Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Splitsing (artikel 15, eerste lid, onderdeel h, WBR) Vervallen per 1 juli 2025

Onderdeel van Besluit Ondernemingsfaciliteiten· Belastingrecht

Een verkrijging krachtens een splitsing is onder voorwaarden vrijgesteld van overdrachtsbelasting (artikel 15, eerste lid, onderdeel h, WBR). De voorwaarden bij deze vrijstelling zijn nader uitgewerkt in artikel 5c UBBR. Onderdeel 6.1 bevat het beleid over de toepassing van deze vrijstelling. De vrijstelling geldt voor de rechtspersoon die de onroerende zaken bij wijze van (af)splitsing onder algemene titel verkrijgt. In de praktijk bestaat discussie over de vraag of de vrijstelling ook kan worden toegepast in het geval de verkrijgende rechtspersoon kwalificeert als OZR en deze ter gelegenheid van de splitsing aandelen uitreikt. Ik acht de als gevolg van deze discussie ontstane onduidelijkheid niet wenselijk. Daarom keur ik het volgende goed. Ik keur onder voorwaarden goed dat de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel h, WBR in samenhang met artikel 5c UBBR van toepassing is bij de verkrijging van aandelen in een OZR die bij een (af)splitsing worden toegekend. Voor de goedkeuring gelden de volgende twee voorwaarden. Op de verkrijging onder algemene titel van de onroerende zaken door de bij de splitsing betrokken verkrijgende rechtspersoon is de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel h, WBR in samenhang met artikel 5c UBBR van toepassing. Het (middellijke) belang dat de aandeelhouders van de (af)splitsende rechtspersoon hebben in de waarde van de (af)gesplitste onroerende zaken wijzigt niet. Voor zover dit belang in waarde wijzigt, is overdrachtsbelasting verschuldigd over de waarde waarmee het (middellijke) belang van een aandeelhouder ten aanzien van de onroerende zaken direct na de splitsing is toegenomen ten opzichte van het (middellijke) belang direct voor de splitsing. A en B zijn ieder voor 50% aandeelhouder van X BV. Tot het vermogen van X BV behoren twee onroerende zaken, respectievelijk waard € 100.000 (pand 1) en € 60.000 (pand 2). Vervolgens wordt X BV zuiver gesplitst in XA BV en XB BV, waarbij voor dit voorbeeld vaststaat dat de splitsing niet is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. A verkrijgt alle aandelen in XA BV en B verkrijgt alle aandelen in XB BV. Zowel XA BV als XB BV kwalificeert als OZR. XA BV verkrijgt pand 1 en XB BV verkrijgt pand 2. A en B waren elk voor de onverdeelde helft middellijk gerechtigd in de beide onroerende zaken, oftewel elk voor een waarde van € 80.000 (1/2 x € 160.000). Via de aandelen XA BV is A na de splitsing geheel gerechtigd tot pand 1 met een waarde van € 100.000. Zijn gerechtigdheid tot de onroerende zaken is daarmee als gevolg van de splitsing toegenomen met € 20.000 tot € 100.000. A is bij de verkrijging van de aandelen XA BV over € 20.000 overdrachtsbelasting verschuldigd. Wegens de verkrijging door B van de aandelen XB BV is geen overdrachtsbelasting verschuldigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel