Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Arbeidsuitbuiting en dienstbaarheid

Onderdeel van Richtlijn voor strafvordering mensenhandel· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2024

Arbeidsuitbuiting kent vele verschillende verschijningsvormen. In het Chinese Horeca arrest uit 20091ECLI:NL:HR:2009:BI7099 worden de criteria genoemd voor arbeidsuitbuiting, zoals bedoeld in art 273f sub 1. Deze criteria heeft de Hoge Raad in het arrest van 24 november 20152ECLI:NL:HR:2015:3309 ook van toepassing verklaard op sub 4: Aard en duur van de werkzaamheden; De beperkingen die dit voor het slachtoffer met zich meebrengt; Financieel voordeel dat is behaald door de verdachte. Beoordeling van de (arbeids)omstandigheden volgens Nederlandse maatstaven Arbeidsuitbuiting moet worden onderscheiden van ‘slecht werkgeverschap’. Bij slecht werkgeverschap worden regels overtreden aangaande de arbeidsuur, beloning of arbeidsomstandigheden zonder dat sprake is van het oogmerk tot uitbuiting. De grens tussen arbeidsuitbuiting en slecht werkgeverschap is niet altijd makkelijk te trekken en kan afhankelijk zijn van de in de sector geldende regelgeving. Dit delict kan grote of kleine groepen slachtoffers betreffen. In sectoren als de bouw, schoonmaakbranche (incl. wasserijen) en de agrarische sector is vaak sprake van meerdere slachtoffers, terwijl arbeidsuitbuiting van bijvoorbeeld au pairs dikwijls één enkel geïsoleerd slachtoffer maakt. De gedwongen arbeid of diensten vormen de ondergrens, en slavernij (de situatie waarbij de uitbuiter ‘eigendomsrecht’ over een ander uitoefent) als meest verregaande vorm van arbeidsuitbuiting. ‘Dienstbaarheid’ is de verplichting tot dienstverlening, bijvoorbeeld als hulp in de huishouding, opgelegd door dwang. Arbeidsuitbuiting en dienstbaarheid Eis (per slachtoffer) 9 maanden GS De strafmaat per slachtoffer is gesteld op 9 maanden. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met de hierna te noemen (niet limitatief opgesomde) strafmaat beïnvloedende factoren. Ten aanzien van ieder slachtoffer dient afzonderlijk gekeken te worden welke strafverzwarende omstandigheden van toepassing zijn, en dus welke strafeis bij dat feit passend en geboden zou zijn. Indien er sprake is van meerdere slachtoffers, zullen de regels van ‘samenloop’ worden toegepast. Strafmaat beïnvloedende factoren – Wettelijke strafverzwarende omstandigheden: indien het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, het slachtoffer de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt dan wel een slachtoffer bij wie misbruik van een kwetsbare positie wordt gemaakt, de feiten zijn voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld of indien het feit zwaar lichamelijk letsel of de dood ten gevolge heeft (273f lid 3–5 Sr); – De periode waarin sprake is geweest van uitbuiting; – De wijze (zoals de mate van geweld) waarop het slachtoffer is gedwongen/bewogen de werkzaamheden te verrichten; – Het aantal dagen per week en het aantal uren per dag waarop er gewerkt moest worden; – De aard van de werkzaamheden die verricht moesten worden; – Werkomstandigheden; – De omvang van het financiële voordeel voor de verdachte en/of de mate waarin het slachtoffer financieel in benadeeld; – Beperking bewegingsvrijheid, overnachten op de werkplek of inwonen bij daders, niet zelf de beschikking hebben over identiteitspapieren (bv paspoort); – Risicovolle arbeids-/leefomstandigheden (onveiligheid woon-/werksituatie, gezondheidsrisico’s, zoals blootstelling aan chemische stoffen en elektrocutie gevaar). Factoren met betrekking tot de verdachte(n) – De rol van verdachte met betrekking tot die uitbuiting (vervulde hij een kernrol (zgn. hoofdverdachte) of was hij faciliterend); – De omstandigheid dat sprake is van een georganiseerd verband, en professionaliteit; – Mate waarin sprake is van concurrentievervalsing – Mate waarin sprake is van een combinatie met (identiteits-)fraude – Relevante recidive Factoren met betrekking tot het slachtoffer – Afhankelijkheids- of vertrouwensrelatie (waaronder onder meer begrepen: hoedanigheid verdachte/ vertrouwens-, gezags- of afhankelijkheidsrelatie tussen slachtoffer1 en verdachte / slachtoffer is aan zorg van verdachte of instelling toevertrouwd); – Bijzondere kwetsbaarheid slachtoffer (bijvoorbeeld LVB of een DSM 5-indicatie, jonge leeftijd, geen legale verblijfsstatus, opgelopen trauma, schuldenproblematiek, niet kunnen terugkeren naar land van herkomst, verminderde -geestelijke- weerbaarheid). – Is er sprake geweest van ‘schadelijke eenzijdige uitbuiting’(harmful exploitation) waarbij sprake is van een inbreuk op de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer of is er sprake geweest van ‘wederzijds voordeel’ (mutually advantagous exploitation) waarbij de vrijheid van het slachtoffer weliswaar is ingeperkt maar het misbruik niet gepaard hoeft te gaan met vrijheidsbeperking? 1 Denk daarbij ook aan die gevallen waarin bijvoorbeeld een slachtoffer inwoont bij de verdachte en redelijkerwijs geen ander onderkomen heeft

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel