**1.** Bij een deling bedraagt de gezamenlijke bijdrage aan de stichtingen behorende bij de nieuwgevormde groepen tijdens de resterende periode van de zitting ten hoogste de bijdrage aan de stichting behorende bij de oorspronkelijke groep, en geschiedt de verdeling van de oorspronkelijke bijdrage tussen de betrokken stichtingen naar evenredigheid van het zeteltal van elk van de nieuwgevormde groepen in verhouding tot het zeteltal van de oorspronkelijke groep.
**2.** Bij een deling worden alle vermogensbestanddelen van de stichting behorende bij de oorspronkelijke groep, voor zover in redelijkheid mogelijk, verdeeld naar evenredigheid van het zeteltal van elk van de nieuwgevormde groepen in verhouding tot het zeteltal van de oorspronkelijke groep. Hiertoe maakt het bestuur van de stichting behorende bij de oorspronkelijke groep een tussentijdse vermogensopstelling op, als ware er sprake van een vereffening van de stichting. De vermogensopstelling wordt opgemaakt met inachtneming van de indeling en de waarderingsmethoden die in de laatst vastgestelde verantwoording zijn toegepast, tenzij daarvan gemotiveerd wordt afgeweken op de grond dat de actuele waarde belangrijk afwijkt van de boekwaarde. De stichting behorende bij de oorspronkelijke groep draagt het aldus berekende, evenredige deel van de vermogensbestanddelen onverwijld over aan de stichting(en) behorende bij de nieuwgevormde groepen.
Artikel 12
Gevolgen van deling
Onderdeel van Regeling financiële ondersteuning fracties en groepen Tweede Kamer 2023· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2024