Voor informatieverstrekking van pensioenuitvoerders aan deelnemers gelden wettelijke vereisten.1Waar de AFM spreekt van deelnemers bedoelt zij actieve deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden, tenzij dit expliciet anders wordt aangegeven. In artikel 48, eerste lid, Pensioenwet (Pw) en artikel 59, eerste lid, Wet verplichte beroepspensioenregeling (Wvb) (hierna wordt uitsluitend gesproken over de artikelen in Pw) staat dat informatie die de pensioenuitvoerder verstrekt of beschikbaar stelt correct, duidelijk en evenwichtig is. Daarnaast wordt de informatie tijdig verstrekt of beschikbaar gesteld. Hieronder geven we aan wat wij onder correct, duidelijk, evenwichtig en tijdig in de zin van artikel 48 Pw verstaan.
De vereisten in artikel 48, eerste lid, Pw tonen overeenkomsten met de vereisten uit artikel 4:19 Wft (zie hoofdstuk 2), die van toepassing zijn op financiële ondernemingen. De voorwaarde dat informatie niet-misleidend mag zijn, staat niet in de Pw. In de Pw staat naast ‘correct’ en ‘duidelijk’ dat informatie ‘evenwichtig’ moet zijn. Een ander verschil met de vereisten uit de Wft is dat informatie doorlopend ‘tijdig’ moet worden verstrekt aan de deelnemer. Hierbij gaat het om een overkoepelende tijdigheidsnorm die ziet op alle informatieverstrekking aan deelnemers. Daarnaast kent informeren over pensioenen enkele specifieke uitdagingen: zo is de interesse in pensioen veelal beperkt, wordt het onderwerp door deelnemers als complex ervaren, is de looptijd lang en het belang voor de deelnemer groot. Die uitdagingen moeten meegenomen worden bij het correct, duidelijk, evenwichtig en tijdig informeren.
Wij benadrukken dat alle informatie die de pensioenuitvoerder verstrekt of beschikbaar stelt, zelfstandig en in samenhang met andere informatie-uitingen bezien aan elk van de vereisten uit artikel 48 Pw moet voldoen. Dit geldt voor alle communicatie-uitingen, ongeacht of deze verplicht of vrijwillig worden verstrekt.
Bij de beoordeling of informatie correct is, kijken wij in ieder geval of:
de informatie inhoudelijk juist is;
de aan de deelnemers gecommuniceerde pensioenbedragen overeenkomen met hetgeen hen op basis van het pensioenreglement toekomt;
er geen tegenstrijdigheden in de informatie zitten, zowel binnen het document als tussen verschillende informatiedragers; en
de informatie niet onnodig verouderd is. Hiermee bedoelen we dat de informatie betrekking heeft op de juiste peildatum en/of actueel is.
Op het Uniform Pensioen Overzicht (UPO) staat dat de pensioenuitvoerder voor indexaties het beleid van een andere pensioenuitvoerder volgt. Uit andere communicatie aan de deelnemers blijkt dat er meer voorwaarden gelden voordat de indexatie kan plaatsvinden. Deze voorwaardelijkheid blijkt niet uit het UPO.
Het opbouwpercentage in de startbriefkomt niet overeen met het opbouwpercentage in het pensioenreglement.2Hiermee wordt de informatie bedoeld die op grond van artikel 21, eerste lid, Pw of artikel 48, eerste lid, Wvb bij aanvang van de deelname aan de pensioenregeling moet worden verstrekt.
Een wijziging is abusievelijk (nog) niet verwerkt in de administratie. Hierdoor is de informatie op het UPO ook (nog) niet correct.
Bij het informeren van de deelnemer over de mogelijkheid van vervroegd pensioen en de gevolgen daarvan staat hetzelfde pensioenbedrag bij pensionering op 65 jaar als bij pensionering op 68 jaar.
Informatie over geprognotiseerde bedragen zijn gebaseerd op verkeerde scenario’s.
Wij kijken of informatie vindbaar en begrijpelijk is voor de doelgroep. Als deelnemers de voor hen relevante informatie niet kunnen vinden, is die informatie niet duidelijk. Als zij de relevante informatie wél gevonden hebben, dan moet deze informatie ook inhoudelijk te volgen zijn. Dat houdt in dat onderwerpen zo duidelijk en concreet mogelijk worden verwoord. Wat begrijpelijk is zal per onderwerp of per doelgroep verschillen. Ook kan bijvoorbeeld meespelen in hoeverre deelnemers eerder over het onderwerp zijn geïnformeerd. Wij verwachten dat de pensioenuitvoerders ervoor zorgen dat hun deelnemers de informatie kunnen begrijpen, bijvoorbeeld door de informatie bij deelnemers te toetsen.
In de beoordeling of er sprake is van duidelijke informatie kunnen wij een deelnemersonderzoek van de pensioenuitvoerder in kwestie meenemen. Hieruit kan dan bijvoorbeeld volgen dat het percentage deelnemers dat het antwoord op zijn vraag kan vinden en vervolgens ook kan begrijpen, op een voldoende niveau ligt.
Bij de beoordeling of informatie duidelijk is, kijken wij in ieder geval of:
het taalgebruik is afgestemd op de groep deelnemers;
de structuur van de teksten overzichtelijk is;
het voor de deelnemer duidelijk is waarom hij de informatie op dat moment ontvangt en wat hij met de informatie moet doen;3In dit kader is ook artikel 48, vierde lid, Pw relevant.
de pensioenuitvoerder de verhouding tussen verschillende documenten met verschillende peildata uitlegt wanneer hierover voor de deelnemer verwarring kan ontstaan;
een deelnemer op gemakkelijke wijze alle relevante informatie kan vinden, zowel op een website als binnen een papieren of digitale brief; en
informatie die gelaagd wordt aangeboden als geheel en per afzonderlijke informatielaag duidelijk is.
Het gebruik van containerbegrippen zoals een ‘toekomstbestendig pensioen’ zonder dat de pensioenuitvoerder toelicht wat hiermee wordt bedoeld.
Gevolgen van een keuze worden inzichtelijk gemaakt in een grafiek, zonder dat hierbij een toelichting is opgenomen over wat een deelnemer in de grafiek ziet en op welke gegevens de grafiek is gebaseerd.
Een deelnemer moet zelf aan de hand van een tabel (waarin de individuele beleggingsopbrengsten percentueel per maand worden weergegeven) afleiden welke aanpassing in de uitkering op hem van toepassing is afhankelijk van het moment waarop zijn pensioenuitkering is gestart.4In dit kader is ook artikel 48, tweede lid, Pw relevant.
Een deelnemer krijgt kort voor pensionering verschillende brieven waarin de getoonde afkoopwaarde van zijn pensioen sterk verschilt. De informatie in de verschillende brieven heeft verschillende peildata: de waarde op 31-12 van het voorgaande kalenderjaar (UPO); de te verwachten afkoopwaarde op pensioendatum; en de actuele, werkelijke waarde. De pensioenuitvoerder maakt in de informatie niet expliciet of het gaat om de werkelijke of geprognotiseerde waarde, of hoe die drie genoemde bedragen zich tot elkaar verhouden.
Een pensioenuitvoerder legt het effect van een vaste daling in een variabele pensioenuitkering gecombineerd met een spreidingsperiode zo uit dat de deelnemer zelf berekeningen en meerdere denkstappen moet maken om de werking en de hieraan verbonden risico’s te kunnen doorgronden.
De algemene beschrijving van de klachtenprocedure is niet goed vindbaar voor de deelnemer wanneer deze niet via twee kliks vanaf de startpagina van de pensioenuitvoerder geraadpleegd kan worden en wanneer de deelnemer deze niet eenvoudig via een zoekfunctie op de startpagina kan vinden.
De pensioenuitvoerder verwijst deelnemers voor een verdere toelichting op generatie-effecten door naar de algemene website en niet naar een specifieke locatie op de website. De specifieke locatie is alleen te raadplegen door het invoeren van een vakterm zoals ‘generatie-effecten’ in de zoekbalk.
Alle informatie verstrekt door de pensioenuitvoerder moet evenwichtig zijn. Evenwichtig informeren betekent dat er een juiste balans is in de informatieverstrekking. Bijvoorbeeld een juiste balans tussen de relevante voor- en nadelen, kenmerken en de risico’s. Als de informatie niet evenwichtig is en een deelnemer niet voldoende op de hoogte is van de beperkende voorwaarden of risico’s, kan hij ten onrechte een verkeerde conclusie trekken over zijn pensioenregeling.
Bij de beoordeling of informatie evenwichtig is, kijken wij in ieder geval of:
de relevante informatie over de situatie en context is opgenomen;
de relevante voor- en nadelen en risico’s expliciet worden benoemd en inzichtelijk worden gemaakt;
de opgenomen voorbeelden en vergelijkingen representatief zijn en waar nodig zijn voorzien van een onderbouwing;
het voor de deelnemer duidelijk is wanneer hij wel of niet een bepaald recht heeft (voorwaarden of uitzonderingsgronden); en
de informatie evenwichtig is in elk van de informatielagen en als geheel bezien.
Het in de online keuzeomgeving uitsluitend wijzen op de voordelen van een keuzeoptie zonder de nadelen te noemen.
Het niet verstrekken van een duidelijk overzicht van alle gevolgen van een collectieve waardeoverdracht.
Het niet transparant communiceren voorafgaand aan het afsluiten van een variabel uitkeringsproduct over het feit dat de uitkering aangepast kan worden op het moment dat de algemene levensverwachting wijzigt.
Een pensioenuitvoerder die gebruikmaakt van een spreiding van de beleggingsresultaten informeert de deelnemer dat tegenvallende beleggingsresultaten niet direct volledig ten laste van de uitkering komen, maar benoemt daarbij niet de nadelen, zoals dat een meevaller in een bepaald jaar kan worden gedempt door een tegenvaller van een eerder jaar.
Informatie is tijdig als de deelnemer deze tot zich kan nemen op het moment dat hij naar aanleiding daarvan besluiten moet nemen of wanneer de informatie op een andere wijze relevant voor hem is. De besluiten die de deelnemer moet nemen hoeven niet noodzakelijkerwijs in pensioencontext te zijn. Wanneer de uitkering wordt aangepast en bijvoorbeeld naar beneden gaat5Denk bijvoorbeeld aan het aanpassen van een variabele uitkering, het ingaan van laag bij een hoog-laag uitkering, en het korten van een DB-uitkering., moet de deelnemer tijd hebben om zijn uitgavenpatroon hierop aan te passen. Voor een aantal informatiedragers heeft de wetgever bepaald wat tijdig is. Een brief bij de start van de deelneming aan de pensioenregeling moet bijvoorbeeld binnen drie maanden na die start aan de deelnemer worden verstuurd.6Zie artikel 21 Pw. Het UPO moet elk jaar worden verstrekt7Zie artikel 38 Pw voor actieve deelnemers en artikel 44 Pw voor pensioengerechtigden. Voor gewezen deelnemers geldt in beginsel ook dat het UPO jaarlijks verstrekt wordt, tenzij de uitzondering in artikel 40, derde lid, Pw wordt toegepast. Het UPO aan gewezen partners wordt elke 5 jaar verstrekt., waarbij actieve deelnemers hun UPO op grond van de Beleidsregel tijdige verstrekking Uniforme Pensioen Overzichten vóór 1 oktober moeten ontvangen. Voor een aantal informatieverplichtingen geldt dat de wet niet invult wanneer deze ‘tijdig’ zijn verstrekt.
Bij de beoordeling of informatie tijdig verstrekt of beschikbaar gesteld is, kijkt de AFM in ieder geval of:
de termijn de deelnemer in staat stelt de informatie tot zich te nemen en hierover eventueel advies in te winnen;
de deelnemer voldoende tijd krijgt om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen; en
de termijn tegemoet komt aan het handelingsperspectief dat de deelnemer wordt geboden.
De pensioenuitvoerder verstrekt de deelnemersinformatie bij een collectieve waardeoverdracht korter dan zes weken vóór het verstrijken van de bezwaartermijn (Bezwaarmogelijkheid bij collectieve waardeoverdracht – artikel 83, tweede lid, Pw).
De pensioenuitvoerder verstrekt de stopbrieflater dan zes maanden na uitdiensttreding (Informatie bij beëindiging deelneming – artikel 39, eerste lid, Pw).
De pensioenuitvoerder verstrekt de informatie voorafgaand aan pensionering niet minimaal zes maanden vóór de datum van de pensioeningang (Informatie voorafgaand aan pensionering met onder meer een (voorlopige) opgave van het pensioenrecht- artikel 43, eerste lid, Pw).
De pensioenuitvoerder verstrekt informatie aan nabestaanden later dan zes maanden na het overlijden van de deelnemer (Informatie bij ontstaan recht op nabestaandenpensioen – artikel 43, eerste lid, Pw).
De pensioenuitvoerder verstrekt pensioengerechtigden met een variabele uitkering niet minimaal één maand voorafgaand aan de wijziging van de uitkering informatie over de hoogte van die uitkering (Informeren over de aanpassing van de variabele uitkering – artikel 44, eerste lid, onderdeel a Pw juncto artikel 7b Besluit uitvoering Pensioenwet).
De pensioenuitvoerder verstrekt de jaarlijkse informatie voor pensioengerechtigden over enig kalenderjaar niet in het daaropvolgende kalenderjaar (Jaarlijkse informatie voor pensioengerechtigden – artikel 44, eerste lid, Pw).
Artikel 7
Correct, duidelijk, evenwichtig en tijdig – Artikel 48 Pw en 59 Wvb
Onderdeel van Beleidsregel Informatieverstrekking· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 30 september 2024