In het tweede lid van artikel 4:19 Wft staat dat door een financiële onderneming verstrekte informatie correct, duidelijk en niet misleidend moet zijn. Vaak is de scheidslijn tussen niet-correcte, niet-duidelijke en misleidende informatie niet gemakkelijk te trekken, er kan overlap zijn. Hieronder geven wij nadere uitleg over wat wij onder correcte, duidelijke en niet-misleidende informatie verstaan.
Wij benadrukken dat de kwalificatie van informatie als niet-correct, niet-duidelijk of als misleidend geen verschil maakt voor de vraag of artikel 4:19, tweede lid, Wft is overtreden. Aan alle drie de eisen (correct, duidelijk en niet misleidend) moet de informatieverstrekking zelfstandig voldoen.
Bij de beoordeling of de informatie correct is, kijken wij in ieder geval of:
de informatie inhoudelijk juist is;
de consument krijgt wat hem wordt verteld;
er geen tegenstrijdigheden in de informatie zitten, zowel binnen een document als tussen verschillende informatiedragers
Als informatie op een website niet in overeenstemming is met de voorwaarden van het product, dan is deze informatie niet correct.
In een rekentool over hypotheken worden maandlasten en jaarlijkse kostenpercentages getoond op basis van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG), terwijl bij de achterliggende berekeningen van de rekentool geen rekening wordt gehouden met de eisen die worden gesteld aan een hypotheek die onder NHG wordt verstrekt.
Als een onderneming op de website vermeldt dat zij de grootste aanbieder van beleggingsfondsen van Nederland is, terwijl de onderneming geen beleggingsfondsen aanbiedt en alleen maar orders ontvangt en doorgeeft.
Als onterecht wordt gesteld dat de toezichthouder bepaalde informatie verplicht. Bijvoorbeeld dat de AFM het risico van het product bepaalt, terwijl dit volgt uit regelgeving.
Wij kijken of informatie eenvoudig inzicht geeft in de relevante kenmerken van het product en of de informatie de consument niet op het verkeerde been zet. Dit betekent dat de informatie in ieder geval vindbaar, begrijpelijk en evenwichtig moet zijn voor de doelgroep.
Immers, een consument die een vraag heeft en de daarvoor benodigde relevante informatie niet kan vinden, kan zijn vraag niet beantwoorden. Als hij de relevante informatie wél gevonden heeft, dan moet hij deze ook kunnen begrijpen. In de beoordeling of er sprake is van duidelijke of niet-misleidende informatie kunnen wij een consumentenonderzoek van de onderneming in kwestie op positieve wijze meenemen. Hieruit moet dan volgen dat het percentage consumenten dat het antwoord op zijn vraag kan vinden en vervolgens ook kan begrijpen, op een voldoende niveau ligt. Dit kan een consumentenonderzoek zijn dat wij uitvoeren of laten uitvoeren, maar dit kan ook een consumentenonderzoek zijn dat uitgevoerd is of wordt door u.
Als een onderneming wervende of aanprijzende informatie verstrekt over een product, moet de informatie een juist beeld van het product geven en mag de informatie de consument niet op het verkeerde been zetten. Om een juist beeld van een product te geven moet u in ieder geval ook informatie geven over de (beperkende) voorwaarden of risico’s die verband houden met de kenmerken die worden benoemd in de informatie. Daarnaast moeten niet-marktconforme kenmerken van het product nagenoeg altijd worden vermeld.
Ook moet u alle redelijkerwijs relevante informatie geven over het kenmerk waarmee u adverteert. Bijvoorbeeld als er gesproken wordt over een fiscale aftrek bij een lijfrenteproduct, dan moet ook worden vermeld dat de consument op een later moment alsnog belasting moet betalen. In paragraaf 2.3 behandelen we meer voorbeelden.
De vindbaarheid van informatie hangt af van de structuur van de informatiedragers. Het is van belang dat de informatiedragers goed gestructureerd/gelaagd zijn. De gekozen structuur (paragrafen, kopteksten) moet goed aansluiten bij de behoefte van de lezer. Ook moeten informatiedragers onderling een duidelijke samenhang vertonen. De consument moet gemakkelijk zijn weg vinden in de verstrekte informatie. Het gaat hierbij dus niet om de beschikbaarheid van informatie, maar om de vindbaarheid van informatie binnen een website, binnen een document of binnen een pakket aan documenten. Consumentenonderzoek is een goed hulpmiddel om te bepalen of informatie vindbaar is voor de doelgroep.
Bij de beoordeling of de informatie vindbaar is, kijken wij in ieder geval of:
alle relevante kenmerken vindbaar zijn binnen informerende documenten over een product;
alle relevante kernboodschappen in de eerste laag van de informatie staan;
onderwerpen die aan elkaar gerelateerd zijn, bij elkaar staan. Een voorbeeld hiervan is dat bij fiscale producten de fiscale aftrek en de belasting over het latere inkomen bij elkaar worden beschreven.
Informatie over de dienstverlening van bijvoorbeeld een vergelijkingssite is goed vindbaar als de consument tijdens het maken van de vergelijking ‘logischerwijs’ langs deze informatie komt. Om dit te bereiken moet de informatie in de directe nabijheid van de vergelijking staan. Dit betekent dat de informatie (of een hyperlink naar de informatie die ervoor zorgt dat de consument er met één ‘click’ kan komen) een prominente plek krijgt op de website, zowel tijdens het invullen van de gegevens voor de vergelijking als bij de uiteindelijke vergelijking zelf.
Een vergelijkingskaart is goed vindbaar als een consument de vergelijkingskaart kan vinden op of via een webpagina waar de consument naar informatie zoekt die in de vergelijkingskaart wordt behandeld. Voorbeelden hiervan zijn webpagina’s waar informatie wordt gegeven over de dienstverlening, de bijbehorende kosten en het betreffende product (zoals de hypotheek).
De informatie in een document is moeilijk vindbaar als een duidelijke inhoudsopgave ontbreekt of als informatie die op verschillende plekken staat, gecombineerd moet worden om een belangrijke lezersvraag volledig te beantwoorden.
Informatie op een website is moeilijk vindbaar als informatie die bij elkaar hoort niet direct op dezelfde pagina staat en ook niet aan elkaar gekoppeld is door bijvoorbeeld een duidelijke verwijzing.
Informatie is moeilijk vindbaar als de informatie op webpagina’s staat waar de consument naar verwachting niet naar de informatie zal zoeken. De vergelijkingskaart is bijvoorbeeld moeilijk vindbaar als deze op de website staat onder het thema ‘Klantenservice’ of ‘Juridische informatie’.
Bij de beoordeling of de informatie begrijpelijk is, kijken wij in ieder geval of:
de informatie zo weinig mogelijk moeilijke termen, waaronder juridisch jargon, bevat;
u moeilijke begrippen die wel worden gebruikt eenvoudig uitlegt;
u informatie zo simpel mogelijk uitlegt;
u de informatie zo expliciet mogelijk weergeeft.
Consumentenonderzoek is een goed hulpmiddel om te bepalen of informatie begrijpelijk is voor de doelgroep.
Evenwichtige informatie:
bevat zowel de relevante voordelen als de relevante nadelen en risico’s van het product;
maakt de nadelen en risico’s van het product even inzichtelijk als de voordelen;
omschrijft de (beperkende) voorwaarden en risico’s van kenmerken van het product die worden genoemd in een informatiedrager. Bijvoorbeeld: als de fiscale aftrek bij een product wordt vermeld, maar er niet wordt aangegeven dat op een later moment alsnog belasting betaald moet worden, dan is de informatie niet evenwichtig.
Informatie is misleidend als de lezer op het verkeerde been wordt gezet. Dit is overigens niet beperkt tot tekstuele informatie; ook afbeeldingen en grafieken en dergelijke kunnen niet-duidelijk en/of misleidend zijn. Ook door de presentatie van de informatie mag de consument niet op een misleidende wijze worden beïnvloed in zijn beslissing. Of sprake is van niet-duidelijke informatie of van misleiding, hangt af van de specifieke casus. Het is hierbij niet van belang of de opsteller van de informatie bewust of onbewust de consument misleidt. Voorbeelden van niet-duidelijke en/of misleidende informatie zijn hieronder opgenomen:
de indruk wordt gewekt dat er geen kosten zijn voor het product, terwijl de consument deze wel betaalt. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een product als ‘gratis’, ‘voor niets’, ‘kosteloos’ of met een vergelijkbare term omschreven wordt terwijl dit niet het geval is. Als de consument de kosten indirect betaalt, kan niet gesproken worden over ‘gratis’;
de indruk wordt gewekt dat de consument geld toe krijgt op het product, terwijl de consument slechts een korting ontvangt op de kosten;
wordt vermeld dat er geen afsluitkosten betaald hoeven te worden bij de aanschaf van een hypotheek op NHG-voorwaarden, terwijl bij een financiering op basis van NHG wel voor de NHG eenmalig premie betaald moet worden;
u een indirecte beloning ontvangt voor het geven van advies, terwijl er in een reclame-uiting wordt gesproken over ‘gratis advies’;
niet wordt vermeld dat er sprake is van een rente-op-rente effect en wat de gevolgen hiervan zijn. Bijvoorbeeld bij een verzilverhypotheek betaalt de klant de rente niet direct uit eigen middelen, maar deze wordt opgeteld bij de openstaande hypotheekschuld. Hierdoor ontstaat er een rente-op-rente effect en betaalt de klant meer rente;
door het noemen van bepaalde kosten de indruk wordt gewekt dat er geen andere kosten zijn voor het product, terwijl er wel sprake is van andere kosten. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer er staat dat er enkel transactiekosten worden gerekend, terwijl er ook nog andere kosten zijn zoals fondskosten en een aan- en verkoopspread;
niet duidelijk is dat er sprake is van een kostenverhoging;
de indruk wordt gewekt dat de kosten in de toekomst zullen dalen, terwijl dit niet wordt gegarandeerd;
de indruk wordt gewekt dat de kosten eenmalig zijn terwijl dit periodieke kosten betreffen.
risico’s worden gebagatelliseerd bijvoorbeeld wanneer in reclame-uitingen wordt gesproken over ‘veilig beleggen’;
risico’s verhullend worden beschreven. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer belangrijke risico’s wel af te leiden zijn uit de verstrekte informatie, maar niet expliciet genoemd worden. Bijvoorbeeld wel noemen dat sprake is van een hoofdsomgarantie, maar niet expliciet benoemen dat de belegger de inleg kan kwijtraken als de garantgever failliet gaat;
twee verschillende producten met verschillende risico’s worden vergeleken, maar hierbij niet expliciet wordt geïnformeerd over het verschil in risico;
er een risicoscore wordt gegeven (anders dan de verplicht op te nemen risico-indicator zoals bedoeld in artikel 1 BGfo), waarbij niet wordt toegelicht hoe deze tot stand is gekomen.
beperkende voorwaarden om in aanmerking te komen voor een krediet of garantie niet worden vermeld;
beperkende voorwaarden verhullend worden beschreven. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer belangrijke beperkende voorwaarden van een product onderbelicht blijven;
een belegger uit de tekst moet opmaken dat de zin ‘geschikt voor de middellange en langetermijn belegger’ betekent dat een deelnemingsrecht slechts beperkt verhandelbaar is.
een hoofdsomgarantie gesuggereerd wordt, maar de inleg (uitgifteprijs) boven de garantiewaarde (nominale waarde) ligt.
twee producten worden vergeleken zonder alle relevante verschillen duidelijk te maken;
in een grafiek de rentepercentages van concurrerende aanbieders onjuist worden weergegeven;
het aangeboden product niet gelijksoortig is aan de producten van andere aanbieders waarmee wordt vergeleken;
een beleggingsproduct met een spaarproduct wordt vergeleken, terwijl het onderscheid niet duidelijk wordt gemaakt;
niet alle kenmerken die voor de vergelijking relevant zijn worden meegenomen.
niet wordt toegelicht hoe een vergelijking tot stand is gekomen, wanneer een consument producten vergelijkt. Zo is het belangrijk dat consumenten weten of er alleen wordt vergeleken op basis van prijs of dat ook andere factoren, zoals productkenmerken, kwaliteit of gemaksoverwegingen een rol spelen, en zo ja, welke;
niet wordt toegelicht hoe (on)volledig de getoonde vergelijking is, wanneer een consument producten vergelijkt, zodat een de consument niet kan duiden hoeveel partijen of producten met elkaar worden vergeleken, en waarom bepaalde andere partijen of producten niet;
onterecht de indruk wordt gewekt dat een vergelijking tot stand komt op grond van persoonlijke gegevens (terwijl dit niet het geval is);
wordt aangegeven dat een product (tot) een bepaald percentage of bedrag goedkoper is, zonder dat duidelijk wordt gemaakt ten opzichte waarvan dit de besparing is en voor welke klanten de besparing haalbaar is.
historische dan wel werkelijke rendementen worden geschetst die gebaseerd zijn op een periode die niet representatief is, bijvoorbeeld een periode die niet lang genoeg is;
historische dan wel werkelijke rendementen onjuist worden verklaard/geduid met niet relevante informatie;
een selectief trackrecord wordt getoond dat de indruk geeft volledig te zijn.
een beleggingsproduct wordt verkocht onder een naam die suggereert dat het een spaarproduct is;
de term flexibele rente wordt gebruikt, terwijl variabele rente bedoeld wordt;
onduidelijke terminologie wordt gebruikt. Bijvoorbeeld het begrip transactietegoed kan onterecht de indruk wekken dat sprake is van tegoed waarmee financiële instrumenten kunnen worden aangeschaft;
informatie over Contract for Difference (CfD) suggereert dat het een effect is, bijvoorbeeld door het gebruik van termen zoals aandeel, beurskoers en beurs.
(onverplicht) verwezen wordt naar een gezaghebbende partij en dit aan zekerheid wordt gekoppeld. Dit is van toepassing als onverplicht de naam van de AFM genoemd wordt en deze gekoppeld is aan zekerheid;
de indruk wordt gewekt dat de AFM producten ondersteunt of aanbeveelt doordat op een website bijvoorbeeld staat dat een aanbieder is opgericht ‘in nauw overleg’ met de AFM.
de informatie uitleg geeft over het product, waarbij wordt gewezen op de positieve kenmerken van het product, terwijl de risico’s en de negatieve kenmerken minder inzichtelijk worden gemaakt;
de informatie wel het belastingvoordeel benoemt, maar daarbij niet vermeldt dat er op een later moment ook nog belasting betaald moet worden;
relevante kenmerken van een financieel product alleen in de voorwaarden zijn opgenomen, terwijl er ook andere informatiedragers zijn, waarin hieraan geen aandacht wordt besteed en ook niet naar die voorwaarden wordt verwezen;
de informatie over een lening voor een (duurzame) investering niet los van de bijbehorende besparing kan worden gelezen. Hiervan kan sprake zijn wanneer in een rekenvoorbeeld de maandlasten van de lening zijn verwerkt in de opbrengsten van de energiebesparing. De kosten en de looptijd van de lening zijn dan niet eenvoudig te herleiden;
in informatie termen staan zoals ‘commissievrij beleggen’, ‘gratis’ of ‘0 Euro’ zonder duidelijk te zijn over mogelijke bijkomende kosten en/of beperkingen.
niet duidelijk is welke belangrijke aannames in de rekentool worden gehanteerd, zodat de informatie uit de tool onvoldoende op waarde kan worden geschat;
niet duidelijk is dat de informatie die de rekentool toont een schatting betreft die alleen ter oriëntatie gebruikt kan worden en dat de praktijk per persoon zal verschillen vanwege persoonlijke omstandigheden;
de informatie die de rekentool toont nauwkeurig lijkt, maar in werkelijkheid een versimpelde weergave van de werkelijkheid is.
