Het is verboden in Nederland effecten aan te bieden aan het publiek zonder dat daarbij een door de AFM goedgekeurd prospectus algemeen verkrijgbaar wordt gesteld. Dit verbod geldt ook voor het toelaten van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt. De AFM toetst het prospectus op volledigheid, begrijpelijkheid en consistentie. Een prospectus moet in ieder geval op de website van de uitgevende instelling algemeen verkrijgbaar zijn. Reclame-uitingen die gedaan worden in het kader van een prospectusplichtige aanbieding of toelating tot de handel op een gereglementeerde markt moeten voldoen aan verschillende vereisten. Deze vereisten zijn neergelegd in de leden 2 tot en met 5 van artikel 22 verordening (EU) 2017/1129 (de Prospectusverordening) en elke afzonderlijke reclame-uiting moet aan deze vereisten voldoen. Deze normen zijn verder uitgewerkt in artikel 13 tot en met 17 van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/979. De vereisten worden hieronder toegelicht. In bepaalde gevallen kan een uitzondering op deze prospectusplicht gelden of kan gebruik worden gemaakt van een vrijstelling. In dat geval zijn de vereisten van artikel 22 Prospectusverordening niet van toepassing.
In het tweede lid van artikel 22 Prospectusverordening is bepaald dat in alle reclame vermeld dient te worden dat er een prospectus is, of zal worden gepubliceerd en dient tevens aangegeven te worden waar beleggers het prospectus kunnen verkrijgen.
Wanneer wordt vermeld waar het prospectus gepubliceerd wordt (‘Het prospectus is te downloaden op www.(...).nl’), blijkt daar ook uit dat er een prospectus is. Een expliciete vermelding van het feit dat er een prospectus is, is in dat geval niet nodig.
Voor de verwijzing naar een website of webadres geldt dat het prospectus ook op die betreffende pagina te vinden moet zijn.
Sommige online reclame-uitingen hebben een beperkte omvang, zoals banners. In dat geval kan worden volstaan met een kortere vermelding, mits de vermelding een hyperlink bevat naar de pagina waar het prospectus te vinden is en het woord ‘prospectus’ in de vermelding voorkomt (bijvoorbeeld: ‘Klik hier voor het prospectus’).
Een prospectus kan op meerdere manieren gepubliceerd worden, maar een prospectus wordt in ieder geval (als download) geacht verkrijgbaar te zijn, indien deze op de website van de uitgevende instelling is gepubliceerd. De vermelding in de reclame-uiting moet daarom in ieder geval aansluiten bij deze verplichte wijze van publiceren. Een reclame-uiting met alleen een hyperlink als vermelding naar het prospectus met bijvoorbeeld de tekst ‘vraag het prospectus aan’ is niet toegestaan.
In artikel 22, lid 3, Prospectusverordening is bepaald dat reclame-uitingen duidelijk als zodanig herkenbaar zijn en informatie bevat die accuraat, niet misleidend en in overeenstemming is met de informatie in (het nog te publiceren) het prospectus. Hieronder geven wij een nadere uitleg over wat wij verstaan onder inaccuraat, misleidend en niet in overeenstemming met het prospectus. Bij de geschetste voorbeelden kan er overlap bestaan.
Informatie in een reclame-uiting is inaccuraat als deze niet overeenkomt met de werkelijkheid.
Voorbeelden van inaccurate informatie zijn:
als de informatie niet waar is, bijvoorbeeld het vermelden dat een uitgevende instelling onder toezicht van de AFM staat terwijl dat niet het geval is;
als informatie niet in overeenstemming is met de voorwaarden van het product;
als een reclame-uiting tegenstrijdige informatie bevat.
Informatie kan misleidend zijn als het beeld dat de informatie wekt, niet overeenkomt met de werkelijkheid. De belegger mag ook niet op het verkeerde been gezet worden. Dat betekent dat de informatie in een reclame-uiting in ieder geval evenwichtig moet zijn. Het betekent ook dat de presentatie van de informatie niet op een misleidende wijze de belegger mag beïnvloeden in zijn beslissing. Dit is overigens niet beperkt tot tekstuele informatie; ook afbeeldingen en grafieken en dergelijke kunnen misleidend zijn. Om een evenwichtig en juist beeld van een product te kunnen geven, moet in ieder geval informatie over de belangrijkste risico’s, kosten en (beperkende) voorwaarden gegeven worden en geen verkeerde indruk worden gewekt. Vermelde positieve kenmerken van het product moeten in goede verhouding staan tot de negatieve kenmerken van het product. Daarnaast zullen niet-marktconforme kenmerken van het product nagenoeg altijd vermeld moeten worden om een evenwichtig en juist beeld te geven. Voorbeelden van misleidende informatie zijn:
de indruk wordt gewekt dat er geen kosten zijn voor het product, terwijl de belegger deze wel betaalt. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een product als ‘kosteloos’ omschreven wordt terwijl dit niet het geval is. Als de belegger de kosten (in)direct betaalt, kan niet gesproken worden over ‘kosteloos’. Of als er nog emissiekosten zijn die voor rekening van de belegger komen, waardoor het rendement minder is als die kosten wel zouden worden meegenomen in de berekening van het rendement.
risico’s worden gebagatelliseerd bijvoorbeeld wanneer in reclame-uitingen wordt gesproken over ‘veilig beleggen’;
risico’s niet letterlijk worden benoemd of niet als dusdanig worden geformuleerd. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de nadruk wordt gelegd op de overdraagbaarheid van de effecten terwijl de beperkte verhandelbaarheid van de effecten juist een risico is;
twee verschillende producten met verschillende risico’s worden vergeleken, maar hierbij niet expliciet wordt geïnformeerd over het verschil in risico. Bijvoorbeeld wanneer een belegging met een spaarproduct wordt vergeleken, terwijl het onderscheid in risico niet duidelijk wordt gemaakt.
rendement, uitkering of aflossing ‘vast’ of ‘gegarandeerd’ wordt genoemd zonder dat dit echt vast of gegarandeerd is. Dit kan bij beleggers de indruk wekken dat het een zekerheid is, terwijl dit niet altijd het geval is;
historische rendementen worden geschetst die niet representatief zijn, bijvoorbeeld doordat de historische rendementen gebaseerd zijn op een te korte periode of doordat niet alle historische rendementen in de geselecteerde periode worden meegenomen;
belangrijke voorbehouden ten aanzien van een positief kenmerk achterwege worden gelaten. Bijvoorbeeld over beperkingen op de verhandelbaarheid, over vervroegde aflossing of over opties voor het verlengen van de looptijd.
onduidelijke informatie over de aard van het product wordt verschaft. Bijvoorbeeld door naamgeving van het product die niet aansluit bij het type product of dat de indruk wekt dat het product bepaalde kenmerken bezit terwijl dat niet het geval is.
het toepasselijke toezicht zoals de goedkeuring van het prospectus of het hebben van een vergunning wordt gekoppeld aan zekerheid of vertrouwen, of als het wordt gepositioneerd als een kwaliteitskeurmerk. Bijvoorbeeld door het overmatig vermelden daarvan of door het dusdanig vermelden van de goedkeuring van het prospectus dat dit als een (positief) kenmerk van het product wordt gepresenteerd. Of bijvoorbeeld door te suggereren dat de AFM het product ondersteunt of aanbeveelt.
feitelijke informatie over de omvang van de uitgifte of beschikbaarheid van de effecten op dusdanige wijze wordt gepresenteerd dat de informatie niet neutraal en niet feitelijk wordt weergegeven maar op opvallende wijze (bijvoorbeeld door opvallend kleurgebruik, lettertype of positionering) wordt weergegeven waardoor het risico bestaat dat de belegger gestuurd wordt om snel te handelen;
feitelijke informatie over een korting(speriode) bij inschrijving op dusdanige wijze wordt gepresenteerd dat de informatie niet neutraal en niet feitelijk wordt weergegeven waardoor het risico bestaat dat de belegger gestuurd wordt om snel te handelen;
er mededelingen zoals ‘op = op’ en ‘wees er snel bij’ worden gedaan die zinspelen op een beperkte omvang van de uitgifte, beperkte beschikbaarheid van de effecten en/of kortingsperiode bij inschrijving en die mededelingen de informatie over de omvang van de uitgifte en/of kortingsperiode bij inschrijving niet neutraal en niet feitelijk weergeven maar op opvallende wijze waardoor het risico bestaat dat de belegger wordt gestuurd om snel te handelen.
