Naar hoofdinhoud
De Wet op de vennootschapsbelasting 1969 bevat twee bijzondere regelingen voor beleggingsinstellingen. Deze zijn opgenomen in respectievelijk artikel 6a en artikel 28. Beide regelingen kennen verschillende vereisten en gevolgen. Artikel 6a geeft een volledige (subjectieve) vrijstelling en stelt vooral eisen op het gebied van de beleggingen. Artikel 28 biedt de mogelijkheid van een tarief van nul percent en stelt vooral eisen op het gebied van aandeelhouders en dividendpolitiek. Dit besluit bevat het beleid ten aanzien van de beleggingsinstelling die gebruik maakt van artikel 28 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Wat in het besluit wordt vermeld met betrekking tot naamloze en besloten vennootschapen en de aandelen in deze vennootschappen geldt op gelijke wijze voor fondsen voor gemene rekening en bewijzen van deelgerechtigdheid in deze fondsen, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld. Alle in dit besluit opgenomen goedkeuringen zijn gebaseerd op de ministeriële afwijkingsbevoegdheid van artikel 28, vijfde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Wet Vpb 1969:Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 28:artikel 28 Wet Vpb 1969 BBI:Besluit beleggingsinstellingen Wft:Wet op het financieel toezicht Wet DB:Wet op de dividendbelasting 1965 beleggingsinstelling: beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 28, tweede lid, Wet Vpb 1969 fbi: beleggingsinstelling beleggingsinstelling met beursnotering of Wft-vergunning (dan wel vrijstelling daarvan): beleggingsinstelling waarvan de uitstaande aandelen of bewijzen van deelgerechtigdheid zijn toegelaten tot de handel op een markt in financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wft, of het lichaam dan wel zijn beheerder beschikt over een vergunning op grond van de artikelen 2:65 of 2:69b van die wet of daarvan is vrijgesteld op grond van de artikelen 2:66, derde lid, of 2:69c1Deze verwijzing naar 2:69c, derde lid, Wft is direct ontleend aan de gelijke verwijzing in artikel 28a, tweede lid, onderdeel c, Wet Vpb 1969. Met ingang van 1 januari 2025 wordt in deze bepaling de verwijzing naar artikel 2:69c, derde lid, Wft vervangen door verwijzing naar artikel 2:69b, derde lid Wft. Na inwerkingtreding van deze wetswijziging moet in dit besluit voor artikel 2:69c, derde lid, Wft worden gelezen artikel 2:69b, derde lid Wft., derde lid, van die wet

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel