Na binnenkomst van een proces-verbaal met betrekking tot seksuele misdrijven beslist de officier van justitie zo spoedig mogelijk over de verdere vervolging. Hierbij is het standpunt van het slachtoffer van belang maar niet doorslaggevend. Het openbaar ministerie heeft een eigen afweging te maken.
In elk geval wordt ambtshalve vervolging overwogen in zaken waarin de geestelijke en/of lichamelijke integriteit van het slachtoffer ernstig is/wordt bedreigd dan wel het slachtoffer zich evident in een afhankelijkheidspositie bevindt. Om te kunnen vervolgen is dan ook geen uitdrukkelijk verzoek tot vervolging van de aangever vereist. Wel moet op grond van artikel 167a Sv in een aantal gevallen de mening van het slachtoffer worden meegewogen bij de beslissing over wel of niet vervolgen.
Bij de beslissing om wel of niet te vervolgen, worden ook elementen gelegen in de persoon of bijzondere complexiteit van achtergrond van de verdachte meegewogen.
De kennisgeving van de officier van justitie aan het slachtoffer over de beslissing om niet (verder) te vervolgen (en te seponeren) wordt zo spoedig mogelijk gedaan. Het slachtoffer ontvangt een op maat geschreven sepotbrief met een aanbod tot nadere uitleg in een gesprek met de behandelend officier van justitie. In de sepotbrief wordt uitdrukkelijk gewezen op de mogelijkheid van een klachtprocedure ex artikel 12 Sv.
Artikel 3
Vervolging van seksuele misdrijven
Onderdeel van Aanwijzing seksuele misdrijven· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2024