De TloKB voert naast het toezicht op de naleving van de instrumentaanbieder kwaliteitstoezicht uit. Het kwaliteitstoezicht is gericht op de werking van de naleving van de instrumentaanbieder van het toegelaten instrument en van het KB-stelsel als geheel.
De vierde vorm van reguliere inspectie is de kwaliteitsinspectie bouwplaats (Kb). Deze inspectie op de bouwplaats van de bouwkwaliteit van het bouwwerk heeft tot doel: toezichthouden op de werking van de instrumenten aan de hand van de bouwtechnische regels van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De TloKB hanteert voor deze vorm van inspectie een dekkingsgraad van 5% per jaar voor de bouwprojecten ofwel elk jaar zijn 5% van alle lopende bouwprojecten binnen gevolgklasse 1 onderwerp van inspectie. De TloKB neemt bij haar kwaliteitsinspec- ties ook enkele criteria uit het nalevingstoezicht mee zoals beschreven in hoofdstuk 2 (Nb).15Zie laatste kolom van tabel 2 Dit geldt ook voor enkele vragen ten behoeve van de monitoring en evaluatie van het KB-stelsel.
De TloKB heeft op basis van hoofdstuk 4 en 5 van het Besluit bouwwerken leef- omgeving (Bbl) inspectiecriteria vastgesteld in paragraaf 3.3. De TloKB kan hiernaast de vastgestelde nalevingsinspectiecriteria uit paragraaf 2.3 inspecteren.
Wanneer de TloKB concludeert dat het bouwwerkonderdeel niet voldoet aan het Bbl dan inspecteert de TloKB of dit volgt uit niet naleven van het KB-instrument. Het niet naleven van het KB-instrument kan de TloKB meenemen naar het nalevings- toezicht bij de kwaliteitsborger of instrumentenaanbieder.
De TloKB inspecteert of de naleving van de KB-instrumenten leidt tot bouwwerken die voldoen aan de bouwtechnische regels in overeenstemming met het Bbl hoofdstuk 4 Nieuwbouw en hoofdstuk 5 Verbouw. De TloKB inspecteert aan de hand van inspectieonderwerpen en bouwwerkonderdelen.
De inspectieonderwerpen komen overeen met de afdelingen uit het Bbl.
Nr.
Inspectieonderwerpen
Bbl-artikel
4.1
Algemeen
4.1 t/m 4.10
4.2
Veiligheid
4.11 t/m 4.100
4.3
Gezondheid
4.101 t/m 4.147
4.4
Duurzaamheid
4.148 t/m 4.160e
4.5
Bruikbaarheid
4.161 t/m 4.178
4.6
Toegankelijkheid
4.179 t/m 4.192
4.7
Bouwwerkinstallaties
4.193 t/m 4.250
Nr.
Inspectieonderwerpen
Bbl-artikel
5.1
Algemeen
5.1 t/m 5.3a
5.2
Algemene regels bij het verbouwen of verplaatsen van een bouwwerk en bij gebruiksfunctiewijziging
5.4 t/m 5.7
5.3
Verbouw
5.8 t/m 5.21d
5.4
Wijziging van een gebruiksfunctie
5.22 t/m 5.24a
Bij kwaliteitstoezicht op de bouwplaats voert de TloKB op de bouwplaats een inspectie uit op het bouwwerk. De TloKB hanteert de hoofdstukken 4 en 5 van het Bbl als de minimale wettelijke vereisten voor een bouwwerk. Dit is ook de grondslag van het inspectiecriterium. De TloKB heeft het bouwwerk opgedeeld in verschillende bouwwerkonderdelen die per onderdeel geïnspecteerd kunnen worden. De bouwwerkonderdelen zijn in paragaaf 3.4 opgesomd. Het doel van de inspectie is antwoord krijgen op of het bouwwerkonderdeel voldoet aan het Bbl.
Bij deze inspectie kiest de TloKB alleen voor de methode schouw. Dit omdat de focus van deze inspectie de gerealiseerde bouwkwaliteit van de bouwwerkonderdelen is. De op papier vastgelegde voorgenomen bouwkwaliteit, onder andere vastgelegd in het borgingsplan en risicobeoordelingen, is in eerste instantie niet de primaire focus van deze inspectie. De inspecteurs schouwen de bouwplaats aan de hand van de bouwwerkonderdelen waarin inspectieonderwerpen met hun behorende Bbl- artikelen aanwezig zijn.
Het inspectiecriterium voor ieder van de onderstaande bouwwerkonderdelen is: het bouwwerkonderdeel voldoet aan de relevante gestelde eisen volgens hoofdstuk 4 en 5 van het Bbl.
Onderstaande bouwwerkonderdelen heeft de TloKB vastgesteld voor de kwaliteitsinspecties. Binnen deze bouwwerkonderdelen komen verschillende inspectieonderwerpen (Bbl-afdelingen) met de specifieke Bbl-artikelen terug. Na onderstaande opsomming van bouwwerkonderdelen volgt een tweetal voorbeelden ter illustratie.
Ki-100 Bouwplaats
Ki-200 Grondwerk
Ki-300 Damwanden
Ki-400 Funderingspalen
Ki-500 Drijflichaam
Ki-600 Kelder
Ki-700 Fundatie
Ki-800 Draagconstructie pijlers
Ki-900 Riolering
Ki-1000 Begaand grond vloer
Ki-1100 Dragende wanden
Ki-1200 Staalconstructies
Ki-1300 Stalen balken en lateien
Ki-1400 Brand scheidende wanden
Ki-1500 Woning scheidende wanden
Ki-1600 Balkons
Ki-1700 Verdiepings- en of dakvloeren
Ki-1800 Gevels
Ki-1900 Kozijnen, ramen en deuren
Ki-2000 Daken
Ki-2100 Dakbedekking
Ki-2200 Hemelwaterafvoer en goten
Ki-2300 Cementdekvloeren
Ki-2400 Lichte scheidingswanden
Ki-2500 Geluidwering
Ki-2600 Trappen
Ki-2700 Overstroomvoorzieningen
Ki-2800 Waterdichte aansluiting tegels
Ki-2900 Verdiepingshoogte
Ki-3000 Brandwerende voorzieningen
Ki-3100 Gebouw gebonden installaties
KI-3200 Brugdek toplaag
Ki-3300 Verblijfsgebied en verblijfsruimte
Ki-3400 Toiletruimte
Ki-3500 Badruimte
Ki-3600 Buitenberging
Ki-3700 Opstelplaatsen
Ki-3800 Oplevering
Het bouwwerkonderdeel Ki-900 Riolering bevat de volgende Bbl-artikelen en aandachtspunten die volgen uit inspectieonderwerp 4.7 bouwwerkinstallaties met paragraaf 4.7.4 Afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater. Tabel 5 geeft de Bbl-artikelen weer, de wettelijke grondslag en de aandachtspunten voor de inspecteur bij het uitvoeren van de inspectie.
Bbl-artikel
Wettelijke grondslag nieuwbouw
Een afvoervoorziening voor huishoudelijk afvalwater heeft een capaciteit, een lucht- en waterdichtheid en een uitmonding en capaciteit van de ontspanningsleiding die voldoen aan NEN 3215.
4.205 L1
(NEN 3215)
Een afvoervoorziening voor huishoudelijk afvalwater heeft een capaciteit, een lucht- en waterdichtheid en een uitmonding en capaciteit van de ontspanningsleiding die voldoen aan NEN 3215.
4.205 L2
(NEN 3215)
Aandachtspunt
Overzichtsfoto van de riolering /HWA
4.205 L2
(NEN 3215)
Doorvoer van de riolering/HWA door de uitwendige scheidingsconstructie
4.205 L2
(NEN 3215)
Diameters, afschot, beugeling en ontluchting van de riolering/HWA
4.205 L2
(NEN 3215)
Het bouwwerkonderdeel Ki-3400 Toiletruimte bevat de volgende inspectie- onderwerpen met de onderliggende paragrafen van uit het Bbl.
4.2 Veiligheid
4.2.6 Beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie.
4.3 Gezondheid
4.3.2 Bescherming tegen geluid van bouwwerkinstallaties.
4.3.5 Wering van vocht
4.3.6 Luchtverversing
4.3.8 Afvoer van rookgas en toevoer van verbrandingslucht
4.5 Bruikbaarheid
4.5.3 Toiletruimte (woonfuncties)
4.6 Toegankelijkheid
4.6.1 Bereikbaarheid, algemeen
Tabel 6 geeft de Bbl-artikelen weer, de wettelijke grondslag en de aandachtspunten voor de inspecteur bij het uitvoeren van de inspectie.
