**1.** Indien een bij de rechtspersoon van de houder van een kindercentrum werkzame persoon op enigerlei wijze bekend is geworden dat de natuurlijke persoon die tevens houder is van een kindercentrum zich mogelijk schuldig maakt of heeft gemaakt aan een misdrijf tegen de zeden als bedoeld in Titel XIV van het Wetboek van Strafrecht BES of mishandeling als bedoeld in Titel XX van het Wetboek van Strafrecht BES jegens een kind van een ouder die gebruik maakt van de door die houder geboden kinderopvang kan degene in overleg treden met een deskundige als bedoeld in artikel 2.10a, eerste lid.
**2.** Indien sprake is van een redelijk vermoeden dat de houder zich schuldig heeft gemaakt aan een misdrijf als bedoeld in het eerste lid, doet de persoon die werkzaam is bij rechtspersoon van de houder van een kindercentrum onverwijld aangifte bij een opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 1 van het Wetboek van Strafvordering BES.
**3.** De houder van een kindercentrum bevordert de kennis en het gebruik van de handelwijze, bedoeld in dit artikel.
Hoofdstuk 2 › § 2
Artikel 2.12
Werkwijze bij strafbare feiten door houder kindercentrum
Onderdeel van Wet kinderopvang BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht