Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.12

Analyseren en registreren van het speelgedrag

Onderdeel van Beleidsregel verantwoord spelen 2024· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2024

1. Onder het analyseren van gegevens met betrekking tot het speelgedrag van de speler als bedoeld in artikel 27ja, eerste lid, artikel 30v, eerste lid, en artikel 31m, eerste lid, van de wet, verstaat de raad van bestuur in ieder geval dat de vergunninghouder de in artikel 13, eerste lid, van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen genoemde gegevens heeft gecombineerd en de interactie en samenhang tussen die gegevens heeft afgeleid en geanalyseerd om aan de hand daarvan vast te stellen of sprake is van een redelijk vermoeden. 2. De vergunninghouder legt zijn bevindingen van de in het eerste lid bedoelde analyse schriftelijk vast. 3. Onder het op zodanige wijze registreren van gegevens dat onmatige deelneming aan kansspelen en risico’s op kansspelverslaving vroegtijdig kunnen worden onderkend, als bedoeld in artikel 13, derde lid, van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen, verstaat de raad van bestuur in ieder geval dat de vergunninghouder: het tijdstip of de periode, de datum en de feiten en omstandigheden die hij beschouwt als signalen registreert; zijn risicodetectiesysteem afstemt op de gegevens waarover hij beschikt, waarbij de online aanbieder in ieder geval registreert welke digitale parameters hij ten aanzien van de feiten en omstandigheden als bedoeld in onderdeel a hanteert om vroegtijdig onmatige deelneming aan kansspelen of risico’s op kansspelverslaving te onderkennen en het risicodetectiesysteem zodanig inricht dat hij een rapport ontvangt over iedere melding; en de geregistreerde gegevens eenvoudig kan combineren om de interactie en samenhang tussen die gegevens te kunnen analyseren als bedoeld in het eerste lid. 4. Aan het vroegtijdig kunnen onderkennen van onmatige deelneming aan kansspelen of een risico op kansspelverslaving, als bedoeld in artikel 13, derde lid, van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen, is in ieder geval voldaan als de vergunninghouder een signaal of een redelijk vermoeden zo snel mogelijk en in ieder geval binnen een uur nadat de relevante feiten en omstandigheden zich aan hem hebben voorgedaan kan onderkennen. 5. De raad van bestuur kan bij het houden van toezicht op en handhaven van de zorgplicht als bedoeld in artikel 4a van de wet en daarmee samenhangende wet- en regelgeving in ieder geval als signaal betrekken dat de speler: niet langer de financiële gevolgen van zijn speelgedrag kan dragen; overmatig probeert zijn verliezen terug te verdienen; dringend of herhaaldelijk klaagt over niet of te weinig winnen; dringend of herhaaldelijk verzoekt om bonussen; een creditcard of e-wallet gebruikt voor een storting op de speelrekening; meerdere betaalmethoden gebruikt voor een storting op de speelrekening; op voor de speler ongebruikelijke tijdstippen deelneemt, waarbij met name wordt gelet op deelname in de nachtelijke uren (van 00.00 tot 06.00 uur); binnen een etmaal in totaal langer dan zes uur deelneemt; aanmerkelijk vaker deelneemt dan andere spelers bij de vergunninghouder; speelgedrag vertoont dat negatieve persoonlijke, sociale of maatschappelijke gevolgen veroorzaakt; negatieve persoonlijke, sociale of maatschappelijke gevolgen van zijn speelgedrag ontkent, vermijdt of negeert; of een signaal probeert te verhullen of een interventiemaatregel probeert te ontduiken of omzeilen. 6. Onder een signaal dat de speler niet langer de financiële gevolgen van zijn speelgedrag kan dragen, als bedoeld in het vijfde lid, onder a, verstaat de raad van bestuur in ieder geval dat de speler: geen geld kan opnemen van zijn bankrekening vanwege onvoldoende saldo; geen storting op de speelrekening kan verrichten vanwege onvoldoende saldo; geen parkeervergoeding, taxirit of openbaar vervoer kan betalen; geldproblemen, leningen of andere negatieve financiële gevolgen van zijn speelgedrag ontkent, vermijdt of negeert; in een kalendermaand: netto-stortingen verricht van in totaal meer dan het recreatief te besteden deel van zijn maandelijkse netto-inkomen; of anders netto-stortingen verricht van in totaal 30% of meer van zijn maandelijkse netto-inkomen; of anders netto-stortingen verricht van in totaal meer dan € 300,– als de speler jongvolwassen is; of anders netto-stortingen verricht van in totaal meer dan € 700,–; meer dan 30% van zijn liquide gelden aanwendt voor deelneming aan kansspelen; andere bezittingen dan onder f aanwendt voor deelneming aan kansspelen; zijn leefstijl financieel niet kan onderhouden; is of risico loopt te worden onderworpen aan een dwanginvordering; schuldsanering heeft aangevraagd of doorloopt; of (anderszins) in financiële nood verkeert. 7. Onder negatieve persoonlijke, sociale of maatschappelijke gevolgen als bedoeld in het vijfde lid, onder j, verstaat de raad van bestuur in ieder geval: problemen bij of beëindiging van werk of studie van de speler; benadeling van het gezin of het overige deel van de sociale omgeving van de speler; (het ontstaan van kosten vanwege) een behandeling voor kansspelverslaving voor de speler; (het ontstaan van kosten vanwege) criminaliteit door de speler, waaronder in ieder geval diefstal, verduistering of fraude; of lichamelijke, psychische of sociale klachten bij de speler, waaronder angst, verdriet, woede, slaapproblemen, vermoeidheid, sociale isolatie, paranoïde denkbeelden, bijgelovige denkbeelden, stress of verwaarlozing. 8. Onverminderd de bij of krachtens de wet gestelde eisen over onder andere het registreren en analyseren van speelgedrag en signalen, acht de raad van bestuur het in overeenstemming met artikel 4a, eerste lid, van de wet, dat een vergunninghouder niet proactief op zoek gaat naar signalen als daar geen wettelijke verplichting en redelijkerwijs ook geen andere aanleiding voor is. 9. De raad van bestuur past het vijfde lid, onder e en f, en het zesde lid, onder b en e, niet toe op speelcasino’s en speelautomatenhallen. 10. De raad van bestuur geeft geen toepassing aan een bepaling in het vierde, vijfde, zesde of zevende lid als de vergunninghouder afdoende kan verantwoorden waarom hij daarvan is afgeweken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel