Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Formele aspecten van de indiening en afhandeling van verzoeken om een fiscaal geruisloze bestuurlijke herindeling

Onderdeel van Beleidsbesluit samenvoeging gemeenten en vennootschapsbelasting· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 21 september 2024

De overdragende partij en de verkrijgende partij moeten hun verzoek om toepassing van artikel 14ba, derde lid, Wet Vpb 1969 vóór de bestuurlijke herindeling schriftelijk indienen bij de inspecteur die belast is met de aanslagregeling voor de vennootschapsbelasting van de overdragende partij. Belanghebbenden overleggen bij de indiening van hun verzoek de volgende stukken: de jaarrekening over het laatste boekjaar van de overdragende partij; het herindelingsvoorstel; een overzicht van de bestaande en de gewenste structuur; een berekening van elementen waarover wel zal moeten worden afgerekend; de reden(en) waarom belastingplichtigen menen niet te voldoen aan de vereisten van artikel 14ba, tweede lid, Wet Vpb 1969. Als belanghebbenden ten tijde van de indiening van het verzoek nog niet over de stukken beschikken, sturen zij deze stukken in overleg met de inspecteur zo spoedig mogelijk na. Ik verleen de inspecteurs een algemene toestemming om namens mij te beslissen op alle verzoeken om toepassing van artikel 14ba, derde lid, Wet Vpb 1969 met betrekking tot de samenvoeging van gemeenten door bestuurlijke herindeling, met uitzondering van de navolgende situaties. Op het tijdstip van de bestuurlijke herindeling zijn voor het bepalen van de winst bij de overdragende partij en de verkrijgende partij niet dezelfde bepalingen van toepassing. De inspecteur is van mening dat het verzoek: slechts kan worden ingewilligd onder het stellen van één of meer andere voorwaarden dan opgenomen in dit besluit (hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan situaties waarbij tot de overgedragen onderneming lidmaatschapsrechten of bewijzen van deelgerechtigdheid behoren); moet worden afgewezen omdat vanwege een andere reden dan het besluit vermeldt niet is voldaan aan de in de wet gestelde vereisten of omdat de heffing of invordering door de voorwaarden onvoldoende zijn verzekerd. In de gevallen waarin de inspecteur op grond van de algemene toestemming het verzoek toewijst, doet hij dit onder het stellen van de voorwaarden zoals opgenomen in bijlage 1 van dit besluit. Valt het verzoek niet onder de in paragraaf 7.2. van dit besluit aan de inspecteur verleende toestemming tot het afdoen van verzoeken, dan zendt de inspecteur het verzoek met zijn ambtsbericht zo spoedig mogelijk door naar Belastingdienst/Corporate Dienst Vaktechniek/Team Brieven en Beleidsbesluiten, Postbus 20201, 2500 EE Den Haag.

Rechtspraak bij dit artikel