**1.** Onze Minister wijst een of meer natuurlijke personen of rechtspersonen aan als deskundige ten behoeve van de volgende personen die geconfronteerd worden of op enigerlei wijze bekend worden met een vermoeden van een misdrijf tegen de zeden als bedoeld in Titel XIV van het Wetboek van Strafrecht BES of mishandeling als bedoeld in Titel XX van het Wetboek van Strafrecht BES, gepleegd door een houder van een kindercentrum, een gastouder, een persoon die bij een kindercentrum of gastouder werkzaam is of een persoon die structureel aanwezig is op een locatie waar gastouderopvang plaatsvindt:
een houder van een kindercentrum;
een gastouder;
bij een kindercentrum of gastouder werkzaam persoon; of
op een locatie waar gastouderopvang plaatsvindt structureel aanwezig persoon van 18 jaar of ouder.
**2.** De deskundige heeft ten behoeve van de in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, genoemde personen de volgende taken:
het fungeren als aanspreekpunt;
het adviseren over eventueel te nemen stappen;
het bijstaan bij het nemen van stappen gericht op het zoeken naar een oplossing; en
het desgevraagd begeleiden bij het indienen van een klacht of het doen van aangifte.
**3.** De deskundige is, voor zover het misdrijven als bedoeld in het eerste lid betreft, vrijgesteld van de verplichting tot het doen van aangifte als bedoeld in de artikelen 198, eerste lid, en 200, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering BES.
**4.** De deskundige is verplicht tot geheimhouding van hetgeen de deskundige in de uitoefening van diens functie is toevertrouwd door een persoon als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met d.
**5.** Gelet op artikel 23, eerste lid, onderdeel e, van de Wet bescherming persoonsgegevens BES is het verbod om bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in artikel 16 van die wet te verwerken niet van toepassing op de verwerking door de deskundige met betrekking tot de personen, bedoeld in het eerste lid, voor zover de verwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken, bedoeld in het tweede lid, of de bevoegdheid, bedoeld in het zevende lid.
**6.** De deskundige verstrekt geen persoonsgegevens aan derden.
**7.** In afwijking van het zesde lid is de deskundige bevoegd een opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 1 van het Wetboek van Strafvordering BES in kennis te stellen van een geval of vermoeden van een geval van een misdrijf als bedoeld in het eerste lid:
in het belang van een kind dat gebruik maakt van kinderopvang; of
indien de ernst van de situatie waarop de melding betrekking heeft daartoe aanleiding geeft.
**8.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de deskundige, waaronder de onafhankelijkheid en deskundigheid van de deskundige en voorschriften die aan de aanwijzing als deskundige worden verbonden.
Hoofdstuk 2 › § 2
Artikel 2.10a
Artikel 2.10a
Onderdeel van Wet kinderopvang BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht