 mei 2024

Deze aanwijzing beschrijft de normen die het openbaar ministerie (OM) of de onder het gezag van het OM opererende opsporingsdiensten in acht moeten nemen bij strafvorderlijk optreden met betrekking tot een journalist of publicist. Omwille van de leesbaarheid wordt in deze aanwijzing verder alleen gesproken van journalisten en wordt daar steeds de hele groep personen mee bedoeld die recht op bronbescherming of een afgeleid recht op bronbescherming heeft. Verder wordt in deze aanwijzing met het toepassen van dwangmiddelen tevens bedoeld de inzet van opsporingsbevoegdheden. Ook ziet deze aanwijzing op internationale (waaronder Europeesrechtelijke) strafrechtelijke samenwerking, voor zover die betrekking heeft op journalisten. Voorop staat dat het in beginsel ongeoorloofd is om tegen een journalist dwangmiddelen in te zetten om de identiteit van een bron te achterhalen. Dat geldt ook als een dwangmiddel niet wordt ingezet met als doel om de identiteit van de bron te achterhalen, maar wel voorzienbaar is dat bronbescherming in het geding komt. Indien uitzonderlijke omstandigheden de inzet van een dwangmiddel in een dergelijk geval noodzakelijk kunnen maken, dan is vereist dat de hoofdofficier van justitie heeft ingestemd met toepassing van het dwangmiddel in het concrete geval en dat het College van procureurs-generaal tevoren in kennis is gesteld. Sinds de wetswijziging van 1 oktober 2018 is bij de toepassing van bepaalde dwangmiddelen een machtiging vooraf door de rechter-commissaris vereist indien de vordering betrekking heeft op een journalist. Deze aanwijzing schetst het juridisch kader van de journalistieke bronbescherming, geeft de reikwijdte van de begrippen ‘journalist’ en ‘bronbescherming’, gaat in op de uiteenlopende situaties waarin journalistieke bronbescherming aan de orde kan zijn en besteedt aandacht aan een aantal specifieke dwangmiddelen en aan verzoeken en bevelen in het kader van internationale strafrechtelijke samenwerking.

Rechtspraak bij dit artikel