informatie de indruk wekt volledig te zijn, terwijl dit niet het geval is. Bijvoorbeeld als alleen de belangrijkste kosten worden vermeld terwijl de begeleidende tekst impliceert dat dat alle kosten zijn;
scenario’s worden weergegeven die een inaccuraat of onvolledig beeld geven van de werking van het product;
een belastingvoordeel wordt vermeld op basis van de hoogste schaal terwijl de doelgroep (mede) bestaat uit personen die het belastingvoordeel uit die schaal niet kunnen genieten en/of zonder dat duidelijk vermeld wordt wat het belastingvoordeel is op basis van de lagere schaal.
de informatie wel het belastingvoordeel benoemt, maar er niet wordt aangegeven dat op een later moment alsnog belasting betaald moet worden. Of dat wel informatie wordt gegeven over rendementen die behaald kunnen worden bij een aftrek in een bepaalde belastingschaal, terwijl hierbij niet wordt vermeld dat dit rendement alleen behaald kan worden als van een volledige aftrek in de betreffende belastingschaal gebruik kan worden gemaakt.
Wanneer informatie in een reclame-uiting de informatie in het prospectus tegenspreekt of daarmee in strijd is, is de informatie niet in overeenstemming met het prospectus. Informatie kan ook niet in overeenstemming met het prospectus zijn als de indruk die de informatie wekt, niet in overeenstemming is met het beeld zoals dat uit het prospectus blijkt. Dit is bijvoorbeeld het geval als in de reclame-uiting een opsomming is opgenomen die de indruk geeft volledig te zijn, terwijl het prospectus meer informatie bevat op dat punt. Ook wanneer in de reclame-uiting een risico of feit als een positief kenmerk wordt neergezet terwijl dat volgens de informatie in het prospectus geen positief kenmerk betreft, is de informatie niet in overeenstemming. Dat is bijvoorbeeld het geval als de mogelijke verhandelbaarheid van het effect als positief kenmerk wordt neergezet terwijl juist de beperking op de verhandelbaarheid als risico in het prospectus is beschreven.
Ook mag er geen onevenwichtig beeld gegeven worden van informatie in het prospectus, bijvoorbeeld door negatieve aspecten van die informatie minder prominent te presenteren dan de positieve aspecten, door weglating, of door selectieve weergave van bepaalde informatie. Om evenwichtig te zijn dienen daarom de vermelde positieve kenmerken van de effecten in goede verhouding te staan tot de negatieve kenmerken. Positieve aspecten zijn bijvoorbeeld de gestelde goede vooruitzichten van een propositie, het rendement, of de gunstige marktpositie. Negatieve aspecten zijn bijvoorbeeld beperkte verhandelbaarheid, beperkende voorwaarden of de (materiële) risico’s zoals beschreven in het prospectus. Aangezien de risico’s een belangrijk onderdeel vormen van het prospectus en reclame een materieel evenwichtige presentatie dient te zijn van de informatie van dat prospectus, is het opnemen van de risico’s – in het geval er positieve aspecten van de aanbieding beschreven staan – nodig om de informatie voldoende in evenwicht te brengen.
de informatie uitleg geeft over het product, waarbij wordt gewezen op de positieve kenmerken van het product, terwijl de risico’s en de negatieve kenmerken minder of niet inzichtelijk worden gemaakt;
er alleen in algemene zin wordt verwezen naar de risico’s van beleggen, terwijl er wel ruim aandacht besteed wordt aan één of meerdere positieve kenmerken van het product.
Artikel 6
Reclame-uitingen in het kader van prospectussen – artikel 22 Prospectusverordening
Onderdeel van Beleidsregel Informatieverstrekking· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 30 september 2024