een en-bloc clausule is opgenomen in de voorwaarden die zo wordt beschreven dat niet duidelijk is wat de clausule inhoudt en in welke gevallen deze van toepassing is;
het recht op contra-expertise zo wordt beschreven dat niet duidelijk is dat contra-expertise een recht is en wat dat recht inhoudt;
wordt gerefereerd aan positieve resultaten van andere producten van de aanbieder dan het product waar de informatie over gaat;
scenario’s worden weergegeven die een onjuist beeld geven van de werking van het product;
rendementsprognoses worden gepresenteerd zodat deze betrouwbaar lijken, terwijl de prognoses onvoldoende onderbouwd kunnen worden;
rentepercentages voor leningen worden aangeboden die alleen gelden onder bepaalde voorwaarden of in combinatie met een verzekering, zonder dat dit wordt vermeld;
rentepercentages voor betaal-of spaarrekeningen worden getoond die alleen gelden onder bepaalde voorwaarden zonder dat dit wordt vermeld of die een te rooskleurig beeld schetsen ten opzichte van de praktijk;
de manier waarop de aanbieder de informatie samenstelt, de indruk wekt dat sprake is van een onafhankelijke analyse, terwijl dit niet het geval is en de aanbieder met deze schijn van onafhankelijkheid zijn product aanprijst;
wordt geïnformeerd over rendementen die behaald kunnen worden bij een aftrek in een bepaalde belastingschaal, terwijl hierbij niet wordt vermeld dat dit rendement alleen behaald kan worden als van een volledige aftrek in de betreffende belastingschaal gebruik kan worden gemaakt;
de verwachting wordt gewekt dat wordt geadviseerd terwijl dit niet het geval is;
de rentes die worden gegeven op jaarbasis zijn, terwijl uit de tekst ook afgeleid kan worden dat de weergegeven percentages van toepassing zijn op een kortere periode dan een jaar. Bijvoorbeeld als in een reclame-uiting voor een 6-maandsdeposito niet wordt aangegeven dat de rente op jaarbasis is;
wordt vermeld dat een hypotheek stabiele maandlasten heeft, terwijl gedurende de looptijd de maandlasten kunnen wijzigen doordat de rentevastperiode van de hypotheek niet overeenkomt met de totale looptijd van de hypotheek;
een brochure de indruk wekt een volledige beschrijving van het product te geven, terwijl dit niet het geval is en waarin hieraan geen aandacht besteed wordt;
als u bij uw klant, waarvan het lijfrenteopbouwproduct afloopt, de suggestie wekt dat het uitkeringsproduct bij u moet worden afgenomen;
een financieel dienstverlener de indruk wekt een verzekeraar te zijn;
informatie op expiratiedatum van een lijfrente onvoldoende concreet en/of persoonlijk is;
beleggen wordt gepresenteerd als alternatief voor sparen, zonder de verschillen duidelijk te maken;
een Nederlandse versie van een belangrijk anderstalig document zoals een clientovereenkomst niet leidend is;
informatie onterecht de suggestie wekt dat schade gedekt is;
informatie over een beschermingsstelsel onterecht de indruk wekt dat het koersrisico op de waarde van de beleggingsportefeuille van cliënten is afgedekt;
bij informatie over een nadelig productkenmerk, een visueel teken wordt geplaatst dat de indruk wekt dat het kenmerk juist een voordeel is, zoals een duimpje omhoog, groen vinkje of stempel;
belangrijke informatie niet leesbaar is, omdat deze te kort zichtbaar is of, het lettertype te klein is, of het contrast te laag is;
informatie, die tot doel heeft te informeren over een wijziging, niet duidelijk maakt wat de wijziging is en welke gevolgen deze wijziging heeft.
In het tweede lid van artikel 4:19 Wft staat dat ‘door’ een financiële onderneming verstrekte of beschikbaar gestelde informatie, waaronder reclame-uitingen, correct, duidelijk en niet misleidend moet zijn.
Met de opkomst van adverteren via een blog, podcast, socialemediakanalen of website van een derde, ook wel ‘affiliate marketing’ genoemd, is het belangrijk om duiding te hebben wanneer er sprake is van ‘door’ een financiële onderneming verstrekte of beschikbaar gestelde informatie. Het is immers belangrijk om duidelijk te hebben of een overtreding van artikel 4:19, tweede lid, Wft, kan worden toegerekend aan de financiële onderneming.
Er is sprake van ‘door een financiële onderneming verstrekte of beschikbaar gestelde informatie’ als de informatie zelf door de financiële onderneming wordt verstrekt of beschikbaar wordt gesteld of als de informatie in opdracht van de financiële onderneming wordt verstrekt of beschikbaar wordt gesteld.
Om te kunnen bepalen of informatie in opdracht is verstrekt of in opdracht beschikbaar is gesteld, kijken wij bijvoorbeeld naar de volgende elementen en zullen deze elementen altijd in samenhang worden bezien:
Is er sprake van een contractuele (directe) relatie tussen de financiële onderneming en een derde (ook wel aangeduid als ‘affiliate’)?
Omvat de contractuele relatie voorwaarden waarin meer specifiek de verantwoordelijkheid tussen beide partijen is geregeld?
Moet een derde bepaalde voorwaarden van de financiële onderneming accepteren alvorens hij kan starten met informatie verstrekken of beschikbaar stellen?
Verschaft de financiële onderneming zelf bepaalde informatie aan de derde om te verstrekken of beschikbaar te stellen?
Artikel 2
Correct, duidelijk en niet misleidend – artikel 4:19, tweede lid, Wft
Onderdeel van Beleidsregel Informatieverstrekking· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 30 september 2024