In artikel 2, vierde lid, Wet VPB is opgenomen wat die wet onder een FGR verstaat. In de Wet aanpassing FGR en VBI wordt dit lid aangepast. De ingangsdatum van deze wijziging is opgenomen in artikel X, tweede lid, Wet aanpassing FGR en VBI. In artikel IV van de Wet aanpassing FGR en VBI is opgenomen wat de fiscale gevolgen zijn als een FGR als gevolg van die wet op grond van de artikelen 2 of 3 Wet VPB niet langer onderworpen is aan de vennootschapsbelasting. In dat geval wordt op grond van het eerste lid van dat artikel een dergelijk FGR geacht op het tijdstip onmiddellijk daaraan voorafgaand al zijn vermogensbestanddelen tegen de waarde in het economische verkeer naar rato van ieders gerechtigdheid te hebben overgedragen aan de natuurlijke personen of lichamen die participeren in dat FGR.
Het tweede lid van dat artikel bepaalt dat een in het FGR participerende deelgerechtigde op datzelfde tijdstip geacht wordt zijn bewijs van deelgerechtigdheid te hebben vervreemd tegen de waarde in het economische verkeer.
In het derde lid van dat artikel wordt een belastingplichtige die resultaat uit een werkzaamheid in de zin van artikel 3.92 Wet IB 2001 geniet vanwege het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen aan een FGR, geacht op datzelfde tijdstip de tot die werkzaamheid behorende vermogensbestanddelen te hebben vervreemd tegen de waarde in het economische verkeer. Tevens wordt die belastingplichtige geacht te zijn opgehouden in Nederland belastbaar resultaat uit die werkzaamheid te genieten, tenzij de tot die werkzaamheid behorende vermogensbestanddelen op datzelfde tijdstip door die belastingplichtige nog steeds worden aangewend ten behoeve van een werkzaamheid als bedoeld in artikel 3.92 Wet IB 2001.
Door de hierboven omschreven vervreemding van het bewijs van deelgerechtigdheid in een FGR kan een deelgerechtigde voor de toepassing van de afdelingen 3.2 en 3.4, hoofdstuk 4 en de afdelingen 7.2, 7.3 en 7.5 van de Wet IB 2001 en de Wet VPB een voordeel behalen. Dit voordeel behoeft echter niet in aanmerking te worden genomen bij een aandelenfusie als bedoeld in artikel VI, tweede lid, van de wet aanpassing FGR en VBI, indien die aandelenfusie plaatsvindt voordat het FGR als gevolg van de Wet aanpassing FGR en VBI niet meer onderworpen is aan de vennootschapsbelasting en latere heffing is verzekerd. Dit geldt niet voor een in het kader van een aandelenfusie genoten bijbetaling. Bij een dergelijke aandelenfusie verwerft een (verkrijgende) vennootschap het bewijs van deelgerechtigdheid van de deelgerechtigde in het FGR.
Artikel 2
Wet aanpassing FGR en VBI
Onderdeel van Schenk- en erfbelasting. Overgangsrecht bedrijfsopvolgingsregeling bij Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinstelling· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 16 november 2024