De bijleenregeling bepaalt mede de maximale hoogte van de eigenwoningschuld. In de in dit besluit opgenomen voorbeelden wordt steeds bepaald welke hoogte de eigenwoningschuld maximaal kan hebben door de werking van de bijleenregeling. De uiteindelijke eigenwoningschuld is uiteraard nooit hoger dan de daadwerkelijke lening. Voor zover de lening hoger is dan de eigenwoningschuld zijn de renten en kosten over dat deel niet aftrekbaar in box 1. De bijleenregeling werkt direct als er een eigenwoningschuld is.
A heeft een eigenwoningreserve van € 110.000. Hij laat een nieuwe eigen woning bouwen voor € 280.000. De woning wordt zonder keuken opgeleverd. A gaat een keuken inbouwen van € 15.000. A leent bij de bank € 280.000 en stort dit in een nieuwbouwdepot. Voor de hoogte van de maximale eigenwoningschuld van de nieuwe eigen woning moet al direct rekening worden gehouden met de eigenwoningreserve. In dit geval kan maximaal € 185.000 worden aangemerkt als eigenwoningschuld in box 1. De resterende € 95.000 is een box 3-schuld.
Voor de toepassing van de bijleenregeling wordt onder verwerving onderscheidenlijk vervreemding verstaan een gebeurtenis waardoor de woning ten aanzien van de belastingplichtige als een eigen woning in de zin van artikel 3.111 Wet IB 2001 wordt aangemerkt, onderscheidenlijk niet meer als zodanig wordt aangemerkt (artikel 3.119aa, vierde lid, Wet IB 2001). Normaliter zal verwerving en vervreemding gelijk zijn aan aan- en verkoop.
Er kan ook sprake zijn van een verwerving of vervreemding als de eigenwoningregeling zonder aan- of verkoop aanvangt of eindigt. Dit wordt hierna aangeduid als een fictieve verwerving of vervreemding. Beëindiging van de verhuisregeling, echtscheidingsregeling, regeling voor verblijf in een verpleeg- of verzorgingshuis of uitzendregeling van artikel 3.111, tweede tot en met zesde lid, Wet IB 2001 is een fictieve vervreemding, tenzij de woning daarna als eigen woning wordt aangemerkt. Bij zo’n fictieve vervreemding gaat de woning naar box 3. Dan wordt er dus geen verkoopopbrengst gerealiseerd. Toch wordt de bijleenregeling toegepast. Het is de bedoeling van de bijleenregeling dat de fictief gerealiseerde overwaarde gevolgen heeft voor de renteaftrek van de (nieuwe) eigen woning.
Ook de overdracht van de blote eigendom of het vruchtgebruik van de eigen woning is een vervreemding. In zo’n geval wordt de eigen woning fictief geheel vervreemd. Het restant vruchtgebruik of blote eigendom gaat naar box 3.
Als de eigenwoningregeling deels eindigt, is sprake van een gedeeltelijke vervreemding. Een voorbeeld is gedeeltelijke verhuur.
Bij tijdelijke verhuur als bedoeld in artikel 3.113 Wet IB 2001 of kamerverhuur als bedoeld in artikel 3.114 Wet IB 2001 verandert voor (het verhuurde deel van) de woning de toepassing van de eigenwoningregeling niet. Daardoor is in die gevallen geen sprake van een gedeeltelijke vervreemding.
Als de woning geheel tenietgaat, bijvoorbeeld door brand, staat deze woning de belastingplichtige niet langer ter beschikking als eigen woning. Er is dan sprake van een gehele vervreemding in de zin van de bijleenregeling. Als de woning gedeeltelijk is afgebrand, hangt het van de feiten en omstandigheden af of de woning nog ter beschikking staat als eigen woning. Zie ook onderdeel 3.2 van dit besluit.