Naar hoofdinhoud
De Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinstelling1Stb. 2023, 503. kan gevolgen hebben voor de bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet 1956, als hierdoor niet voldaan wordt aan de bezitseis (artikel 35d van de Successiewet 1956) of het voortzettingsvereiste (artikel 35e van de Successiewet 1956). Hiervoor is – anders dan bij de Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen2Stb. 2023, 508. – geen overgangsrecht getroffen, omdat een fonds voor gemene rekening zelf geen onderneming kan drijven. Bij de totstandkoming van deze wet is echter geen rekening gehouden met de situatie dat een fonds voor gemene rekening wel een belang kan hebben in een lichaam dat een onderneming drijft. Hierdoor kan het fonds voor gemene rekening door de toerekening van de bezittingen en schulden in dat lichaam aan het fonds indirect een onderneming drijven (artikel 35c, vijfde lid, van de Successiewet 1956). Dit besluit bevat goedkeuringen voor de situatie dat er voorafgaand aan het tijdstip dat een fonds voor gemene rekening als gevolg van de Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinstelling niet meer onderworpen is aan de vennootschapsbelasting een aandelenfusie als bedoeld in artikel VI, tweede lid, van die wet plaatsvindt. De goedkeuringen sluiten aan bij het overgangsrecht voor de Successiewet 1956 dat is opgenomen in artikel XII van de Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen. Mocht in situaties waarbij een zodanige aandelenfusie niet heeft plaatsgevonden, de inwerkingtreding van de Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinstelling ertoe leiden dat de deelgerechtigde niet voldoet aan de bezitseis of het voortzettingsvereiste, dan ben ik bereid om in dergelijke gevallen te bezien of een goedkeuring kan worden verleend. Een verzoek hiertoe kan worden voorgelegd aan: Belastingdienst/Corporate Dienst Vaktechniek Team Brieven en Beleidsbesluiten cluster OVB/SW Postbus 20201 2500 EE Den Haag. Dit besluit bevat de volgende onderdelen: Een korte uitleg van de Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinstelling (onderdeel 2). Goedkeuringen als een aandelenfusie als bedoeld in artikel VI, tweede lid, van de Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinstelling heeft plaatsgevonden (onderdeel 3). Inwerkingtreding van dit besluit (onderdeel 4). De goedkeuringen in dit besluit zijn verleend met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (de hardheidsclausule). bezitstermijn Bezitstermijn als bedoeld in artikel 35b, vijfde lid, van de Successiewet 1956 juncto artikel 35d van de Successiewet 1956 BOR Bedrijfsopvolgingsregeling in hoofdstuk IIIA van de Successiewet 1956 deelgerechtigde Deelgerechtigde als bedoeld in artikel IV, tweede lid, van de Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinstelling FGR Een (open) fonds voor gemene rekening of een daarmee qua rechtsvorm vergelijkbaar, naar het recht van een andere staat opgericht of aangegaan, lichaam als bedoeld in artikel IV, eerste lid, van de Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinstelling onderneming Onderneming als bedoeld in artikel 35c, eerste lid, onderdeel a of c, van de Successiewet 1956 Successiewet Successiewet 1956 toerekening Toerekening als bedoeld in artikel 35c, vijfde lid, Successiewet VBI Vrijgestelde beleggingsinstelling verkrijgende vennootschap Een vennootschap als bedoeld in artikel VI, tweede lid, van de Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinstelling voortzettingsperiode Voortzettingsperiode als bedoeld in artikel 35b, vijfde lid, Successiewet juncto artikel 35e Successiewet Wet aanpassing FGR en VBI Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinstelling Wet VPB Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Wet IB 2001 Wet inkomstenbelasting 2001

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel