Beleggingsinstellingen mogen slechts beperkt gebruik maken van vreemd vermogen (artikel 28, tweede lid, onderdeel a). Startende beleggingsinstellingen kunnen onder omstandigheden niet direct aan deze financieringseisen voldoen. Soms is eerst een investering nodig om beleggers aan te trekken. In afwachting van deze beleggers is dan tijdelijk financiering met vreemd vermogen noodzakelijk. Met het oog op dit soort situaties keur ik het volgende goed.
Goedkeuring
Ik keur goed dat de inspecteur de zogenoemde financieringseis van artikel 28, tweede lid, onderdeel a, buiten aanmerking laat, met inachtneming van de volgende beperking, respectievelijk voorwaarde.
De goedkeuring geldt zolang de opstartfase van de beleggingsinstelling voldoening aan de limiet onmogelijk, dan wel zeer bezwaarlijk maakt.
De goedkeuring vervalt uiterlijk 24 maanden na de totstandkoming van het lichaam.
De beleggingsinstelling informeert de inspecteur zo spoedig mogelijk als bij het einde van de onder b bedoelde termijn nog steeds niet wordt voldaan aan de vereisten waarop de goedkeuring betrekking heeft.
Tijdens het bestaan van de beleggingsinstelling kan het zich voordoen dat voor een bepaalde belegging vanwege de financieringslimiet aanvullend eigen vermogen moet worden aangetrokken, maar dit niet mogelijk is voorafgaand aan het gewenste beleggingstijdstip. Om wenselijk geachte beleggingen niet onnodig op te houden heb ik het volgende besloten.
Ik verleen de inspecteur toestemming namens mij op verzoek goed te keuren dat een aan hem voorgelegde specifieke tijdelijke leenfinanciering in afwachting van het aantrekken van aanvullend eigen vermogen niet leidt tot verlies van de status van beleggingsinstelling. Deze goedkeuring geldt tot uiterlijk 6 maanden na het ontstaan van de desbetreffende leenfinanciering.
Deze goedkeuring acht ik mede passend gezien de overeenkomstige uitlating gedaan bij de totstandkoming van de Wet Vpb 1969.2Handelingen II 1968/69, nr. 65, p. 3206.
Het komt voor dat door vergissing meer vreemd vermogen wordt aangetrokken dan de financieringslimiet toestaat. Als deze vergissing na ontdekking zo spoedig mogelijk wordt hersteld, acht ik het niet wenselijk dat door deze vergissing de status van fbi vervalt. Daarom heb ik het volgende besloten.
Ik verleen de inspecteur toestemming bij overschrijding van de financieringslimiet namens mij op verzoek goed te keuren dat de status van beleggingsinstelling gehandhaafd blijft als voldaan is aan de volgende voorwaarden:
De beleggingsinstelling maakt tegenover de inspecteur aannemelijk dat de overschrijding van de financieringslimiet niet bewust heeft plaatsgevonden, maar het gevolg is van een vergissing.
Na ontdekking van de overschrijding van de limiet wordt het vreemd vermogen, zo spoedig mogelijk, maar niet later dan 6 maanden na ontdekking, teruggebracht tot een toegestaan niveau.
De beleggingsinstelling informeert de inspecteur zo spoedig mogelijk als bij het einde van de onder b bedoelde termijn nog steeds niet wordt voldaan aan de financieringslimiet.
Artikel 2
Financieringslimiet (artikel 28, tweede lid, onderdeel a)
Onderdeel van Vennootschapsbelasting, dividendbelasting; fiscale beleggingsinstelling; toepassing artikel 28 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 11 juni 2024