Subsidie kan worden aangevraagd door onderzoekers van de volgende onderzoeksorganisaties:
Universiteiten en hogescholen zoals bedoeld in artikel 1.8 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de universiteiten genoemd in de Beleidsregel Universiteiten in het Koninkrijk der Nederlanden;
Universitaire medische centra zoals bedoeld in artikel 1.13 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
KNAW- en NWO-instituten;
Nederlands Kanker Instituut;
Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek;
NCB Naturalis;
Advanced Research Centre for NanoLithography (ARCNL);
Prinses Máxima Centrum.
In de Call for proposals kan een beperktere selectie van de in het eerste lid genoemde onderzoeksorganisaties worden opgenomen.
In de Call for proposals kan worden bepaald dat subsidie ook kan worden aangevraagd door de in het eerste lid genoemde onderzoeksorganisaties zelf, middels een wettelijk vertegenwoordiger.
In de Call for proposals kan worden bepaald dat subsidie ook kan worden aangevraagd door andere in Nederland gevestigde onderzoeksorganisaties en/of hun onderzoekers. In dat geval moet de aanvrager kunnen aantonen dat wordt voldaan aan de definitie van onderzoeksorganisatie als bedoeld in artikel 5.1 sub p van deze regeling.
Van de in het vierde lid genoemde voorwaarde dat een onderzoeksorganisatie in Nederland gevestigd dient te zijn kan in de Call for proposals worden afgeweken indien sprake is van een subsidie-instrument waarmee NWO internationaal onderzoek of internationale onderzoekssamenwerking bevordert. Daarnaast kan van de in het vierde lid genoemde voorwaarde worden afdgeweken indien een medefinancier van een financieringsinstrument waarbinnen NWO de verantwoordelijkheid draagt voor de aanvraag- en beoordelingsprocedure, aanzienlijk bijdraagt aan het voor dat financieringsinstrument beschikbare budget, en tussen NWO en deze medefinancier overeenstemming is bereikt over de categorieën en/of het percentage buitenlandse onderzoeksorganisaties dat een aanvraag kan indienen.
In de Call for proposals betreffende een financieringsinstrument uitgevoerd door het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO), kan worden bepaald dat, met inachtneming van de Europese staatssteunregels, subsidie kan worden aangevraagd door onderzoekers en/of vertegenwoordigers van niet in het eerste en vierde lid genoemde niet-universitaire onderzoeksinstituten en onderwijsinstellingen die onderzoek kunnen uitvoeren.
Subsidie kan gezamenlijk worden aangevraagd door meerdere aanvragers. In dat geval wijzen de aanvragers een hoofdaanvrager aan, die in geval van subsidieverlening tevens projectleider zal zijn.
De organisatie van de hoofdaanvrager wordt na verlening van de subsidie aangemerkt als hoofdbegunstigde. De organisaties van de medeaanvragers worden na subsidieverlening aangemerkt als medebegunstigden.
De hoofdbegunstigde is verantwoordelijk voor het naleven van de gestelde subsidievoorwaarden. De projectleider is voor NWO het eerste aanspreekpunt namens alle aanvragers en begunstigden. Dit laat onverlet dat NWO de medeaanvragers en -begunstigden ook rechtstreeks kan aanspreken.
Een aanvrager dient ten minste te beschikken over een masterdiploma of een gelijkwaardige kwalificatie en dient deel te nemen aan het project
De in eerste lid bedoelde aanvrager die niet zelf deelneemt aan de uitvoering van het project dient gepromoveerd te zijn, dan wel hoogleraar bij een onderzoeksorganisatie in Nederland te zijn. De aanvrager dient in vaste dienst te zijn of een tenure track aanstelling te hebben bij een van de in artikel 1.1, lid 1 genoemde onderzoeksorganisaties. Indien deze aanvrager niet in dienst is van een onderzoeksorganisatie in Nederland, dient de aanvrager aantoonbaar te beschikken over voldoende ervaring op het onderzoeksgebied van de aanvraag en met het begeleiden van wetenschappelijk onderzoek.
De hierboven genoemde kwalificatie-eisen zijn niet van toepassing op aanvragers van een subsidie bij NRO (zoals bedoeld in artikel 1.1, lid 6) en op onderzoekers en/of vertegenwoordigers van hogescholen (zoals bedoeld in artikel 1.1, lid 1 sub a) die subsidie aanvragen.
In de Call for proposals kunnen aan de aanvragers en/of onderzoekers nadere kwalificatie-eisen worden gesteld.
Uitsluitend projectspecifieke kosten zijn subsidiabel. Deze worden in de Call for proposals nader uitgewerkt en zijn in ieder geval onder te verdelen in de volgende begrotingsposten:
personele kosten;
materiële kosten;
investeringen;
kennisbenutting.
Kosten zijn projectspecifiek indien deze:
rechtstreeks samenhangen met het in de aanvraag beschreven project en deze worden gemaakt door de aanvrager(s) en/of begunstigde(n);
zijn gemaakt vanaf de startdatum en gedurende de looptijd van het project.
niet uit andere middelen zijn of worden gefinancierd.
De aanvraag is voorzien van een begroting, waarbij in elk geval onderscheid wordt gemaakt tussen de in eerste lid genoemde begrotingsposten.
In de Call for proposals kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan de begroting en aan de kosten die voor subsidie in aanmerking komen.
Bij de subsidiëring van personele kosten worden de tarieven uit het Akkoord Bekostiging Wetenschappelijk Onderzoek in acht genomen. Voor categorieën personeel die niet in het Akkoord Bekostiging Wetenschappelijk Onderzoek zijn opgenomen, worden in de Call for proposals nadere regels gesteld.
Een begunstigde behoudt als goed werkgever een eigen verantwoordelijkheid voor haar personeel en de daarmee gemoeide kosten die niet projectspecifiek zijn.
Artikel 1
Algemene bepalingen
Onderdeel van NWO Subsidieregeling· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 31 augustus 2024