Het is mogelijk dat een journalist in beeld komt door de inzet van een dwangmiddel tegen een ander (niet zijnde een journalist), bijvoorbeeld wanneer uit tapgegevens blijkt dat de verdachte ook met een journalist heeft gesproken. In een dergelijk geval is er in beginsel geen sprake van een ongeoorloofde doorbreking van het recht op bronbescherming en gelden dus de normale regels voor de inzet van dwangmiddelen. Bij het gebruik van de daaruit voortvloeiende informatie houdt de officier van justitie rekening met de belangen van de verdachte en de bron, bijvoorbeeld ten aanzien van hun veiligheid. Wel kan natuurlijk bij eventueel ‘doorrechercheren’ op de journalist de situatie ontstaan dat diens bronbescherming in het geding is. In dat geval zijn de hoofdstukken 2 en 3 van deze aanwijzing van toepassing. Zodra het vermoeden bestaat dat een journalist als derde in beeld komt bij de inzet van opname vertrouwelijke communicatie, gelden dezelfde waarborgen als ware de inzet van het dwangmiddel gericht tegen de journalist. Dit geldt ongeacht of de bronbescherming in het geding is. Ook in dit geval zijn de hoofdstukken 2 en 3 van deze aanwijzing van toepassing.
Hoewel een journalist als derde niet het doel is van het ingezette dwangmiddel, kan informatie over hem als gevolg van die inzet wel in het aan de verdediging te verstrekken procesdossier terechtkomen. Het is niet wenselijk dat door deze verstrekking naar buiten komt op welke wijze en met wie een journalist in de uitoefening van zijn functie contact heeft, zonder dat de journalist in kwestie daarvan vooraf op de hoogte is. Als duidelijk is geworden dat informatie over een journalist als derde is verkregen, dan wordt de betreffende journalist daarvan in kennis gesteld zodra het belang van het onderzoek dat toelaat.
In het geval er achteraf bezien toch een ongeoorloofde inbreuk op het recht op bronbescherming van de journalist is gemaakt, dan worden de daarbij verkregen gegevens zo spoedig mogelijk vernietigd. Zie ook § 2.6 van deze aanwijzing.
Artikel 4
De journalist als derde
Onderdeel van Aanwijzing strafvorderlijk optreden met betrekking tot journalisten· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 2024