Bbl-artikel
Wettelijke grondslag nieuwbouw
Bbl-artikel
Wettelijke grondslag nieuwbouw
Een doorgang heeft een vrije breedte van ten minste 0,85 m en ten minste 2,1 m vrije hoogte in een woonwagen en overige gebouwen en 2,3 m vrijehoogte in een woonfunctie.
4.180 L1
Op een toiletruimte zijn alleen woonfuncties of een nevengebruiksfunctie daarvan aangewezen.
4.166 L3
Een toiletruimte als bedoeld in artikel 4.166 heeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,9 m x 1,2 m.
4.167 L1
De (luchtafvoer)schacht is alleen bestemd voor een of meer boven elkaar gelegen toiletruimten of badruimten en die niet door anderen ruimten voeren.
4.39
Een vloeroppervlakte als bedoeld in het eerste lid heeft boven die vloer ten minste een hoogte van 2,1 m voor een woonwagen of 2,3 m voor ander woonfuncties.
4.167 L2
Een toilet met waterspoeling, een kraan of een mechanische voorziening voor luchtverversing veroorzaakt in een op een aangrenzend bouwwerk- perceel gelegen verblijfsgebied een volgens NEN 5077 bepaald karakteris- tiek installatie-geluidsniveau van ten hoogste 30 dB. Dit is niet van toepassing op een op een aangrenzend perceel gelegen lichte industrie- functie of overige gebruiksfunctie.
4.107 L1
(NEN 5077)
Aandachtspunt
Heeft de woning een toiletruimte?
Wat is de lengte, breedte en hoogte van deze toiletruimte?
4.166 L1
4.167 L1, L2
Hoeveel woningen maken gebruik van de toiletruimte?
4.166 L2
Een toilet met waterspoeling, een kraan of een mechanische voorziening voor luchtverversing veroorzaakt in een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van een aangrenzende op hetzelfde bouwwerkperceel gele- gen woonfunctie een volgens NEN 5077 bepaald karakteristiek installatie- geluidsniveau van ten hoogste 30 dB.
4.108 L1
(NEN 5077)
Wat is de vrije breedte en hoogte van de doorgang naar de toiletruimte?
4.180 L1
Bevindt zich in te toiletruimte een open verbrandingstoestel?
4.125 L2
Wordt de (luchtafvoer)schacht alleen gebruikt voor een of meer boven elkaar gelegen toiletruimten of badruimten? Voert (luchtafvoer)schacht door anderen ruimte, geen toiletruimten of badruimten?
4.39
4.128 L3
Een scheidingsconstructie van een toiletruimte of een badruimte heeft aan een zijde die grenst aan die ruimte tot 1,2 m boven de vloer van die ruimte een volgens NEN 2778 bepaalde wateropname die gemiddeld niet groter is dan 0,01 kg/(m².s½) en op geen enkele plaats groter dan 0,2 kg/(m².s½).
4.120 L1
(NEN 2778)
Hoeveel dB wordt er gemeten bij het gebruik van de waterspoeling van het toilet, een kraan en een mechanische voorziening voor luchtverversing in de toiletruimte:
– bij een aangrenzend bouwwerkperceel gelegen verblijfsgebied?
– bij een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van een aangrenzende op hetzelfde bouwwerkperceel gelegen woonfunctie?
4.107 L1
4.108 L1
(NEN 5077)
Een toiletruimte hebt een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 7 dm³/s.
4.122 L5
(NEN 1087)
De afvoer van binnenlucht vindt rechtstreeks naar buiten plaats uit een toiletruimte
4.128 L3
Een open verbrandingstoestel is niet opgesteld in een toiletruimte.
4.125 L2
Een woonfunctie heeft een toiletruimte.
4.166 L1
Op een toiletruimte zijn niet meer dan vijf woonfuncties aangewezen
4.166 L2
Artikel 3
Inspectie binnen het kwaliteitstoezicht
Onderdeel van Inspectiekader KB-stelsel· Wonen, onroerend goed, bouwrecht
Deze tekst geldt sinds 10 september 2024