Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Verantwoordelijkheden ten aanzien van slachtoffers van seksuele misdrijven

Onderdeel van Aanwijzing seksuele misdrijven· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2024

De veiligheid van het slachtoffer en het stoppen van (dreiging van) seksueel geweld en misbruik staan voorop. Waar nodig wordt een (zorg)melding gedaan aan Veilig Thuis en wordt besproken of de inzet van een huisverbod of het inschakelen van extra toezicht door bijvoorbeeld de Raad voor de Kinderbescherming aangewezen is. Zorgmeldingen worden ook gedaan in gevallen waarin aanleiding is te veronderstellen dat kinderen in de knel zitten, bijvoorbeeld ten gevolge van een complexe echtscheiding of anderszins. Waar mogelijk en nodig maken politie en openbaar ministerie gebruik van de beschikbare beschermingsinstrumenten en -voorzieningen. Voorbeelden hiervan zijn: het geven van een gedragsaanwijzing (509hh Sv), het vorderen van een contact- en locatieverbod als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke veroordeling of bij de voorlopige hechtenis, en het vorderen van een rechterlijke vrijheidsbeperkende maatregel (38v Sr). Met persoonsgegevens van slachtoffers wordt zorgvuldig omgegaan en waar mogelijk worden maatregelen getroffen om de identiteit van slachtoffers niet buiten de kring van de bij het strafproces betrokken partijen bekend te laten worden. Dat geldt tijdens het opsporingsonderzoek maar nadrukkelijk ook tijdens de behandeling van een strafzaak op een openbare zitting of in voorbereiding op de zitting. Soms is echter niet te voorkomen dat gegevens over de identiteit en vaak ook over de precieze leeftijd van het slachtoffer bij de verdachte bekend worden of zijn. Denk aan het geval waarin de verdachte een bekende van het slachtoffer is. De kans op het ontstaan of sterker worden van secundaire victimisatie bij een slachtoffer wordt onder meer verminderd als door betrokken instanties voorspelbaar wordt gehandeld en het slachtoffer controle heeft over wat er gebeurt. De officier van justitie handelt waar mogelijk met inachtneming van dit gegeven. Het slachtoffergesprek is hiervoor een bruikbaar instrument, waarbij geldt dat dit gesprek op elk moment waarop dat kan bijdragen aan voorspelbaarheid en het gevoel van controle bij het slachtoffer, kan worden gevoerd. Wanneer in een strafzaak het horen van het slachtoffer als getuige aan de orde komt, zal een belangenafweging moeten worden gemaakt tussen de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de veiligheid en gezondheid van het slachtoffer en de rechten van de verdachte binnen het strafrecht. Het is in het belang van het slachtoffer dat ondervragingen zonder onnodige vertragingen plaatsvinden, dat het aantal ondervragingen beperkt blijft en dat wordt vermeden dat ondervragingen worden herhaald. Daarnaast dient vermeden te worden dat visueel contact plaatsvindt tussen slachtoffer en verdachte, dat het slachtoffer als getuige moet optreden tijdens een openbare zitting en dat nodeloos vragen over het privéleven of de persoon van het slachtoffer worden gesteld. Met betrekking tot het horen van het slachtoffer kan de officier van justitie voorstellen dat dit plaatsvindt bij de rechter-commissaris in plaats van ter zitting. Een andere mogelijkheid is het buiten terechtzitting afspelen van de geluidsopname die is gemaakt van de belastende verklaring die het slachtoffer tegenover de politie heeft afgelegd. Minderjarige slachtoffers worden bij voorkeur slechts één keer gehoord in een strafzaak. Van dit verhoor wordt in de regel een audiovisuele opname gemaakt. Ook kan worden besloten tot verhoor in de kindvriendelijke verhoorstudio. Dit verhoor wordt in verband met de bescherming van de privacy van de minderjarige niet verstrekt aan de verdediging. Waar nodig kan de opname door de verdediging worden bekeken op een politiebureau of op het kabinet van de rechter-commissaris. Ook kan de opname bekeken worden door de rechtbank in gevallen waarin deze daaraan behoefte heeft. De officier van justitie verzet zich te allen tijde tegen het vertonen van de opname in een openbaar gedeelte van de terechtzitting. In gevallen waarin het verdedigingsbelang eist dat er nadere vragen aan een minderjarige worden gesteld, wordt waar mogelijk voorgesteld dat de verdediging en/of de rechter-commissaris deze vragen laten stellen door dezelfde personen die het slachtoffer in eerste instantie hebben gehoord, in dezelfde (studio)setting als het eerste verhoor. Verdediging en rechter-commissaris kunnen via een verbinding meekijken en waar nodig aanvullende vragen laten stellen. Van dit verhoor worden opnames gemaakt. Deze opnames worden geen onderdeel van het proces-verbaal. De schriftelijke uitwerking van het verhoor wel. Vergelijkbare maatregelen worden overwogen bij slachtoffers met specifieke behoeften, zoals verstandelijke of fysieke beperkingen, een geestesstoornis of psychische stoornis of (ernstige) psychische problemen, dan wel als er andere omstandigheden zijn die een verhoor in een andere setting meer belastend zouden maken.

Rechtspraak bij dit artikel