Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.14

Persoonlijk onderhoud

Onderdeel van Beleidsregel verantwoord spelen 2024· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 3 juni 2024

1. Onder een persoonlijk onderhoud, als bedoeld in artikel 27ja, tweede lid, artikel 30v, tweede lid, en artikel 31m, tweede lid, van de wet, verstaat de raad van bestuur een interactie tussen de vergunninghouder en de speler, waarbij de vergunninghouder in ieder geval voldoet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 18, tweede en derde lid, van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen, en een risicospeler of probleemspeler naar passende zorg leidt. 2. Onder het leiden naar passende zorg, als bedoeld in het eerste lid, verstaat de raad van bestuur dat de vergunninghouder risicospelers of probleemspelers zo veel mogelijk helpt verandering in hun speelgedrag te bewerkstelligen door deze spelers in ieder geval te wijzen op en te informeren over de mogelijkheden van hulp en verslavingszorg en deze spelers zo veel mogelijk te motiveren hulp en verslavingszorg te zoeken. 3. Onder het onderzoeken of een speler door onmatige deelneming aan kansspelen of kansspelverslaving schade kan berokkenen aan zichzelf of aan zijn naasten, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel c, van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen, verstaat de raad van bestuur in ieder geval dat een medewerker van de vergunninghouder die kennis heeft van verslavingsproblematiek en die probleemgedrag kan herkennen in een recent persoonlijk onderhoud met de speler in ieder geval: actief en expliciet heeft gevraagd naar: het speelgedrag van de speler en zijn motieven; de gevolgen van het speelgedrag voor de speler met betrekking tot zijn inkomens- en vermogenspositie, familiesituatie, werksituatie en psychische en lichamelijke gezondheid; de afhankelijkheid van de speler van kansspelen; en overige mogelijk relevante feiten en omstandigheden. zich voldoende heeft vergewist van de juistheid van de constateringen op grond van de analyse van het speelgedrag van de speler; zich voldoende heeft vergewist van de juistheid van de mededelingen van de speler; overige relevante feiten en omstandigheden bij het onderzoek heeft betrokken; en een verslag heeft opgesteld dat ten minste voldoet aan het bepaalde in artikel 20 van de Regeling werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen. 4. Volgens de raad van bestuur is aan de verplichting tot het voeren van een persoonlijk onderhoud als bedoeld in artikel 27ja, tweede lid, artikel 30v, tweede lid, en artikel 31m, tweede lid, van de wet, voldaan als de speler niet of onvoldoende heeft gereageerd op pogingen van de vergunninghouder tot het voeren van een persoonlijk onderhoud, de vergunninghouder daartoe meerdere pogingen heeft gedaan, en, indien mogelijk, de vergunninghouder daarbij verschillende kanalen heeft aangewend. 5. Onder het redelijkerwijs moeten vermoeden dat een speler door onmatige deelneming aan kansspelen of door kansspelverslaving schade kan berokkenen aan zichzelf of aan zijn naasten, als bedoeld in artikel 27ja, derde lid, artikel 30v, derde lid en artikel 31m, derde lid, van de wet, verstaat de raad van bestuur in beginsel het niet of onvoldoende reageren door de speler op herhaalde pogingen van de vergunninghouder tot het voeren van een persoonlijk onderhoud, als bedoeld in het eerste lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel